Een recente studie laat zien dat een nieuwe bloedtest nauwkeurig de diagnose coeliakie kan stellen, zelfs bij mensen die al jaren een glutenvrij dieet volgen. Dat zou betekenen dat een glutenbelasting onnodig wordt. Maar de bevindingen uit de single-center studie moeten nog worden bevestigd in een groter onderzoek, benadrukt MDL-arts dr. A. (Abdul) Al-Toma (Antonius ziekenhuis, Nieuwegein).
Het onderzoek met de nieuwe bloedtest werd afgelopen juni gepubliceerd in ‘Gastroenterology’.1 De studie liet zien dat na blootstelling van bloed aan gluten, de productie van interleukine-2 (IL-2) een betrouwbare indicator is voor coeliakie. De test bouwt voort op eerder onderzoek waaruit bleek dat bij coeliakiepatiënten de IL-2-productie sterk stijgt na inname van gluten.
Australische onderzoekers onder leiding van Jason Tye-Din ontwikkelden daarom de whole-blood assay measuring interleukin 2 (WBAIL-2), en testten deze bij 181 proefpersonen; 75 met behandelde coeliakie die een glutenvrij dieet volgden, 13 met actieve onbehandelde coeliakie, 32 met niet-coeliakie glutengevoeligheid en 61 gezonde controlepersonen. Voor de test werden bloedmonsters van deze proefpersonen gedurende een dag blootgesteld aan gluten en werd vervolgens de IL-2-productie gemeten.
De WBAIL-2-test liet een hoge betrouwbaarheid zien, zelfs bij patiënten die een strikt glutenvrij dieet volgden. Bij patiënten met HLA-DQ2.5+ genetica was de sensitiviteit 90% en de specificiteit 95%. Bij HLA-DQ8+-genetica was de sensitiviteit lager (56%). De WBAIL-2-test correleerde sterk met de frequentie van tetrameer-positieve gluten-specifieke CD4+ T-cellen en met serum-IL-2-niveaus na glutenblootstelling. Tevens correleerde de sterkte van het IL-2-signaal met de ernst van de symptomen van een patiënt.
Belastend onderzoek
In het huidige diagnostische proces is er een rol voor bloedonderzoek in de vorm van serologie. Bij een sterk positief resultaat hiervan wordt in de meest recente richtlijn van de European Society for the Study of Coeliac Disease, met Al-Toma als eerste auteur, voortaan afgeraden om nog biopt te nemen om de diagnose te bevestigen.2 Maar als de test geen definitief resultaat geeft, is een biopt vereist. Al-Toma: “Dat is voor patiënten een belastend onderzoek.”
Daarbij levert de huidige diagnostiek geen zekerheid op bij patiënten die al een glutenvrij dieet volgen. Al-Toma: “Het is wat betreft diagnostiek een ideaal scenario als een patiënt komt met klachten en nog geen dieet heeft gevolgd. Als op dat moment een bloedtest wordt gedaan, is het resultaat duidelijk en niet vertroebeld. Maar tegenwoordig zoeken veel mensen al zelf informatie en gaan experimenteren met hun dieet. Als mensen zelf gewoon beginnen met minder gluten te eten, is het heel lastig om retrospectief de diagnose vast te stellen of uit te sluiten.”
In die situatie is een glutenbelasting noodzakelijk. Al-Toma: “Dan laten we een patiënt extra gluten eten en kan na een week of zes een bloedtest of een biopsie uitsluitsel geven. Maar dat kan voor patiënten een uitdaging zijn. Dit vereist echt aandacht en begeleiding van een diëtist. En sommige mensen vinden dit ook geen prettig idee en gaan liever gewoon door met hun glutenvrije dieet. Anderen willen helderheid en gaan voor de glutenbelasting; er is op dit moment geen andere mogelijkheid om zekerheid over de diagnose te krijgen. Als de nieuwe bloedtest ertoe leidt dat de glutenbelasting niet meer nodig is, maakt dat voor deze groep patiënten een groot verschil.”
Multicenterstudie nodig
De biologische rationale achter de test is interessant, stelt Al-Toma, mede omdat dit principe ook bij andere ziekten van waarde kan zijn. “Coeliakie is een T-celziekte waarbij CD4+ positieve T-cellen een centrale rol spelen. Het meten van ziekterelevante, antigeenspecifieke CD4+-T-cellen kan echter mogelijk ook bij andere immuunziekten, en bij infectieziekten en kanker een rol gaan spelen. Tot nu toe gebeurt dit voornamelijk nog in de onderzoeksfase, maar een uitzondering hierop is tuberculose, waarbij het meten van mycobacterie-specifieke T-cellen via ELISpot of een cytokine-release-assay al klinisch wordt toegepast.”
En voordat de test bij coeliakie een rol kan spelen in de diagnostiek, moet deze eerst nog uitgebreider worden onderzocht, beklemtoont Al-Toma. “De resultaten zijn interessant, maar er is nog maar ervaring in één centrum en bij een beperkt aantal patiënten. Het is zeker veelbelovend, maar voordat we dit in de praktijk grootschalig kunnen uitrollen, is een prospectieve multicenterstudie nodig.” Daarvoor worden momenteel plannen gemaakt.
Daarbij zou er gekeken moeten worden naar de kosten van de test en de patiënttevredenheid, stelt Al-Toma. “Voor mij is nog niet duidelijk wat de kosten van de test zijn. De onderzoekers zeggen dat het goedkoop is, maar de details hierover weten we nog niet.” Wel lijkt het logisch dat de test patiëntvriendelijker is, niet alleen door het achterwege laten van glutenbelasting maar ook door de snelheid van het diagnostisch proces. Al-Toma: “Dan hoef je geen 6 weken te wachten voordat het biopt genomen kan worden, maar ben je misschien binnen een week of 2 klaar.”
Kortom, de test zou een echte gamechanger kunnen zijn op het gebied van coeliakiediagnostiek. “Het lijkt een ideale methode, maar of dat daadwerkelijk zo is, moeten we echt nog gaan testen”, besluit Al-Toma.
Referenties:
- Mocatelli OG, Russel AK, Henneken LM, et al. Blood-Based T-Cell Diagnosis of Celiac Disease. Gastroenteroly 2025;169(6):1253-67.
- Al-Toma A, Zingone F, Branchi F, et al. European Society for the Study of Coeliac Disease 2025 Updated Guidelines on the Diagnosis and Management of Coeliac Disease in Adults. Part 1: Diagnostic Approach. United European Gastroenterol J 2025; doi: 10.1002/ueg2.70119.