‘Kijk bij constitutioneel eczeem niet alleen naar klinische scores, maar bepaal welk effect de behandeling heeft op ziektecontrole, behandeldoelen en patiëntgerapporteerde uitkomsten.’ Dermatoloog-allergoloog Marlies de Graaf van UMC Utrecht laat zien hoe klassieke meetinstrumenten steeds meer plaatsmaken voor persoonlijke diagnostiek.1
Bij constitutioneel eczeem zijn er grote individuele verschillen in ziekteduur, lokalisatie, ernst, comorbiditeit en behandelrespons. Meetinstrumenten zoals EASI, SCORAD en IGA zijn waardevol om behandelingen te kunnen vergelijken en behandelkeuzes te onderbouwen, maar laten niet altijd zien hoe ernstig de ziekte voor de patiënt is.
De Graaf geeft als voorbeeld een patiënt met ernstig eczeem in het gelaat: “De klinische ernst komt niet tot uiting in de EASI-score, omdat het gelaat maar een klein deel is van het lichaamsoppervlak. Ook bij hevige jeuk leidt een donkere huid met weinig zichtbare laesies, ernstige xerose of erytheem ertoe dat de klinische score de ziektelast onderschat.”
Bovendien hebben patiënten in de dagelijkse praktijk vaak meer comorbiditeit en meer comedicatie en zijn zij minder therapietrouw dan patiënten in trials. “Deze verschillen kunnen de interpretatie van de behandeluitkomsten beïnvloeden. Bovendien is de vraag: kijk je alleen naar huiduitkomsten of ook naar betere ziektecontrole en minder last in het dagelijks leven?”
Samen beslissen
Daarom vraagt constitutioneel eczeem om instrumenten die multidimensioneel zijn en meer meenemen dan alleen de huid. “Denk bijvoorbeeld aan slaap, jeuk of psychische belasting. We werken daarom meer met treat-to-targetalgoritmen die aangeven of een behandeling moet worden aangepast.2 Samen beslissen heeft daarin ook een rol.3 In deze nieuwe benadering kiest de patiënt waar hij het meest last van heeft, kiest de arts een overeenkomende patiëntgerapporteerde uitkomstmaat (PROM) en kiezen ze samen een middel dat het meest kansrijk is om het behandeldoel te halen, zoals een lagere NRS-, IGA- of EASI-score. Deze werkwijze maakt minimale ziekteactiviteit steeds vaker een haalbaar behandeldoel.”4
Bronnen:
- De Graaf M. From clinical scoring to precision diagnosis: Evolving tools in AD assessment. EAACI 2026, plenary lecture.
- De Bruin-Weller M, Biedermann T, Bissonnette R, et al. Treat-to-target in atopic dermatitis: an international consensus on a set of core decision points for systemic therapies. Acta Derm Venereol. 2021;101:adv00402.
- Silverberg JI, Gooderham M, Katoh N, et al. Combining treat-to-target principles and shared decision-making: International expert consensus-based recommendations with a novel concept for minimal disease activity criteria in atopic dermatitis. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2024;38:2139-48.
- Melgosa Ramos FJ, Guillén Climent S, Galarreta Pascual M, et al. Minimal disease activity as a therapeutic goal in atopic dermatitis: predictive factors of sustainability in a multicenter cohort. Dermatol Ther (Heidelb). 2026;16:2213-18.