Radboudumc onderzoekt nieuwe aanpak in de behandeling van subglottische stenose

Delen via:

Subglottische stenose (SGS) is een zeldzame vernauwing van de luchtweg die vaak pas in een laat stadium wordt herkend. Reumatoloog drs. Loes Oskam van het Radboudumc werkt aan meer inzicht in het ziekteproces, betere behandelopties én meer bewustwording van de aandoening.

Suglottische stenose (SGS) is een zeldzame aandoening die naar schatting bij 1 op de 140.000 mensen per jaar wordt vastgesteld.1 De aandoening kan jarenlang onopgemerkt blijven, terwijl de impact op patiënten groot is. Reumatoloog drs. Loes Oskam onderzoekt samen met de KNO-afdeling van het Radboudumc of medicatie een grotere rol kan krijgen in de behandeling, naast de bestaande chirurgische ingrepen.

Vernauwing van de luchtweg

SGS is een vernauwing van de luchtweg direct onder de stembanden, de subglottis. Op die plek ontstaat littekenweefsel dat de luchtpijp geleidelijk nauwer maakt. Oskam legt uit: “Het gaat om de allereerste kraakbeenring van de luchtpijp, het cricoïd. Die is volledig gesloten, anders dan de ringen eronder.” Juist daar kan littekenvorming grote gevolgen hebben voor de luchtstroom. “Patiënten merken dat vaak pas laat, meestal wanneer de luchtpijp al voor zo’n 50% dicht zit en inspanning duidelijk benauwdheid veroorzaakt.”

Artsen onderscheiden grofweg 3 groepen patiënten met SGS. De eerste groep ontwikkelt de aandoening na trauma, bijvoorbeeld na een ongeluk of intubatie. De tweede groep ontwikkelt SGS naar aanleiding van een onderliggende reumatische aandoening, zoals granulomatose met polyangiitis (GPA) of relapsing polychondritis (RPC). De derde groep betreft de idiopathische vorm, waarbij geen duidelijke oorzaak aanwezig is. “Dat is misschien wel de meest intrigerende groep”, vertelt Oskam. “Het gaat bijna uitsluitend om vrouwen tussen de 30 en 60 jaar, zonder relevante voorgeschiedenis, die toch littekenvorming in de luchtweg ontwikkelen.”

Onzekerheid en stress

Juist de idiopathische groep maakt de diagnostiek complex. Het ziektebeeld ontwikkelt zich vaak sluipend, met aspecifieke klachten zoals hoesten, benauwdheid en slijmproductie. Daardoor wordt in eerste instantie meestal gedacht aan veelvoorkomende aandoeningen, zoals astma of COPD. Patiënten krijgen vaak eerst inhalatiemedicatie voorgeschreven, zonder effect. “Patiënten lopen soms jarenlang met klachten rond voordat de juiste diagnose wordt gesteld”, zegt Oskam. “Bij patiënten met een onderliggende reumatische aandoening is dat vaak anders, omdat bijkomende systemische klachten sneller aanleiding geven om verder te zoeken.”

De gevolgen van die vertraging zijn aanzienlijk. Patiënten worden pas gezien wanneer de luchtweg vaak al fors vernauwd is, waardoor een endoscopische of chirurgische behandeling noodzakelijk wordt. Die ingrepen geven direct verlichting, maar zijn ingrijpend en bieden geen blijvende oplossing voor het onderliggende ziekteproces. “Dat is precies de reden waarom we onderzoeken of medicatie de ziekteactiviteit kan remmen en zo herhaalde ingrepen kan uitstellen of voorkomen.”

Hoewel SGS zeldzaam is, zijn er wel kenmerken die kunnen helpen om de aandoening eerder te herkennen. Oskam noemt vooral het hoorbaar ademen, taai slijm en een geleidelijk toenemende benauwdheid bij inspanning. Een longfunctieonderzoek kan daarbij richting geven, met een typisch patroon van zowel in- als expiratoire beperking. “Dat patroon is vrij karakteristiek, maar je moet er wel aan denken om het te herkennen”, zegt ze. Vooral bij patiënten waarbij standaardbehandeling voor astma onvoldoende effect heeft, is aanvullende diagnostiek belangrijk.

Behandelopties

De eerste stap in de behandeling van SGS is vrijwel altijd endoscopische dilatatie. Tijdens deze kijkoperatie behandelen artsen de vernauwing onder narcose. “Eerst snijden we het littekenweefsel op enkele plaatsen in, bijvoorbeeld met een laser of een chirurgisch mes. Daarna rekken we het gebied op met een ballon of met steeds groter wordende buisjes. Patiënten hebben daarna direct meer lucht, maar het effect is vaak tijdelijk en de kans is groot dat de ingreep moet worden herhaald. Bovendien kan herhaald ingrijpen zelfs bijdragen aan extra littekenvorming.”

Wanneer dilataties onvoldoende effect hebben, kunnen artsen een cricotracheale resectie (CTR) overwegen. Hierbij wordt het vernauwde deel van de luchtpijp operatief verwijderd en worden de gezonde uiteinden aan elkaar gehecht. “In potentie is dit een meer definitieve optie, maar de keerzijde is dat het om een grote operatie gaat met een langdurig herstel en mogelijke complicaties, waaronder stemverandering. Vooral bij relatief jonge vrouwelijke patiënten kan dat een belangrijke factor zijn in de keuze voor de behandeling. Daarnaast blijft er bij een kleine groep alsnog kans op terugkeer van de vernauwing.”

Bij patiënten met een onderliggende reumatische aandoening ligt de behandeling anders. In die gevallen kan immuunsuppressie de ontsteking remmen en verdere schade beperken. “Dan werk je op 2 fronten: chirurgie én medicatie”, legt Oskam uit. Met name bij GPA kan vroeg starten met immuunsuppressiva helpen om actieve ontsteking te remmen en verdere weefselschade te beperken. Toch is in de praktijk vaak al sprake van een bestaande vernauwing op het moment van diagnose, waardoor een chirurgische ingreep alsnog noodzakelijk blijft om de luchtweg te herstellen.

Bestaande reumatische middelen

Om het onderliggende proces achter de terugkerende vernauwing beter te doorgronden, richt het huidige onderzoek zich op een benadering op celniveau. In het Radboudumc wordt het weefsel van patiënten met SGS geanalyseerd om in kaart te brengen welke immuuncellen en fibroblasten betrokken zijn bij de vorming van het littekenweefsel. “We willen begrijpen welke processen dat weefsel aansturen”, zegt Oskam. Vervolgens wordt in het laboratorium getest hoe bestaande reumatologische middelen, zoals biologicals en antifibrotische therapieën, hierop inwerken. Het doel is om te ontdekken of deze therapieën het ziekteproces kunnen afremmen.

De ambitie is om het ziektebeloop structureel te beïnvloeden, met minder ingrepen en langere perioden zonder klachten. “Het mooiste zou zijn als we met 1 dilatatie en aansluitende medicatie het terugkeren van de vernauwing kunnen voorkomen”, zegt Oskam. Het onderzoek bevindt zich nog in de preklinische fase, maar sluit aan bij inzichten uit andere fibroserende aandoeningen, zoals systemische sclerose. De uitdaging ligt niet alleen in de keuze van effectieve middelen, maar vooral in het bepalen van het optimale behandelmoment en de duur van de therapie.

Een onbeantwoorde vraag

De komende jaren moet het onderzoek uitwijzen of behandeling met medicatie daadwerkelijk invloed heeft op het beloop van SGS. Oskam verwacht dat vooral patiënten met idiopathische SGS hiervan kunnen profiteren. “Daar ligt nog de grootste onbeantwoorde vraag. Ik hoop dat we naar een aanpak kunnen die niet alleen gericht is op het openhouden van de luchtweg, maar ook op het beïnvloeden van het onderliggende ziekteproces.”

Hoewel de aandoening zeldzaam is, heeft SGS een grote impact op het dagelijks leven van patiënten. De combinatie van late diagnose, terugkerende klachten en herhaalde ingrepen maakt de behoefte aan nieuwe behandelstrategieën duidelijk. Voor Oskam ligt de kern van de toekomst in een beter begrip van het weefsel en de processen die daar plaatsvinden. “Als we dat proces kunnen remmen, kunnen we mogelijk echt het beloop van de ziekte veranderen.”

Maddern-procedure

Een alternatieve, recent geïntroduceerde techniek is de Maddern-procedure. Hierbij verwijderen chirurgen het littekenweefsel in de luchtpijp en vervangen dat door een huidtransplantaat. Deze methode is nieuw in Nederland en wordt nog beperkt toegepast. Een voordeel is dat er minder spanning op de luchtweg ontstaat dan bij een klassieke resectie, maar de techniek is nog in ontwikkeling en de langetermijnresultaten zijn nog niet voor alle patiëntengroepen duidelijk, met name niet bij patiënten met een onderliggende reumatische aandoening.

Multidisciplinaire samenwerking

De zorg voor patiënten met subglottische stenose (SGS) vraagt om nauwe samenwerking tussen verschillende specialismen. In het Radboudumc werken KNO-artsen, longartsen en reumatologen intensief samen in een multidisciplinair overleg. “We hebben korte lijnen en spreken elkaar maandelijks, maar in de praktijk vaak nog veel vaker”, vertelt reumatoloog drs. Loes Oskam. Patiënten komen meestal via de KNO-arts of longarts binnen, maar ook omgekeerd kan een reumatoloog worden betrokken wanneer er een vermoeden bestaat van een onderliggende auto-immuunziekte. Die wisselwerking is essentieel: SGS kan zowel een uiting zijn van een systemische reumatische aandoening als een op zichzelf staand ziektebeeld.

Ook interessant voor u: Reumatologie Quiz 2025

Bron:

  1. Stichting Subglottische Stenose

Radboudumc onderzoekt nieuwe aanpak in de behandeling van subglottische stenose

jun 2026 | Endoscopie

Lees meer over Radboudumc onderzoekt nieuwe aanpak in de behandeling van subglottische stenose

Doorgaan met medicijnen houdt jicht vaker onder controle

jun 2026 | Jicht

Lees meer over Doorgaan met medicijnen houdt jicht vaker onder controle

SGLT-2-remmers en het risico op reumatische auto-immuunaandoeningen

jun 2026 | Arthritis psoriatica, Diabetes, Reumatoïde artritis, Sclerodermie, Spondyloartritis, Systemische lupus erythematodes

Lees meer over SGLT-2-remmers en het risico op reumatische auto-immuunaandoeningen

De wisselwerking tussen obesitas en mentale gezondheid

jun 2026 | Artrose, Diabetes

Lees meer over De wisselwerking tussen obesitas en mentale gezondheid

Bestaande medicijnen bieden eerste effectieve behandeling ziekte van Sjögren

jun 2026 | Sjögren

Lees meer over Bestaande medicijnen bieden eerste effectieve behandeling ziekte van Sjögren

Effectiviteit en veiligheid van LEVI-04 bij knieartrose

jun 2026 | Artrose

Lees meer over Effectiviteit en veiligheid van LEVI-04 bij knieartrose

Masterclass: Psoriatic Disease recente ontwikkelingen in de behandeling

30 jul 2024 | Psoriasis

Lees meer over Masterclass: Psoriatic Disease recente ontwikkelingen in de behandeling

SpA café 7:
Perifere uitingen van SpA in de klinische praktijk

11 apr 2024 om 18:30 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 7:
Perifere uitingen van SpA in de klinische praktijk

SpA café 5: De nieuwe ASAS-EULAR aanbevelingen voor de behandeling van axSpA

8 nov 2023 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 5: De nieuwe ASAS-EULAR aanbevelingen voor de behandeling van axSpA

SpA café 6: Structurele schade bij axiale SpA

3 okt 2023 om 18:30 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 6: Structurele schade bij axiale SpA

SpA café 3: pijn herkennen en behandelen bij patiënten met SpA

6 mrt 2023 | Arthritis psoriatica, Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 3: pijn herkennen en behandelen bij patiënten met SpA

SpA café 4:
Treat-to-target bij axiale SpA: evidence en praktijkervaringen

4 okt 2022 om 18:30 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 4:
Treat-to-target bij axiale SpA: evidence en praktijkervaringen

Gewone symptomen van zeldzame ziekten

27 sep 2022

Lees meer over Gewone symptomen van zeldzame ziekten

Vaccinatiezorg voor medische risicogroepen

11 aug 2022 | HIV, Stamceltransplantatie, Vaccinatie

Lees meer over Vaccinatiezorg voor medische risicogroepen

Online SpA café 2: Ontwikkelingen in PsA - wat is relevant voor uw spreekkamer?

9 dec 2021 om 18:00 | Arthritis psoriatica, Psoriasis, Spondyloartritis

Lees meer over Online SpA café 2: Ontwikkelingen in PsA - wat is relevant voor uw spreekkamer?
Er zijn geen e-learnings gevonden.
Er zijn geen bijeenkomsten gevonden.

Een pondje minder helpt ziekteactiviteit bij PsA te verlagen

jun 2026 | Arthritis psoriatica

Lees meer over Een pondje minder helpt ziekteactiviteit bij PsA te verlagen

‘Heb je ook klachten van de menopauze?’

jun 2026 | Reumatoïde artritis, Systemische lupus erythematodes, Vasculitis

Lees meer over ‘Heb je ook klachten van de menopauze?’

Minder ruimte voor glucocorticoïden bij vasculitis?

jun 2026 | Vasculitis

Lees meer over Minder ruimte voor glucocorticoïden bij vasculitis?

Eindelijk: een behandeling bij artrose die vaak werkt

jun 2026 | Artrose

Lees meer over Eindelijk: een behandeling bij artrose die vaak werkt

Nieuwe classificatiecriteria voor axSpA schuiven MRI naar voren

jun 2026 | Spondyloartritis

Lees meer over Nieuwe classificatiecriteria voor axSpA schuiven MRI naar voren

Avacopan ook effectief bij ANCA-geassocieerde vasculitis bij behandeling langer dan 1 jaar

jun 2026 | Chronische nierschade

Lees meer over Avacopan ook effectief bij ANCA-geassocieerde vasculitis bij behandeling langer dan 1 jaar

Patiënt met lagere SES krijgt minder vaak pneumokokkenvaccinatie

jun 2026 | Arthritis psoriatica, Reumatoïde artritis, Vaccinatie

Lees meer over Patiënt met lagere SES krijgt minder vaak pneumokokkenvaccinatie

Luchtvervuiling, groene en blauwe ruimtes: reumatologie buiten de spreekkamer

jun 2026 | Artrose, Reumatoïde artritis

Lees meer over Luchtvervuiling, groene en blauwe ruimtes: reumatologie buiten de spreekkamer

JAK-remmer filgotinib verbetert ziekteactiviteit bij axiale spondyloartritis

jun 2026 | Spondyloartritis

Lees meer over JAK-remmer filgotinib verbetert ziekteactiviteit bij axiale spondyloartritis

Psoriatic Disease: het belang van anamnese en het herkennen van rode vlaggen

nov 2022 | Psoriasis

Lees meer over Psoriatic Disease: het belang van anamnese en het herkennen van rode vlaggen

De voor- en nadelen van zorg op afstand: ervaringen van Nederlandse reumatologen tijdens COVID

nov 2020

Lees meer over De voor- en nadelen van zorg op afstand: ervaringen van Nederlandse reumatologen tijdens COVID

Podcast - Terugkerende koortssyndromen: steeds beter te (be)grijpen en behandelen

okt 2020

Lees meer over Podcast - Terugkerende koortssyndromen: steeds beter te (be)grijpen en behandelen

De ACR-adviezen voor reumatologische zorg tijdens de COVID-19-pandemie nader bekeken

aug 2020 | Reumatoïde artritis, Systemische lupus erythematodes

Lees meer over De ACR-adviezen voor reumatologische zorg tijdens de COVID-19-pandemie nader bekeken

MedNet Reumatologie 2026-01

mrt 2026

Lees meer over MedNet Reumatologie 2026-01

MedNet Reumatologie 2025-03

sep 2025

Lees meer over MedNet Reumatologie 2025-03

MedNet Reumatologie 2025-02

jul 2025

Lees meer over MedNet Reumatologie 2025-02

MedNet Reumatologie 2025-01

mrt 2025

Lees meer over MedNet Reumatologie 2025-01

MedNet Reumatologie 2024-03

sep 2024

Lees meer over MedNet Reumatologie 2024-03

MedNet Reumatologie 2024-02

jun 2024

Lees meer over MedNet Reumatologie 2024-02

MedNet Reumatologie 2024-01

mrt 2024

Lees meer over MedNet Reumatologie 2024-01

MedNet Reumatologie 2023-04

dec 2023

Lees meer over MedNet Reumatologie 2023-04

MedNet Reumatologie 2023-02

jun 2023

Lees meer over MedNet Reumatologie 2023-02

Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID

feb 2022

Lees meer over Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID