In haar focussed oral liet Mengjie Song (UMCG) zien dat hogere plasma-arseenconcentraties bij niertransplantatiepatiënten onafhankelijk geassocieerd waren met een verhoogd risico op overlijden door alle oorzaken, maar niet met transplantaatfalen. Bovendien vond ze dat er heterogeniteit tussen gemeenten was in de associatie tussen plasma-arseen en mortaliteit in het noorden van Nederland.1
Arseen is een nefrotoxisch zwaar metaal dat voorkomt in het milieu. Blootstelling aan lage concentraties kan al schadelijk zijn voor mensen met kwetsbare nieren, onder wie niertransplantatiepatiënten (KTR’s) vanwege hun enkele (getransplanteerde) werkende nier en levenslange immunosuppressieve therapie. Ondanks de groeiende populatie KTR’s in Nederland, is er weinig bekend over de verdeling van arseenblootstelling onder KTR’s. Song en haar collega’s wilden daarom de geografische spreiding van KTR’s in Noord-Nederland én de associatie tussen arseenblootstelling en niertransplantatie-uitkomsten onderzoeken. Daarvoor voerden ze een prospectief cohortonderzoek uit onder 1.020 KTR’s met een functioneel transplantaat (sinds minimaal 1 jaar) die werden gerekruteerd via de TransplantLines data- en biobank van het UMCG. De deelnemers waren afkomstig uit 75 verschillende gemeenten in Noord-Nederland.
De mediane plasma-arseenconcentratie – gemeten met ICP-MS – was 0,36 µg/l (interkwartielafstand 0,14-1,19 µg/l). De eGFR bleek een onafhankelijke bepalende rol te spelen in de plasma-arseenconcentratie. Gedurende een mediane follow-upperiode van 6,9 jaar overleden 232 (22,7%) KTR’s en ontwikkelden 68 (6,6%) transplantaatfalen. Arseen was geassocieerd met een verhoogd risico op overlijden aan alle oorzaken (HR 1,08; 95%-BI 1,01-1,15), terwijl er geen significant verband was met transplantaatfalen na correctie voor eGFR en dialyseduur. Het effect van arseen op overlijden door alle oorzaken werd gemodificeerd door het eGFR-niveau, het sterkst bij deelnemers met een lage eGFR (< 30 ml/min/1,73 m2; p voor interactie = 0,001). Verder was er geografische heterogeniteit in de associatie tussen arseen en mortaliteit, met de sterkste effecten in noordoostelijke en westelijke gemeenten binnen het onderzoeksgebied.
Bron:
Song M, Wang Y, Rijnks RH, et al. Spatial patterns in arsenic concentrations in kidney transplant recipients and associations with long-term outcomes. ERA Congress 2026, abstract #1403.