Een niet-westerse migratieachtergrond was geassocieerd met een hogere kans op het kiezen van hemodialyse en juist een lagere kans op het kiezen van peritoneale dialyse, niertransplantatie of conservatieve behandeling als voorkeursbehandeling in vergelijking met westerse patiënten. Dat blijkt uit onderzoek dat Esmee Slot (Sint Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein) presenteerde tijdens het ERA-congres.1
Een migratieachtergrond is in verband gebracht met verschillen in nierfunctievervangende therapie bij patiënten met gevorderde chronische nierschade (CNS-stadium 4-5). Het was echter nog onbekend of ook behandelvoorkeuren van deze patiënten met betrekking tot hemodialyse (HD), peritoneale dialyse (PD), niertransplantatie of uitgebreide conservatieve behandeling verschillen tussen migranten en mensen zonder migratieachtergrond. Om dit uit te zoeken analyseerden Slot en collega’s gegevens van 1.015 volwassen patiënten die standaardzorg voor CNS-stadium 4-5 ontvingen in een Nederlands ziekenhuis. Hun migratieachtergrond werd geclassificeerd als westers of niet-westers volgens definities van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Van de 1.015 patiënten hadden er 794 (78,2%) een westerse en 221 (21,8%) een niet-westerse achtergrond. De niet-westerse patiënten waren gemiddeld jonger (mediaan 67 versus 73 jaar), hadden vaker diabetes mellitus (65 versus 40%), een lagere eGFR (13 versus 14 ml/min/1,73 m2) en een lagere sociaaleconomische status. In vergelijking met westerse patiënten kozen patiënten met een niet-westerse achtergrond vaker voor HD als voorkeursbehandeling (gecorrigeerde OR 2,8; 95%-BI 1,9-4,0). Daarentegen werden PD (OR 0,5; 95%-BI 0,3-0,8), preëmptieve niertransplantatie (OR 0,3; 95%-BI 0,1-0,6) en conservatieve behandeling (OR 0,6; 95%-BI 0,3-0,9) significant minder vaak gekozen als voorkeursbehandeling door niet-westerse dan door westerse patiënten. Sensitiviteitsanalyses naar de uiteindelijk ontvangen behandelingsmodaliteiten in plaats van de patiëntvoorkeuren bevestigden deze resultaten en toonden aan dat patiënten met een niet-westerse migratieachtergrond vaker HD (OR 2,9; 95%-BI 1,9-4,4) kregen en minder vaak PD (OR 0,6; 95%-BI 0,4-1,0), niertransplantatie (OR 0,1; 95%-BI 0,0-0,3) en conservatieve behandeling (OR 0,5; 95%-BI 0,3-0,8).
Bron:
Slot E, Boussihmad MA, Dijksman LM, et al. Migration background and treatment preferences in patients with advanced chronic kidney disease. ERA Congress 2026, abstract #3100.