Dapagliflozine vermindert risico op snelle eGFR-daling

Delen via:
ADA 2020

Snelle daling van eGFR is een risico voor een slechte nierprognose op de lange termijn. In een post-hocanalyse van de cardiovasculaire uitkomststudie DECLARE-TIMI 58 is specifiek gekeken naar de eGFR-daling met SGLT2-remmer dapagliflozine.

In de DECLARE-TIMI 58-trial (Dapagliflozin Effect on Cardiovascular Events) is het effect onderzocht van 10 mg dapagliflozine bij in totaal 17.160 patiënten. Geïncludeerde patiënten hadden een HbA1c tussen de 6,5 en 12% (47-107 mmol/mol), een CrCL ≥ 60 ml/min en een gemiddelde eGFR van 85,2 ml/min/1,73 m².

In de DECLARE-TIMI 58-trial waren twee primaire eindpunten: het optreden van MACE en de combinatie van CV-sterfte en ziekenhuisopname voor HF (hHF). Dapagliflozine behaalde non-inferioriteit met betrekking tot MACE en resulteerde in een lager aantal cardiovasculaire overlijdens en hHF.1 De follow-up was 4,2 jaar.

Dapagliflozine versus placebo

In de post-hocanalyse is het risico op een snelle eGFR-daling (FD, vermindering van ≥ 3 ml/min/1,73 m2/jaar) vergeleken tussen dapagliflozine en placebo. In een tijdsbestek van 0,5 jaar (na stabilisatie) tot 4 jaar daalde het percentage FD-patiënten met dapagliflozine met 26,8 vs. 37,1% met placebo (p < 0,0001). Dit gold voor alle subgroepen (tabel).

Figure 3 ADA 2020

Consistente daling

De gemiddelde reductie in eGFR per jaar was 6,3 (3,7) versus 0,0 (2,5) ml/min/1,73 m2/jaar in patiënten met FD (n = 4788) versus patiënten zonder FD (n = 10.224). Met dapagliflozine verminderde het percentage patiënten met FD gedurende de gehele studieperiode (0-4 jaar) met 33,6 vs. 37,0% met placebo (p < 0,0001).

Behoud van nierfunctie

Dapagliflozine verminderde het risico voor FD in een brede populatie type 2-diabetespatiënten met cardiovasculaire ziekten of een verhoogd risico op CVD, maar behield de nierfunctie, ongeacht de patiëntkarakteristieken op baseline.

Bronnen: