Na derde vaccinatie tegen COVID-19 langer immuun

Delen via:
ATS 2022

Na de derde vaccinatie met het BNT162b2 mRNA COVID-19-vaccin neemt de immunogeniciteit langzamer af dan na de tweede vaccinatie. Dat concluderen Israëlische onderzoekers op basis van een prospectieve studie.

Na vaccinatie met een enkelvoudige dosis van het BNT162b2 mRNA COVID-19-vaccin (Pfizer/BioNTech) werd een snelle afname van de antistoftiters gerapporteerd. Om die reden werd een tweede en later ook een derde (booster)vaccinatie geadviseerd. Onderzoekers van het EMMS Nazareth-ziekenhuis in Israël verrichtten een prospectieve studie waarin zij het effect onderzochten van de derde vaccinatie en COVID-19-doorbraakinfecties op de anti-COVID-19-antistoftiters.

Aan de studie namen 100 personeelsleden van het ziekenhuis op vrijwillige basis deel. Vanaf het moment van de tweede vaccinatie monitorden de onderzoekers elke vijf weken hun antistoftiters. Vijf maanden na de tweede vaccinatie werd aan alle deelnemers de derde vaccinatie aanbevolen. Vervolgens werden de deelnemers (al dan niet na toediening van deze derde vaccinatie) nogmaals zeven maanden gevolgd. Naast de bepaling van de antistoftiters namen de onderzoekers elke twee weken en bij klachten een PCR-test af om vast te stellen of deelnemers geïnfecteerd waren met het SARS-CoV-2-virus.

66 deelnemers rondden de complete follow-up af. Voor 62 van hen rapporteerden de onderzoekers de vaccinatie- en infectiestatus en antistoftiters gedurende de studie. Hierbij onderscheidden zij drie groepen:

  • boostergroep (3 vaccinaties; n = 40);
  • infectiegroep (2 vaccinaties + infectie; n = 10);
  • booster-infectiegroep (3 vaccinaties + infectie; n = 12)

De antistoftiters werden gemeten in aantal arbitraire eenheden (AU)/ml en gerapporteerd als log(antistoftiter).

Aan het begin van de studie, op het moment dat de deelnemers de tweede vaccinatie ontvingen, lag de log(antistoftiter) rond de 3. Een maand later lag deze net iets boven de 4. Vervolgens nam de titer weer geleidelijk af. Vijf maanden na de tweede vaccinatie lag de titer weer rond de 3. Onder de deelnemers die een boostervaccinatie ontvingen (zonder bijkomende infectie), steeg de log(antistoftiter) een maand na de derde vaccinatie weer naar een waarde van ongeveer 4 en bleef vrijwel op dat niveau tot het eind van de studie (7 maanden na de derde vaccinatie).

Aan het eind van de studie waren de waarden voor de log(antistoftiters) in de drie groepen deelnemers als volgt:

  • boostergroep: 4,1 (= 12.577 AU/ml);
  • infectiegroep: 4,4 (= 24.525 AU/ml);
  • booster-infectiegroep: 4,7 (= 48.768 AU/ml).

De onderzoekers concluderen dat de afname van de immunogeniciteit na de derde vaccinatie langzamer is dan na de tweede vaccinatie. Het ideale moment voor de derde vaccinatie in immuuncompetente personen moet nog worden vastgesteld.

Bron:

Khoury J, et al. Immunogenicity and antibody titers after BNT162B2 mRNA COVID-19 vaccine, breakthrough infection and booster. ATS 2022 Congress, session B57, abstract P864.

Veel nieuwe ontwikkelingen op 19de Nationale Longkanker Symposium

feb 2017

Lees meer over Veel nieuwe ontwikkelingen op 19de Nationale Longkanker Symposium

Verworven resistentie tegen EGFR-TKI’s

feb 2017

Lees meer over Verworven resistentie tegen EGFR-TKI’s

Interactieve textuuranalyse in CT-scans van de thorax

feb 2017 | ILD

Lees meer over Interactieve textuuranalyse in CT-scans van de thorax

Week van de Longen

feb 2017

Lees meer over Week van de Longen

European Lung Cancer Conference (ELCC 2017)

feb 2017

Lees meer over European Lung Cancer Conference (ELCC 2017)

Longembolie en DVT bij astmapatiënten

feb 2017 | Astma

Lees meer over Longembolie en DVT bij astmapatiënten

Webcast Immuuntherapie: herkennen van bijwerkingen en acties voor de niet-oncoloog

7 sep 2022 om 20:30 | Immuuntherapie

Lees meer over Webcast Immuuntherapie: herkennen van bijwerkingen en acties voor de niet-oncoloog

De wondere wereld van bindweefselziekten

22 jun 2022 | ILD

Lees meer over De wondere wereld van bindweefselziekten

Recidief van chronische rhinosinusitis met nasale poliepen (CRSwNP) na operatie? Wat nu...

22 jun 2022 om 20:00

Lees meer over Recidief van chronische rhinosinusitis met nasale poliepen (CRSwNP) na operatie? Wat nu...

Toegevoegde waarde en praktische toepassing van FeNO bij ernstig astma

16 jun 2022 om 20:00 | Astma

Lees meer over Toegevoegde waarde en praktische toepassing van FeNO bij ernstig astma

Pulmo Pubquiz

31 mei 2022 | COPD, Longoncologie, Pulmonale hypertensie

Lees meer over Pulmo Pubquiz

Small Airways Symposium 2022

10 mei 2022 om 18:00 | Astma, COPD

Lees meer over Small Airways Symposium 2022

Multidisciplinaire aanpak van chronische rhinosinusitis met neuspoliepen (CRSwNP)

30 mrt 2022 om 20:30

Lees meer over Multidisciplinaire aanpak van chronische rhinosinusitis met neuspoliepen (CRSwNP)

Behandeling van eosinofiele aandoeningen EGPA en HES

23 mrt 2022 om 20:30 | Astma

Lees meer over Behandeling van eosinofiele aandoeningen EGPA en HES

Eosinofiel gedreven aandoeningen en de behandeling

23 mrt 2022 om 20:30

Lees meer over Eosinofiel gedreven aandoeningen en de behandeling

Insectengifallergie behandelen met allergie immunotherapie, hoe zinvol is dat?

Lees meer over Insectengifallergie behandelen met allergie immunotherapie, hoe zinvol is dat?

Astma Module 1: Uitdagingen in het diagnostisch proces

Lees meer over Astma Module 1: Uitdagingen in het diagnostisch proces

Astma Module 2: Inzicht in ernstig astma

Lees meer over Astma Module 2: Inzicht in ernstig astma

ERS in ORANJE 2022

maandag 5 sep 2022 van 18:00 tot 21:45 | Pulmonale hypertensie

Lees meer over ERS in ORANJE 2022

Combinatiebehandeling met datopotamab-deruxtecan effectief bij gevorderd NSCLC in fase I-studie

Lees meer
Lees meer over Combinatiebehandeling met datopotamab-deruxtecan effectief bij gevorderd NSCLC in fase I-studie

Langetermijnresultaten eerstelijns pembrolizumab bij gevorderd SCLC

Lees meer
Lees meer over Langetermijnresultaten eerstelijns pembrolizumab bij gevorderd SCLC

Inzicht in rol mutaties bij behandeling met durvalumab plus tremelimumab

Lees meer
Lees meer over Inzicht in rol mutaties bij behandeling met durvalumab plus tremelimumab

Combinatie met amivantamab plus lazertinib geeft respons bij eerder behandeld EGFR+ NSCLC

Lees meer
Lees meer over Combinatie met amivantamab plus lazertinib geeft respons bij eerder behandeld EGFR+ NSCLC

EGFR C797X belangrijke resistentiemutatie na osimertinib

Lees meer
Lees meer over EGFR C797X belangrijke resistentiemutatie na osimertinib

Temozolomide plus nivolumab effectief bij subgroep patiënten met gevorderd SCLC

Lees meer
Lees meer over Temozolomide plus nivolumab effectief bij subgroep patiënten met gevorderd SCLC

Overlevingsvoordeel adjuvant atezolizumab bij PD-L1-positief gereseceerd NSCLC

Lees meer
Lees meer over Overlevingsvoordeel adjuvant atezolizumab bij PD-L1-positief gereseceerd NSCLC

NADIM II-studie bevestigt effectiviteit neoadjuvante chemo-immuuntherapie bij resectabel NSCLC

Lees meer
Lees meer over NADIM II-studie bevestigt effectiviteit neoadjuvante chemo-immuuntherapie bij resectabel NSCLC

Sublobulaire resectie vergelijkbaar met lobectomie bij kleine, perifere NSCLC-tumoren

Lees meer
Lees meer over Sublobulaire resectie vergelijkbaar met lobectomie bij kleine, perifere NSCLC-tumoren

Zorgtransitie: Thuistoedieningspilot met anti-IL5 behandelingen voor ernstig astma

nov 2021 | Astma

Lees meer over Zorgtransitie: Thuistoedieningspilot met anti-IL5 behandelingen voor ernstig astma

MedNet Dermatologie nr 1-2022

jul 2022

Lees meer over MedNet Dermatologie nr 1-2022