Effectiviteit ozanimod versus IFN-β-1a op basis EDSS-score

Delen via:
ACTRIMS 2021

Ongeacht de ernst van de MS aan het begin van de behandeling, leidt ozanimod tot een significante en klinisch belangwekkende vermindering van het jaarlijkse aantal relapsen (ARR) vergeleken met IFN-β-1a. Dit blijkt uit de resultaten van een post-hocanalyse van de fase III-trials SUNBEAM en RADIANCE.

Het doel van de analyse was het evalueren van de effectiviteit van ozanimod en IFN-β-1a afhankelijk van de hoogte van de EDSS-score op baseline. Hierbij werden drie EDSS-categorieën onderscheiden: 0-1,5, 2-3,5 en > 3,5. Vergeleken werd het effect van ozanimod 0,92 mg per dag versus intramusculair toegediende IFN-β-1a 30 µg per week gedurende ≥ 12 maanden in de SUNBEAM-studie en 24 maanden in de RADIANCE-studie. Deze studies telden in totaal 2659 deelnemers.

In elk van de drie EDSS-categorieën was de ARR significant lager bij gebruik van ozanimod dan van IFN-β-1a. De range van de ARR was bij ozanimod 0,09-0,31 en bij IFN-β-1a 0,22-0,49. De incidentieratio varieerde van 0,43 tot 0,62 (95%-BI 0,29-0,84; p ≤ 0,0023). Ook nam in elke EDSS-categorie het aantal hersenlaesies relatief minder toe bij gebruikers van ozanimod; dat gold voor het aantal nieuwe of groeiende T2-laesies over een periode van 12 maanden en GdE-laesies na 12 maanden. Het percentage deelnemers met confirmed disability progression (CDP) na 3 en 6 maanden verschilde in geen enkele EDSS-categorie.

Bron:

Hartung H, et al. Efficacy of ozanimod by baseline EDSS score in RMS: A post hoc, exploratory analysis of pooled data from phase 3 ozanimod trials. ACTRIMS 2021 virtual forum, P046.