Spelers die tijdens een amateurvoetbalwedstrijd koppen, hebben direct na de wedstrijd meer stoffen in hun bloed die kunnen wijzen op acute hersenschade. Hoe vaker een speler kopt en hoe harder de klap op het hoofd, hoe groter deze tijdelijke veranderingen zijn. Binnen 24 tot 48 uur normaliseren de bloedwaarden weer. Dit blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC in samenwerking met de KNVB.
Voor het onderzoek volgden de onderzoekers 302 amateurvoetballers tijdens 11 wedstrijden in het mannenvoetbal. Voor en na de wedstrijd werden bloedmonsters afgenomen. Daarnaast werd met videoanalyse bijgehouden hoe vaak spelers kopten en hoe zwaar de impact van de bal was.
De sterkste stijging van biomarkers werd gezien na kopballen met hoge intensiteit, bijvoorbeeld na een verre uittrap van de keeper. Volgens de onderzoekers gaat het om biomarkers die geassocieerd zijn met acute hersenschade.
Het is nog onduidelijk of deze tijdelijke veranderingen op langere termijn leiden tot blijvende hersenschade of een verhoogd risico op neurodegeneratieve aandoeningen zoals dementie. Wel ondersteunen de resultaten strengere richtlijnen rond koppen in het amateur- en jeugdvoetbal. De onderzoekers hopen dat vervolgonderzoek meer duidelijkheid geeft over de mogelijke langetermijneffecten van herhaald koppen op de hersenen van voetballers.
Bron: