Hoewel het verschil tussen de behandelingsgroepen niet statistisch significant was, lijkt fecale microbiotatransplantatie voor actieve ziekte van Crohn effectiever dan een placebo. Mogelijk speelde de grote variatie in de therapeutische potentie van de donoren hierin een rol, concludeerden de Microbial Restoration (MIRO)-onderzoekers uit Melbourne (Australië).1
Bij de ziekte van Crohn zijn de darmmicrobiota aanzienlijk verstoord en fecale microbiotatransplantatie (FMT) is daarom een veelbelovende therapeutische optie. Toch is er nog weinig bewijs voor toepassing van FMT bij actieve ziekte van Crohn. In het MIRO-onderzoek werden de werkzaamheid en veiligheid van FMT beoordeeld bij 103 patiënten met actieve ziekte van Crohn (Crohn’s Disease Activity Index (CDAI) 220-450). Na een 3-weekse ‘optimalisatie’ met een volwaardig voedingspatroon en antibioticakuur werden de deelnemers gerandomiseerd naar anaëroob bereide FMT van 1 donor (n = 70) of een placebo (n = 33) gedurende 8 weken. Bij ziekte proximaal van de flexura splenica werd de behandeling toegediend via gastroscopie in week 0, 2 en 6 (n = 95) en bij ziekte in het colon descendens via coloscopie gevolgd door wekelijkse klysma’s (n = 8).
In week 8 bereikten 40 (57,1%) patiënten in de FMT-groep en 15 (45,5%) in de placebogroep (p = 0,296) een klinische respons, gedefinieerd als ≥ 100 punten CDAI-afname of CDAI < 150. De CDAI-afname was alleen significant in de FMT-groep (p < 0,001). Ook de endoscopische respons (afname van Simple Endoscopic Score for Crohn’s Disease met 25% of naar ≤ 2) kwam vaker voor met FMT (53,3%) dan met een placebo (23,5%; p = 0,047). Verder was er een donoreffect, met duidelijke verschillen tussen de 5 donoren in klinische (43-93%; p = 0,02) en endoscopische responspercentages (31-70%; p = 0,27). Afname van CRP en fecaal calprotectine verschilde niet tussen de groepen. Datzelfde gold voor bijwerkingen, die voornamelijk bestonden uit milde voorbijgaande darmklachten en afwijkende leverfunctietests.
Bron: