Deense onderzoekers analyseerden gegevens uit een grootschalige, landelijke patiëntenregistratie. ‘Met deze aanpak konden we associaties met behandeluitkomsten van TNF-remmers bepalen bij meer dan 14.000 IBD-patiënten; veel meer dan mogelijk is in klinische onderzoeken, stelde promovendus Mads Lie (Aalborg University, Kopenhagen).1
Niet alle patiënten met IBD reageren even goed op TNF-remmers, zoals infliximab of adalimumab. Zo’n 13-40% van de patiënten ervaart een primaire non-respons (PNR) en bij ongeveer de helft treedt uiteindelijk secundair een verlies van de respons (‘loss of response’, LOR) op. Het was tot nu toe echter niet mogelijk om te voorspellen welke patiënten te maken krijgen met PNR of LOR, want geen van de eerder onderzochte biomarkers is voorspellend genoeg gebleken. Lie en collega’s wilden daarom een fenotype vaststellen voor PNR en LOR op anti-TNF-therapie bij IBD-patiënten. Ze gebruikten daarvoor gegevens van een grote, landelijke registratie. Het voorschrijven van systemische corticosteroïden, een grote IBD-gerelateerde operatie of ziekenhuisopname, geen verlaging van CRP, de noodzaak tot intensivering van de behandeling of een andere biological werden beschouwd als aanwijzingen voor PNR of LOR.
De onderzoekers includeerden alle 14.072 IBD-patiënten in Denemarken die infliximab of adalimumab als eerste biological kregen en de inductiebehandeling voltooiden. Van hen ervoer 19,0% PNR en 43,2% LOR, en bleef 37,8% in remissie. Het LOR-risico was hoger bij een langere tijd totdat werd gestart met een biological. Het gebruik van een immunomodulator tijdens de inductiefase en het mannelijk geslacht boden daarentegen bescherming. Verder waren er verschillende associaties van behandelresultaten met biochemische bepalingen op baseline en met polygene risicoscores. Tot slot presenteerde Lie een voorspelmodel met een matige voorspellende waarde voor PNR op infliximab (‘area under the curve’ 0,72 voor colitis ulcerosa en 0,74 voor de ziekte van Crohn). Op basis van dit model kunnen clinici mogelijk eerder een verandering in de behandelstrategie inzetten.
Bron: