Onderzoek van dr. Leanne van Leeuwen wijst uit dat veel mensen met een afweerstoornis verrassend vaak antistoffen produceren op het mRNA COVID-19 vaccin. Extra doses kunnen in sommige gevallen helpen, maar omdat dat niet altijd het geval is, blijven aanvullend onderzoek en maatwerk belangrijk.
Het grootste deel van het proefschrift ‘Exploring vaccine immunogenicity and vaccination strategies against viral infections in risk populations’ van Leanne van Leeuwen beschrijft de multicenter VACOPID-studie (Vaccination Against Covid-19 in Primary Immune Deficiencies), waarin de immunogeniciteit van COVID-19-vaccinatie werd onderzocht bij meer dan vijfhonderd volwassen patiënten met primaire immuundeficiënties (PID). Omdat anti-SARS-CoV-2-antistoffen ten tijde van de studie nog niet aanwezig waren in de immunoglobulinepreparaten waarmee veel PID-patiënten worden behandeld, bood deze studie een unieke gelegenheid om te onderzoeken hoe het (afwijkende) immuunsysteem reageert op vaccinatie tegen een nieuw pathogeen. De deelnemers ontvingen twee doses van het mRNA-1273-vaccin (Moderna), waarna zowel humorale als cellulaire immuunresponsen werden geëvalueerd.
De resultaten lieten tegen verwachting in zien dat het merendeel van patiënten een adequate immuunrespons ontwikkelde, al waren er duidelijke verschillen tussen de verschillende patiëntencohorten. Patiënten met geïsoleerde antistofdeficiënties bereikten seroconversiepercentages die vergelijkbaar waren met die van controles, hoewel de absolute antistoftiters lager bleven. Ook werden bij deze groep doorgaans adequate T-celresponsen geobjectiveerd.
Binnen de groep patiënten met common variable immunodeficiency (CVID) werd meer heterogeniteit gezien. Hoewel veel patiënten zowel antistof- als T-celresponsen ontwikkelden, lagen de responspercentages lager dan bij controles. Een hogere leeftijd en complexere ziektefenotypes, gekenmerkt door de aanwezigheid van niet-infectieuze complicaties, waren geassocieerd met verminderde vaccinresponsen. Zoals verwacht ontwikkelden patiënten met X-gebonden agammaglobulinemie nauwelijks antistoffen, maar werden wel robuuste SARS-CoV-2-specifieke T-celresponsen aangetoond.
Boostervaccinaties en doorbraakinfecties
Vervolgonderzoek binnen VACOPID richtte zich op de duurzaamheid van de immuunrespons en het effect van aanvullende vaccinaties. Boostervaccinaties resulteerden in een duidelijke toename van zowel antistof- als T-celresponsen bij patiënten met mildere fenotypes. Daartegenover stond dat patiënten met complexe CVID-fenotypes, die vaak al eerder een extra vaccinatie hadden ontvangen wegens onvoldoende respons, nauwelijks profiteerden van aanvullende boosterdoses. Daarnaast bleek dat lage neutraliserende antistoftiters na boostervaccinatie geassocieerd waren met een verhoogd risico op doorbraakinfecties.
Kwaliteit van leven
Naast de landelijke VACOPID studie waren Van Leeuwen en mede-onderzoeker dr. Virgil Dalm ook betrokken bij een internationale survey, geïnitieerd door de internationale patiëntenvereniging IPOPI. Deze survey onderzocht de impact van de COVID-19-pandemie op gezondheid en kwaliteit van leven van patiënten met PID. Een kwart van de deelnemers rapporteerde persisterende post-COVID-klachten, waarbij vermoeidheid de meest voorkomende klacht was. Ook liet de studie zien dat de pandemie een substantiële negatieve invloed had op de ervaren kwaliteit van leven, ook bij patiënten zonder doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie.
De onderzoeksinspanningen rondom patiënten met PID binnen de context van de COVID-19 pandemie bleven binnen de beroepsvereniging niet onopgemerkt. Het proefschrift werd in 2025 bekroond met de proefschriftprijs van de Nederlandse Vereniging voor Allergologie en Klinische Immunologie.
Vaccinaties in andere risicogroepen
Het onderzoek richtte zich ook op andere infectieziekten en vaccinatievraagstukken. Zo werd de immunogeniciteit van MVA-BN-vaccinatie (Imvanex) tegen mpox onderzocht bij laboratoriummedewerkers en MSM. Daarnaast komen het hepatitis B-vaccinatieprogramma onder medische studenten, en een review over vaccinatiegedrag bij reizigers, immuungecompromitteerden en zorgverleners aan bod. Tot slot bevat het proefschrift een narratieve review over ‘exotische’ virussen die hepatitis kunnen veroorzaken. Dit overzichtsartikel, gericht op clinici in niet-endemische gebieden, biedt een praktisch overzicht van virussen die behoren tot de groep virale hemorragische koortsen maar daarbij (in meer of mindere mate) ook hepatitis veroorzaken. Door de recente uitbraken van hantavirus op een cruiseschip en ebola in de DRC blijkt dit onderwerp nu mogelijk actueler dan destijds voorzien.
De Promotie
Op 16 september 2025 promoveerde Leanne van Leeuwen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met het proefschrift getiteld ‘Exploring vaccine immunogenicity and vaccination strategies against viral infections in risk populations’. In dit proefschrift komen diverse vaccins, virale infecties en risicogroepen aan bod, met bijzondere aandacht voor patiënten met aangeboren afweerstoornissen tijdens de COVID-19-pandemie. Het promotietraject stond onder supervisie van promotor prof. dr. E.C.M. van Gorp. Dr. L. Doornekamp, dr. M. Goeijenbier en dr. V.A.S.H. Dalm waren als copromotoren betrokken.
Momenteel is Van Leeuwen werkzaam als aios medische microbiologie in het MUMC