Tussen promovendi en gevestigde hoogleraren blijft een groep jonge nefrologen vaak onzichtbaar voor elkaar. Het landelijke netwerk NExT wil die kloof dichten door onderzoekers samen te brengen, samenwerking te stimuleren en bestaande middelen slimmer te benutten. Initiatiefnemers dr. M. (Mahdi) Salih (Erasmus MC) en dr. R.H. (Rik) Olde Engberink (Amsterdam UMC) hopen daarmee het nefrologisch onderzoek te versterken.
Binnen de Nederlandse nefrologie wordt veel onderzoek gedaan. Toch weten onderzoekers elkaar in de praktijk lang niet altijd te vinden. Nefrologen Salih en Olde Engberink merkten dat juist voor jonge onderzoekers in de nefrologie een netwerk ontbreekt dat hen direct met elkaar verbindt. Daarom startten zij, binnen de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN), NExT: Network for Talent in Nephrology.
Eilandjes
Volgens Olde Engberink wordt er in deze groep opvallend weinig samengewerkt. “Voor promovendi bestaat het Platform onderzoekers nefrologie (PLAN), een landelijk netwerk van de NFN, maar zodra je na je promotie aan de slag gaat, ontstaat er een gat. Dan is het lastig om mensen te vinden met wie je laagdrempelig kunt sparren.” Salih herkent dat beeld: “We leven op eilandjes. Contact loopt vaak via hoogleraren, terwijl je juist wilt dat deze groep elkaar rechtstreeks kan vinden.”
NExT moet dat gat overbruggen door onderzoekers bij elkaar te brengen. De eerste verkennende bijeenkomst afgelopen oktober bevestigde dat deze behoefte breed leeft. In april volgt een inhoudelijke kick-off, waarin deelnemers hun onderzoek presenteren en actief zoeken naar aanknopingspunten voor samenwerking. “Het programma is bewust simpel”, zegt Olde Engberink. “Mensen in dezelfde ruimte zetten en een vakinhoudelijke gesprek voeren. Dan ontstaat de rest vanzelf.”
Jong in loopbaan
NExT richt zich op onderzoekers die zich in een specifieke fase van hun carrière bevinden: na hun promotie, maar nog voor ze tot de gevestigde orde behoren. “We bedoelen mensen die hun PhD hebben afgerond, als nefroloog of onderzoeker werken en hun netwerk nog aan het opbouwen zijn”, zegt Salih. “Ze zijn geen promovendi meer, maar ook nog geen hoogleraren met een vanzelfsprekend netwerk.” Het netwerk staat nadrukkelijk ook open voor genetici, epidemiologen, statistici en andere disciplines die onderzoek doen naar nierziekten.
In de praktijk blijkt samenwerken vaak lastiger dan het klinkt. “Je hebt een drukke baan in het ziekenhuis, een gezin, en daarnaast wil je ook onderzoek doen”, zegt Olde Engberink. “Dan schiet samenwerken er vaak bij in, hoe graag je het ook zou willen.” Salih vult aan: “Baanonzekerheid speelt mee en subsidieaanvragen zijn complex en tijdrovend. Soms ontdek je pas laat dat een collega in hetzelfde centrum onderzoek doet naar precies hetzelfde thema. Dan mis je simpelweg de tijd en de lijnen om elkaar op te zoeken.”
Efficiënter werken
De noodzaak tot samenwerking wordt versterkt door de realiteit van het huidige onderzoekslandschap. “Er is beperkt budget en dat groeit niet mee met de stijgende loonkosten”, zegt Olde Engberink. Juist in die context blijft volgens hem veel potentieel onbenut. “Bij vrijwel elk onderzoek zouden 2 of 3 anderen met minimale inspanning kunnen aanhaken. Dat is laaghangend fruit dat nu vaak blijft liggen.”
Olde Engberink geeft een voorbeeld: “Soms kost een studie 6 ton als je alles zelf moet opzetten. Door vroegtijdig samen te werken met collega’s en kleine aanpassingen aan het onderzoek, kun je vaak met een kleine investering al heel ver komen. Dat is zowel voor onderzoekers als voor subsidiegevers aantrekkelijk. Het is een enorm efficiënte manier van onderzoek doen die nu onvoldoende wordt benut. Daarom hebben we ook korte lijntjes met de Nierstichting en weten we elkaar makkelijk te vinden wanneer dat nodig is.”
Volgens Salih vormt daarnaast de veranderende aard van het onderzoeksveld een uitdaging. “Het onderzoek wordt steeds specialistischer en complexer, en technieken worden duurder. Wie niet flexibel meebeweegt, loopt binnen 10 jaar achter.” Hij benadrukt dat samenwerking helpt om die uitdagingen het hoofd te bieden. “Door kennis en middelen te bundelen, kunnen we makkelijker meebewegen met nieuwe technieken en subdisciplines.”
Ambitie
Op korte termijn hopen de initiatiefnemers dat kleine samenwerkingen sneller ontstaan. Op de lange termijn ligt de ambitie hoger. “Het zou prachtig zijn als hier over 5 jaar een groot consortium uit voortkomt dat succesvol Europese subsidies binnenhaalt”, zegt Olde Engberink. “Dan profiteer je samen van iets wat alleen nooit gelukt was.” Salih vult aan: “Dat versterkt de hele Nederlandse nefrologie.”
De eerste signalen zijn volgens beiden hoopgevend. Onderzoekers weten elkaar nu al sneller te vinden voor kleine vragen en projecten. “Het grootste struikelblok was vaak: wie moet ik hebben?” zegt Salih. “Als je dat oplost, win je enorm veel tijd. Bovendien helpt het als klinische onderzoekers en laboratoriumonderzoekers elkaar beter weten te vinden. Dat stimuleert translationeel onderzoek.” Olde Engberink vult aan: “In veel onderzoeken is maar een klein deel specifieke expertise nodig. Door disciplines met elkaar te verbinden, kun je elkaar echt vooruithelpen. In een klein land met groot onderzoekspotentieel kan dat het verschil maken.”