De terminale renale weerstand bij transplantatie van een nier van een overleden donor is geassocieerd met zowel transplantaat- als patiëntoverleving, maar effecten waren alleen klinisch relevant bij nieren met een hoge KDPI-score. Nakayama et al. stellen dat donornieren met een KDPI ≤ 0,85 niet puur op basis van de renale weerstand mogen worden afgewezen.
Een verhoogde ‘renal resistance’ (renale weerstand) bij hypotherme machineperfusie wordt in het algemeen beschouwd als een indicator voor een slechte kwaliteit van de donornier en is een reden om de nier niet te gebruiken voor transplantatie. Het is echter onbekend of terminale renale weerstand van prognostische waarde is naast de Kidney Donor Profile Index (KDPI). Om dat uit te zoeken analyseerden Amerikaanse onderzoekers gegevens uit de database van het Organ Procurement and Transplantation Network over 36.490 niertransplantaties uitgevoerd met hypotherme machineperfusie tussen 2015 en 2023. In de analyses categoriseerden ze de terminale renale weerstand als < 0,2, 0,2-0,3, 0,3-0,4 of ≥ 0,4 mmHg/ml/minuut.
Een hogere renale weerstand bleek onafhankelijk geassocieerd te zijn met een slechtere 5-jaarsoverleving van het transplantaat, met een HR voor transplantaatverlies van 1,49 (voor renale weerstand ≥ 0,4 versus < 0,2; p < 0,001). Het effect op transplantaatverlies was bescheiden bij donornieren met een KDPI < 0,35 en het sterkst bij een KDPI > 0,85.
Het gebruik van donornieren daalde sterk bij een terminale renale weerstand van 0,3 in alle KDPI-categorieën, maar dat staat niet in verhouding tot het werkelijke risico op transplantaatverlies. Het gebruik van transplantaten met een KDPI ≤ 0,85 en een renale weerstand ≥ 0,30 had naar schatting 357 (95%-BI 304-377) extra transplantaties per jaar kunnen opleveren.
Bron: