Arts-onderzoeker Elyke Visser onderzocht in de multicenterstudie IBD Value verschillende aspecten rond de implementatie van een zorgpad voor de behandeling van IBD met biologicals en small molecules in Zuidwest-Nederland. Het leverde haar 3 posterpresentaties op tijdens UEG Week 2025 in Berlijn. Implementatie is een uitdaging, maar heeft wel de potentie om het zorggebruik te verminderen en is volgens Visser kosteneffectief.
Het zorgpad IBD bestaat uit protocollen voor de verschillende stadia van de behandeling van IBD. Zo geeft het advies over wanneer een behandeling te starten of te wijzigen en over de frequentie van en de soort follow-up. Visser, promovenda in Franciscus Gasthuis & Vlietland, onderzocht achtereenvolgens in de 8 ziekenhuizen in Zuidwest-Nederland in hoeverre zorgverleners in de periode van eind 2020 tot eind 2023 volgens dit protocol gingen werken en wat daarbij succes- en faalfactoren waren. Ze keek naar door patiënten gerapporteerde uitkomsten (PROM’s) en het zorggebruik en evalueerde de kosteneffectiviteit.
Implementatie
Visser merkte dat de implementatie van het IBD-zorgpad niet eenvoudig was.1 In de planning van polikliniekbezoeken en de aanvraag van bloedonderzoek werden de adviezen goed opgevolgd, maar de registratie van de ziekteactiviteit en therapietrouw na de polikliniekcontroles bleef laag. Ze zag dat voor zorgverleners de verbetering van de samenwerking en de kans om de IBD-zorg te kunnen standaardiseren een stimulans waren voor de implementatie. Maar de moeite om hun werkwijze te veranderen, de complexiteit van de elektronische zorgregistratie en de heterogeniteit van de aandoening maakten de invoering tot een uitdaging. Volgens Visser kan geleidelijke invoering van het zorgpad helpen bij de implementatie. Zij stelt audits met feedback voor om de registratie van taken – die wel zijn uitgevoerd – te verbeteren.
PROM’s
Visser analyseerde over langere tijd in de implementatieperiode de veranderingen in de door patiënten gerapporteerde uitkomsten.2 Patiënten gaven aan dat de controle over de IBD in het algemeen verbeterde, evenals de kans op endoscopische, radiologische en biochemische remissie. De kwaliteit van leven bleef gelijk. Spoedopnamen en gewone ziekenhuisopnamen en de lengte van het verblijf leken niet significant te verminderen. Visser concludeert hieruit dat het zorgpad in potentie het zorggebruik wel kan verminderen, terwijl de kwaliteit van leven gewaarborgd blijft.
Kosteneffectiviteit
Ten slotte zocht Visser de kosteneffectiviteit uit door de zorgkosten en QALY’s van 6 ziekenhuizen waar het zorgpad IBD was ingevoerd te vergelijken met 2 controleziekenhuizen.3 Waar bij ziekenhuizen die werkten volgens het zorgpad de zorgkosten afnamen met ongeveer 2300 euro per patiënt, bleef dat in de controleziekenhuizen beperkt tot ongeveer 647 euro per patiënt. Terwijl de QALY’s niet veranderden. Dat brengt Visser tot de conclusie dat invoering van het zorgpad IBD kosteneffectief is.
Bronnen:
- Visser EH, Allers S, Linschoten R van, et al. Adherence to a care pathway for inflammatory bowel disease in the southwest region of The Netherlands: results of the multicentre cohort study IBD Value. UEG Week, abstract PP0430.
- Visser EH, Linschoten R van, Bodelier C, et al. Improved patient outcomes and decreased healthcare utilisation when using a care pathway for inflammatory bowel disease: results of the multicentre cohort study IBD Value. UEG Week 2025, abstract PP0439.
- Visser EH, Oude Voshaar MA, Linschoten R van, et al. A care pathway for the treatment of IBD reduces healthcare costs and can be cost-effective: results of a multicentre cohort study IBD value. UEG Week 2025, abstract PP0431.