Arts-onderzoeker Dr. C.A. (Carlijn) Wagenaar is op een missie: meer aandacht creëren onder artsen voor de invloed van leefstijl op het ontstaan en de behandeling van verschillende chronische aandoeningen. Wagenaar promoveerde vorig jaar op haar onderzoek naar de effecten van een leefstijlinterventie bij mensen met reumatoïde artritis en artrose. Wetenschappelijk onderzoek toont inmiddels ook aan dat leefstijl een belangrijke rol speelt bij chronische aandoeningen als coronaire hartziekten, diabetes type 2 (DM2), inflammatoire darmziekte en verschillende oogaandoeningen.
Het zijn opvallende cijfers die Wagenaar in de introductie van haar proefschrift aanhaalt: het aantal jaar dat een Nederlander naar verwachting zonder chronische ziekte zal leven is gedaald van 55 jaar in 1981 naar 43 jaar in 2024.1,2 Aangezien de levensverwachting nog steeds stijgt, betekent dit dat Nederlanders in het algemeen een langer leven hebben, en daarvan meer jaren ziek zijn.
“Een gigantisch probleem”, aldus Wagenaar. “Het verlaagt niet alleen de kwaliteit van leven van de mensen met een chronische aandoening, maar legt ook een grote druk op zorgprofessionals en verhoogt de zorgkosten.” Verschillende chronische ziekten zijn in verband gebracht met systemische chronische ontsteking. Het bewijs daarvoor is het sterkst bij metabool syndroom, hart- en vaatziekten en DM2.3 Maar chronische laaggradige ontsteking speelt ook een rol bij onder andere verschillende oogziekten, reumatische aandoeningen en inflammatoire darmziekte (IBD).
En er is steeds meer bewijs dat chronische ontsteking wordt aangewakkerd door omgevingsfactoren: onder andere door ongezonde voeding, weinig beweging, chronische stress en een slechte slaapkwaliteit.3 Wagenaar pleit daarom voor meer aandacht voor leefstijlfactoren om chronische aandoeningen te voorkomen of verbeteren en denkt dat artsen daarin een essentiële rol spelen.
Genen versus leefstijl
“Bij verschillende chronische aandoeningen zijn genen veel minder belangrijk in de pathogenese dan leefstijl”, vertelt Wagenaar. “Een gezonde leefstijl kan mogelijk meer dan 80% van de gevallen van coronaire hart- en vaatziekten voorkomen.4 Bij DM2 is dat zelfs 90%.4” Maar wat is precies een gezonde leefstijl? Voor haar promotieonderzoek bestudeerde Wagenaar een gecombineerde interventie bestaande uit gezonde voeding, beweging, slaap- en stressmanagement. Ze legt uit: “Onderzoek toont aan dat dit mogelijk de grootste gezondheidseffecten oplevert. Zo bleek uit een interventiestudie bij mensen met artrose dat zowel gezonde voeding als meer bewegen los van elkaar de symptomen verbeterden, maar dat patiënten die beide factoren aanpakten na 1,5 jaar de grootste verlaging in pijnscores hadden.5” Toch heeft voeding met een reden Wagenaars bijzondere aandacht. “Ongezonde voeding is de belangrijkste risicofactor voor een verminderde kwaliteit van leven en vroegtijdig overlijden, zoals naar voren kwam in de US Burden of Disease-study.6 Het stond bovenaan de lijst, nog boven roken, een hoog BMI en hypertensie.”
Gezonde darmflora
Over wat gezonde voeding is, is al veel gezegd en geschreven. Tijdens haar promotieonderzoek bekeek Wagenaar deze vraag vanuit een nieuwe invalshoek. Ze voerde een systematische review uit naar de effecten van verschillende diëten op het darmmicrobioom bij mensen met een chronische ontstekingsziekte, zoals een hart- en vaatziekte, DM2, reumatoïde artritis of een inflammatoire darmziekte. De focus op darmbacteriën kwam voort uit de hypothese dat deze een belangrijke rol spelen in het aanjagen of afremmen van systemische chronische ontsteking, onder andere via de afgifte van korte ketenvetzuren. Wat bleek? “Vezelrijke voedingspatronen zorgden consistent voor een gezondere darmflora, met een grotere diversiteit aan bacteriën en meer gunstige soorten, vergeleken met vezelarme voedingspatronen.1 Ook waren er grotere verbeteringen in ziektegerelateerde uitkomsten bij mensen die vezelrijk aten. Dit effect was het meest duidelijk bij mensen met DM2, waarbij een vezelrijk dieet leidde tot lagere waarden voor HbA1c en nuchtere bloedglucose. Aangezien vezels alleen in plantaardige producten voorkomen, ging het bijvoorbeeld om een vegetarisch, mediterraan of veganistisch voedingspatroon.” Verder bleek uit deze studie dat een volwaardig vezelrijk voedingspatroon gunstiger was voor de darmflora en gezondheidsuitkomsten dan het gebruik van vezelsupplementen. Wagenaar kijkt ook graag naar het grotere plaatje. “Naast een ongezonde darmflora zijn er veel andere mechanismen, zoals de hoeveelheid buikvet, die een relatie tussen voeding en chronische ontstekingsziekten kunnen verklaren.”
Onbewerkt en meer plantaardig
Ook populatiestudies tonen positieve effecten van een meer plantaardig dieet op de kans dat mensen een chronische aandoening krijgen. Wagenaar: “Sommige studies gebruiken de Healthy Plant-based Dietary index (hPDI). Dat is een score voor hoe plantaardig een voedingspatroon is, waarbij onbewerkte plantaardige producten een hogere score krijgen. Zo zijn groente, fruit, noten, peulvruchten, plantaardige olie, onbewerkte granen, koffie of thee volgens deze index beter dan dierlijke producten, sappen, gezoete dranken, bewerkte granen en suikers. Mensen met de hoogste hPDI-scores hadden, in vergelijking met mensen met de laagste scores, 8-25% minder kans op IBD,18,19 25% op coronaire hartziekte7 en 34% op DM2.” 8 Gezonde voeding kan dus helpen bij de preventie van verschillende ziekten. Daarnaast kunnen leefstijlinterventies gunstige effecten hebben bij patiënten met bestaande aandoeningen, zoals onder meer blijkt uit de interventiestudies die Wagenaar uitvoerde bij patiënten met reumatoïde artritis en artrose.
Rol voor artsen
Wagenaar ziet een essentiële rol voor artsen in het bereiken van gedragsverandering bij patiënten. “Zij hebben natuurlijk beperkt de tijd, dus het is goed als zij een netwerk hebben van onder andere diëtisten. Maar patiënten luisteren het beste naar artsen als het gaat om leefstijladviezen. En ook in een gesprek van 10 minuten kunnen zij veel bereiken, door te informeren en motiveren.”
IBD
Uit grootschalig cohortonderzoek blijkt dat een groot deel van de IBD-gevallen mogelijk voorkomen kan worden door leefstijlaanpassingen. Adherentie aan een gezonde leefstijl zou naar schatting 61% van de ziekte van Crohn en 42% van de colitis ulcerosa-gevallen kunnen voorkomen, consistent over 6 Amerikaanse en Europese cohorten.20 Een gezonde leefstijl is in deze studie gebaseerd op Amerikaanse richtlijnen en gedefinieerd als een BMI tussen 18,5 en 25, nooit gerookt, voldoende beweging, per dag minimaal 8 porties groenten en fruit, 25 gram vezels, een halve portie noten of zaden, minder dan een halve portie rood vlees, minder dan 1 eenheid alcohol voor vrouwen en 2 voor mannen, en minimaal twee keer per week vis.
Andere cohortstudies richtten zich alleen op voeding. Uit de UK Biobank blijkt dat een gezond plantaardig voedingspatroon (hPDI) geassocieerd is met een 8-25% verminderd risico op colitis ulcerosa en ziekte van Crohn, terwijl een ongezond plantaardig patroon het risico met 15 tot 48% verhoogt18,19. Dit beschermende effect geldt ook bij mensen die al IBD hebben: een hoog hPDI was geassocieerd met een significant lager risico op IBD-gerelateerde chirurgie (HR 0,50; 95% BI 0,30-0,83), terwijl een ongezond plantaardig patroon dit risico meer dan verdubbelde (HR 2,12; 95% BI 1,30-3,44).19 Een paraplu review van systematische reviews en meta-analyses bevestigt dit beeld: een hoge consumptie van rood en bewerkt vlees, ultrabewerkte voeding en geraffineerde suikers verhoogt het risico op IBD, terwijl groenten, fruit en vezels beschermend werken.21 De risicofactoren zijn grotendeels hetzelfde voor colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn, maar niet volledig. Zo verhoogt een voedingspatroon met veel ultrabewerkte producten de kans op de ziekte van Crohn, terwijl dit verband niet duidelijk aanwezig is voor colitis ulcerosa. Ook beschermt een vezelrijk dieet tegen de ontwikkeling van de ziekte van Crohn, terwijl er geen relatie is gevonden met colitis ulcerosa. Vezels dragen vermoedelijk bij aan het behoud van de epitheliale barrière in de darmen en verminderen ontsteking, mede via interacties met het darmmicrobioom.21De American Gastrointestinal Association (AGA) adviseert IBD-patiënten, tenzij gecontra-indiceerd, een voedingspatroon rijk aan groenten, fruit, complexe koolhydraten en magere eiwitten, en arm aan ultrabewerkte voeding en toegevoegde suikers.22 Gezien de mogelijke valkuilen, zoals voedingstekorten, verhoogd osteoporoserisico bij lage calciuminname, verminderde ijzer- en vitamine B12-inname bij het mijden van rood vlees, en bij stenoserende ziekte de voorzichtigheid rondom vezelrijke voeding, is begeleiding door een ervaren diëtist onmisbaar om voedings- en behandeldoelen veilig op elkaar af te stemmen. Dit komt overeen met de aanbeveling in de Nederlandse richtlijn over IBD.22,23
Reumatische aandoeningen
De meeste wetenschappelijke studies naar het effect van leefstijlaanpassingen op reumatische aandoeningen zijn tot nu toe gedaan bij reumatoïde artritis en artrose. Uit populatiestudies is gebleken dat mensen die een gezond, vezelrijk voedingspatroon volgen een kleiner risico hebben op beide aandoeningen.9,10 Ook bij mensen die al reumatoïde artritis of artrose hebben, heeft een leefstijlinterventie zin. Tijdens haar promotieonderzoek bouwde Wagenaar voort op het Plants for Joints-project, dat bestond uit twee gerandomiseerde gecontroleerde trials naar de effecten van een 16-weekse interventie met plantaardige voeding, beweging, slaap- en stressmanagement, plus standaardzorg, bij mensen met reumatoïde artritis of artrose, in vergelijking met een controlegroep die alleen standaardzorg kreeg.1 Het voedingspatroon was gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding uit 201511, maar dan een volledig plantaardige variant. De deelnemers in de leefstijlinterventiegroep waren behoorlijk trouw aan het dieet en aan de andere leefstijladviezen. Zij hadden na 16 weken duidelijk minder ziekteactiviteit bij reumatoïde artritis. Ook verbeterde pijn, stijfheid en fysieke functie bij artrose, vergeleken met de controlegroep. In beide patiëntengroepen verbeterde de lichaamssamenstelling en metabole gezondheid door de leefstijlinterventie. Daarnaast was de interventie goedkoper dan alleen standaardzorg. 2 jaar na deelname hadden de deelnemers in de interventiegroep nog steeds minder klachten, een betere algehele gezondheid en ongeveer de helft kon medicatie afbouwen of zelfs stoppen. Deelnemers waren zeer tevreden over de interventie.
Oogaandoeningen
Uit prospectieve cohortstudies blijkt dat een meer plantaardig voedingspatroon de kans verlaagt op de ontwikkeling van verschillende oogaandoeningen. Zo hadden vegetariërs 20% minder kans op cataract in vergelijking met niet-vegetariërs.1,2 Uit een andere populatiestudie bleek dat het risico op cataract stapsgewijs afnam naarmate mensen minder dierlijke producten aten, met een 40% lagere kans voor veganisten vergeleken met grootverbruikers van vlees (>100 gram per dag).13 Uit systematische en meta-analyses van onder meer case-control- en prospectieve cohortstudies blijkt verder dat mensen die meer adherent zijn aan een mediterraan dieet, een lagere kans hebben op het ontwikkelen van leeftijdsgebonden maculadegeneratie en 23% minder kans hebben op ziekteprogressie.14,15 Een andere studie richtte zich op het MIND-dieet, waarin de nadruk ligt op bladgroenten, bessen, noten en vis, en een beperkte inname van rood vlees en zuivel. Een hogere adherentie aan dit voedingspatroon was geassocieerd met een lagere incidentie van openkamerhoekglaucoom, vergeleken met een mediterraan dieet en de Nederlandse voedingsrichtlijnen.16
Interventiestudies bij mensen met een oogaandoening zijn tot nu toe weinig uitgevoerd. Wel is er bewijs uit een gerandomiseerde gecontroleerde trial dat voeding invloed heeft op de ontwikkeling van diabetische retinopathie bij patiënten met DM2 zonder microvasculaire complicaties.17
Deelnemers volgden een mediterraan dieet met extra olijfolie, een mediterraan dieet met gemengde noten of een vetarm controledieet. Na 6 jaar was de kans op diabetische retinopathie 44% lager in de olijfoliegroep (95%-BI 0,32-0,97) en 37% lager in de notengroep (95%-BI 0,35-1,11), vergeleken met de controlegroep.
Referenties:
- Wagenaar CA. Plants for Health. Investigating the broader impacts of the Plants for Joints lifestyle intervention. [Academisch proefschrift, Universiteit van Amsterdam].
Referenties opvraagbaar bij uitgever (info@mednet.nl).