In een ingezonden brief aan the British Medical Journal (BMJ) hebben Kees Punt en Robert-Jan Kwakman kanttekeningen geplaatst bij de klinische toepasbaarheid van methylcobalamine ter vermindering van het optreden van hand-voetsyndroom, waarover eerder in MedNet werd bericht.
Hun commentaar is dat het een preventieve strategie betreft die dus aan alle patiënten toegediend moet worden, dat de 3× daagse toediening gedurende ≥ 24 weken belastend kan zijn, en dat dit hand-voetsyndroom niet volledig voorkomt en slechts een minderheid van de patiënten voordeel biedt. Zij wijzen daarom op het orale fluoropyrimidine S‑1 (Teysuno®) als alternatief.
S-1 is in 2022 door de EMA goedgekeurd voor patiënten met gemetastaseerd colorectaal carcinoom die behandeling met 5-FU of capecitabine niet kunnen continueren vanwege hand-voetsyndroom of cardiovasculaire toxiciteit, en deze indicatie is opgenomen in de ESMO‑richtlijnen van 2023 en 2026. Voor S-1 is een vergelijkbare effectiviteit vastgesteld ten opzichte van 5-FU en capecitabine, en na een switch van 5-FU/capecitabine naar S-1 vanwege hand-voetsyndroom werd bij ten minste 94% van de patiënten een vermindering of zelfs het verdwijnen van klachten waargenomen. Ook kon na een switch vanwege (vaak ernstige) cardiovasculaire toxiciteit 99% van de patiënten de geplande behandeling met fluoropyrimidine voltooien. In Nederland is er sinds 2023 bredere vergoeding voor het gebruik van S-1 in de (neo)adjuvante en gemetastaseerde setting waar 5-FU- of capecitabine-gebaseerde therapie leidt tot hand-voetsyndroom of cardiovasculaire toxiciteit, ongeacht de onderliggende tumorsoort.
Bron: