‘AI brengt je bij de kern van de wetenschap: hypothesen genereren’

Delen via:

RA en andere reumatische ziektebeelden zijn onvoldoende gedifferentieerd, wat vooruitgang bij de behandeling in de weg staat. Reumatoloog dr. Rachel Knevel uit het LUMC heeft met unsupervised learning nieuwe RA-fenotypen onderscheiden op basis van patronen in gewrichtsschade. Deze resultaten maken gericht onderzoek naar ziekteprocessen en gepersonaliseerde behandelstrategieën mogelijk. “Ik noem het reumatologie 2.0.”

Dr. Rachel Knevel is veel méér dan reumatoloog alleen. Ze heeft in 2018 haar eigen Data Science Group bij de afdeling Reumatologie van het LUMC opgezet. In Leiden is ze sinds kort ook Chief Research Information Officer. Knevel promoveerde op genetische aspecten van reumatische aandoeningen. “Daarna heb ik postdoctoraal onderzoek aan de Harvard Medical School in Boston gedaan om verder in de bio-informatica te duiken”, vertelt Knevel. “RA en andere reumatische aandoeningen zijn heel heterogeen in de reacties op behandelingen op de korte en lange termijn; bovendien kennen we de oorzaken van deze ziekten nog steeds niet goed. Mijn theorie was destijds al dat de ziektebeelden onvoldoende zijn gedefinieerd. Als je niet weet welke subgroepen er zijn, kun je de oorzaken moeilijk bestuderen. Maar als je de oorzaken niet kent, hoe kun je dan de diverse ziektebeelden onderscheiden?”

Digital twins

Om uit deze patstelling te komen, ontwikkelt en gebruikt Knevel onder meer unsupervised patroonherkenning. “Dat vind ik vooral mooi aan AI en data science: unsupervised learning, werkelijke patronen in data herkennen. Dus niet een vooraf gemaakte aanname testen, zoals de associatie tussen roken en RA. Nee, onze enige aanname is, dat er relevante subgroepen te onderscheiden zijn. Ik noem het reumatologie 2.0. Het ligt in het verlengde van wat wij als artsen al doen: patroonherkenning in de kliniek, maar dan met grootschalige datasets, om nog onbekende patronen te vinden.” Ze doet dit in Leiden, maar ook in Europees verband, in het door haar geleide consortium SPIDeRR (Stratification of Patients using advanced Integrative modeling of Data eRoutinely acquired for diagnosing Rheumatic complaints); zie https://spiderr-project.eu.

Reumatologie 2.0 leidt volgens Knevel richting het creëren van digital twins. Ze legt uit: “Een digital twin is een foundational model van alle mogelijke datacomponenten van patiënten, waaronder genetische profielen, serologische markers en patiëntgerapporteerde uitkomsten. Ook large language models zoals ChatGPT berusten op foundational models. Een dergelijk model heeft dermate veel inzicht in de structuur van data, dat het antwoord kan geven op vragen die je niet op voorhand had bedacht. Welke vraag je ook stelt, je krijgt een antwoord.”

Verbeterde taxonomie

Knevel vertelt wat zij voor ogen heeft met digital twins, of eigenlijk met een grote set aan twins, een digital family: “De ziektetaxonomie verbeteren. In eerste instantie van RA, omdat de datasets van RA het grootst zijn. We willen betere subsets identificeren van patiënten bij wie dezelfde factoren de ziekte hebben veroorzaakt, en bij wie mogelijk dezelfde behandeling effectief is.”

Een digital twin c.q. digital family is reumatologiebreed toepasbaar. “We analyseren iedereen die verwezen wordt naar de reumatoloog en onder onze zorg blijft, dus patiënten met RA, maar ook met systemische lupus, arthritis psoriatica, vasculitis, enzovoort. Kunnen we met datagedreven analyse nog sneller betere patronen herkennen dan artsen nu kunnen?” Knevel hoopt met een verbeterde taxonomie zowel medicatieonderzoek als de fundamentele biologie en immunologie te stimuleren. “Hoe beter je weet welke ziekte iemand precies heeft, des te beter kun je op zoek naar de beste behandeling.”

Door in het foundational model ook informatie over de periode voorafgaand aan de ziekte mee te nemen, hoopt Knevel meer aanwijzingen te krijgen over de oorzaken van de ziekte – en daarmee over risicofactoren. Via exploratie van het verleden hoopt Knevel ook toekomstvoorspellingen te kunnen doen. “Structuren die in de digital family worden gevangen, kunnen wellicht antwoord helpen geven op de vraag: hoe zal het de patiënt vergaan die ik nu voor me heb?”

Twee voorbeeldstudies

Het onderzoek van Knevel is hypothesegenererend. “Je kunt totaal nieuwe dingen ontdekken, wat toch de kern van wetenschap is. In eerste instantie vinden we associaties, zonder causaliteit te kunnen aantonen. Maar we geven het onderzoek zodanig vorm, dat de kans op causaliteit hoger is. Om causaliteit aan te tonen, hebben we dan alsnog een hypothesegedreven studie nodig.”

Knevel licht 2 studies toe die haar werkwijze illustreren. In de ene studie zijn RA-patiënten geclusterd op baseline, in de andere zijn ze geclusterd over de tijd.

In de eerste studie zijn baseline-gegevens van 1387 RA-patiënten uit het LUMC gebruikt.1 Knevel: “We denken dat bij de eerste presentatie bij de reumatoloog het ziektepatroon al informatief is voor eventuele subgroepen. We hebben in dit geval wel degelijk een selectie gemaakt van data die we gebruiken. Ik noem dit wel semi-supervised. In totaal hebben we bijna 400 variabelen in het model gestopt, waaronder natuurlijk leeftijd, geslacht en anti-CCP-positiviteit, maar ook de locatie van de betrokken individuele gewrichten. De voorgeschiedenis is niet meegenomen. Die heeft waarschijnlijk ook invloed op het ziektebeeld, maar creëert te veel ruis.”

Vier RA-fenotypes

De conclusie van de studie luidt, dat er bij RA een verschil is tussen patiënten met voornamelijk voetklachten versus handklachten. Hierbij kwamen volgens Knevel 4 klinische fenotypes, 4 nieuwe patronen van gewrichtsaantasting naar voren: “Artritis met voornamelijk voetbetrokkenheid, seronegatieve artritis met voornamelijk handbetrokkenheid, polyartritis en seropositieve oligoartritis. Deze patronen waren niet gecorreleerd met symptoomduur. Diverse analyses, van bijvoorbeeld subselecties, hebben de resultaten bevestigd.”

Een belangrijke aanwijzing voor de relevantie van de gevonden clusters was dat ze verschillend reageerden op methotrexaat. De respons in het handcluster, vooral bij ACPA-positieve patiënten, was veel beter dan in het voetcluster (HR 0,37, p<0,001) en in het cluster met polyartritis (HR 0,33, p=0,005). Deze resultaten waren onafhankelijk van de ziekteactiviteit en klinische markers op baseline. Analyse van de synoviale histologie liet verschillende ontstekingspatronen binnen de clusters zien, wat kan wijzen op verschillende onderliggende biologische mechanismen.

Klinische toepasbaarheid

Over de klinische toepasbaarheid van de resultaten is Knevel erg terughoudend. “In puur wetenschappelijke zin is dit bewijs voldoende solide: de effectgrootte is goed, met een significante p-waarde. Voor klinische toepassing zit er echter nog te veel ruis rond het slagen van methotrexaat, zijn er te veel persoonlijke factoren die ook meespelen: metabolisering, bijwerkingen, niet-ziektegerelateerde factoren. Voorspelling op basis van de clusters geeft een iets beter resultaat dan random, maar niet heel veel beter. Let wel: dat geldt ook voor anti-CCP. Terwijl in al onze richtlijnen staat dat we patiënten met anti-CCP-positieve ziekte sneller en agressiever moeten behandelen.”

Knevel zou graag beter uitzoeken waarom het effect van methotrexaat per cluster varieert. “Dan kom je toch weer bij de etiologie: wat zijn de essentiële verschillen tussen mensen met hand- en met voetartritis? Mogelijk ontstaat bij voet- en ook bij polyartritis separaat een pijnprobleem. Dat los je niet op met methotrexaat.”

Knevel en haar groep hebben aan de hand van oude trialdata ook nog gekeken of andere medicijnen beter werken. “We zagen dat alleen het cluster met handartritis goed reageerde; goede medicatie voor de andere clusters ontbreekt eenvoudig nog. Als we daar induiken, kunnen we misschien nieuwe medicijnen ontwikkelen.”

Clustering over tijd

In de tweede studie die Knevel toelicht, stond de evolutie van het ziektebeeld bij RA centraal.2 De conclusie: er lijkt een onderscheid te zijn tussen patiënten met voornamelijk ontsteking in de gewrichten versus patiënten met voornamelijk ontsteking in het bloed. De studie was semi-supervised, mede door omstandigheden. Knevel: “We hebben ons beperkt tot klinische en hematologische kenmerken die in ieder geval bij 2 cohorten beschikbaar waren: ons eigen cohort en TACERA, een kleiner Brits cohort. In de eerstgenoemde studie hadden we namelijk veel moeite de resultaten te repliceren in andere cohorten, want die bevatten geen data over voeten en over individuele gewrichten.”

Het Leidse cohort (n=1237) en TACERA (n=243) bestonden uit patiënten met beginnende RA. Geanalyseerd werden bloedwaarden en de tender joint count en swollen joint count van 28 gewrichten (TJC28 en SJC28); de voeten bleven buiten beschouwing. “We hebben gekeken of unsupervised patronen werden herkend”, aldus Knevel. “We zagen bij clustering primair 2 groepen: mensen met vooral veel ontstekingsfactoren in het bloed en minder in de gewrichten; en mensen met prominente ontstekingen in de gewrichten en minder in het bloed. Deze bevinding was verbazend consistent over de tijd.”

Vier trajecten

In deze studie werden bij de ziektestadia 4 trajecten gezien:

  1. hoge erytrocytensedimentatie (ESR);
  2. snelle progressie van veel ontstoken gewrichten naar remissie;
  3. hoge leukocytenwaarden;
  4. veel ontstoken gewrichten met een slechte prognose.

Systemische versus lokale ontstekingspatronen vertoonden een matige voorspelbaarheid bij aanvang in traject 1 en 2; andere trajecten waren minder voorspelbaar. Trajecten 3 en 4 vertoonden op baseline nog een sterke gelijkenis met traject 2, maar ontwikkelden zich tot minder gunstige trajecten. Patiënten in traject 1 waren vaker vrouw en gemiddeld ouder. Knevel tekent aan dat de verschillen in de trajecten niet verklaard worden door de ziekteactiviteit bij aanvang of de duur van de symptomen, en evenmin door de behandeling: “Patiënten die niet goed reageerden, kregen extra soorten behandeling. Dus de reumatoloog deed echt zijn best.”

Knevel besluit: “In de 2 aangehaalde studies hebben we patronen gevonden die belangwekkend lijken en de basis kunnen vormen voor goed geïnformeerde vervolgstudies. Andere onderzoeksgroepen zoeken weer op andere manieren naar subgroepen, bijvoorbeeld op basis van weefselbiopten. Uiteindelijk moet je alle verschillende nieuwe taxonomieën, indelingen, subgroepen weer matchen. Door ze over elkaar heen te leggen, creëer je weer een nieuw patroon.”

Referenties

  1. Maarseveen TD, Maurits MP, Coletto LA, et al. Location and amount of joint involvement differentiates rheumatoid arthritis into different clinical subsets. NPJ Digit Med. 2025;8(1):623.
  2. Steinz N, Maarseveen TD, van den Akker EB, et al. Time-independent disease state identification defines distinct trajectories determined by localised vs systemic inflammation in patients with early rheumatoid arthritis. Ann Rheum Dis. 2025;84(8):1301-12.

 

Monogenetische ziekten bieden nieuwe inzichten

okt 2017

Lees meer over Monogenetische ziekten bieden nieuwe inzichten

Meer myocardinfarcten bij artritispatiënten

okt 2017 | Arthritis psoriatica, Artrose

Lees meer over Meer myocardinfarcten bij artritispatiënten

Negatieve regulatie NF-κB en inflammasoom bij ontsteking

okt 2017

Lees meer over Negatieve regulatie NF-κB en inflammasoom bij ontsteking

Echografie is voorspeller voor primair Sjögren

okt 2017 | Sjögren

Lees meer over Echografie is voorspeller voor primair Sjögren

Arbeidsongeschiktheid bij RA voorkomen

okt 2017 | RA

Lees meer over Arbeidsongeschiktheid bij RA voorkomen

Betere uitkomsten met baricitinib

okt 2017 | RA

Lees meer over Betere uitkomsten met baricitinib

SpA café 10: Jubileumeditie!

11 dec 2025 om 18:30 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 10: Jubileumeditie!

Reumatologie Quiz 2025

25 nov 2025 om 20:00 | Arthritis psoriatica, RA, Sclerodermie

Lees meer over Reumatologie Quiz 2025

Gordelroospreventie in medische risicogroepen - van indicatie tot vaccinatie

2 jul 2025 om 20:00 | Vaccinatie, Virale infecties

Lees meer over Gordelroospreventie in medische risicogroepen - van indicatie tot vaccinatie

PsD Hand in hand: De kracht van samenwerking tussen dermatoloog en reumatoloog

30 jun 2025 om 20:00 | Arthritis psoriatica, Artritis, Psoriasis

Lees meer over PsD Hand in hand: De kracht van samenwerking tussen dermatoloog en reumatoloog

Keynote webinar | Spotlight on advances in lupus

27 mei 2025

Lees meer over Keynote webinar | Spotlight on advances in lupus

SpA café 9: Patiëntspecifiek behandelen bij uitzonderingen zoals uveïtis

15 mei 2025 om 18:30 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 9: Patiëntspecifiek behandelen bij uitzonderingen zoals uveïtis

SpA café 8:
De nieuwe richtlijnen voor Arthritis Psoriatica

2 okt 2024 om 18:30 | Arthritis psoriatica, Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 8:
De nieuwe richtlijnen voor Arthritis Psoriatica

Masterclass: Psoriatic Disease recente ontwikkelingen in de behandeling

30 jul 2024 | Artritis, Psoriasis

Lees meer over Masterclass: Psoriatic Disease recente ontwikkelingen in de behandeling

SpA café 7:
Perifere uitingen van SpA in de klinische praktijk

11 apr 2024 om 18:30 | Spondyloartritis

Lees meer over SpA café 7:
Perifere uitingen van SpA in de klinische praktijk
Er zijn geen e-learnings gevonden.
Er zijn geen bijeenkomsten gevonden.

Respons op methotrexaat verbetert met goedkope en veilige interventie

nov 2025 | RA

Lees meer over Respons op methotrexaat verbetert met goedkope en veilige interventie

Machinelearningmodel voorspelt huidverbetering bij sclerose vroeg en accuraat

nov 2025 | Sclerodermie

Lees meer over Machinelearningmodel voorspelt huidverbetering bij sclerose vroeg en accuraat

Flowcytometrie voor snelle bepaling van interferonactiviteit bij kinderen

nov 2025 | JIA, SLE

Lees meer over Flowcytometrie voor snelle bepaling van interferonactiviteit bij kinderen

De expert tipt: deze ACR-presentaties zijn direct toepasbaar in de praktijk

nov 2025 | Arthritis psoriatica, Psoriasis, RA, SLE

Lees meer over De expert tipt: deze ACR-presentaties zijn direct toepasbaar in de praktijk

Late breaker: deucravacitinib bij PsA werkzaam en veilig tot week 52

nov 2025 | Arthritis psoriatica

Lees meer over Late breaker: deucravacitinib bij PsA werkzaam en veilig tot week 52

Combinatie van denosumab en romosozumab: wel anabole werking, geen rebound

nov 2025 | Osteoporose

Lees meer over Combinatie van denosumab en romosozumab: wel anabole werking, geen rebound

Real-world studie: filgotinib geeft snelle en aanhoudende verbetering bij RA

nov 2025 | RA

Lees meer over Real-world studie: filgotinib geeft snelle en aanhoudende verbetering bij RA

“Opvlammingen? Vraag je patiënt eens naar voeding, vitaminen en voltage”

nov 2025 | Artritis, Fibromyalgie

Lees meer over “Opvlammingen? Vraag je patiënt eens naar voeding, vitaminen en voltage”

De nauwkeurige handscans van Arthur en Diana schelen de staf veel tijd

nov 2025 | Arthritis psoriatica, Artrose, RA

Lees meer over De nauwkeurige handscans van Arthur en Diana schelen de staf veel tijd

Psoriatic Disease: het belang van anamnese en het herkennen van rode vlaggen

nov 2022 | Psoriasis

Lees meer over Psoriatic Disease: het belang van anamnese en het herkennen van rode vlaggen

De voor- en nadelen van zorg op afstand: ervaringen van Nederlandse reumatologen tijdens COVID

nov 2020

Lees meer over De voor- en nadelen van zorg op afstand: ervaringen van Nederlandse reumatologen tijdens COVID

Podcast - Terugkerende koortssyndromen: steeds beter te (be)grijpen en behandelen

okt 2020

Lees meer over Podcast - Terugkerende koortssyndromen: steeds beter te (be)grijpen en behandelen

De ACR-adviezen voor reumatologische zorg tijdens de COVID-19-pandemie nader bekeken

aug 2020 | RA, SLE

Lees meer over De ACR-adviezen voor reumatologische zorg tijdens de COVID-19-pandemie nader bekeken

MedNet Reumatologie 2025-03

sep 2025

Lees meer over MedNet Reumatologie 2025-03

MedNet Reumatologie 2025-02

jul 2025

Lees meer over MedNet Reumatologie 2025-02

MedNet Reumatologie 2025-01

mrt 2025

Lees meer over MedNet Reumatologie 2025-01

MedNet Reumatologie 2024-03

sep 2024

Lees meer over MedNet Reumatologie 2024-03

MedNet Reumatologie 2024-02

jun 2024

Lees meer over MedNet Reumatologie 2024-02

MedNet Reumatologie 2024-01

mrt 2024

Lees meer over MedNet Reumatologie 2024-01

MedNet Reumatologie 2023-04

dec 2023

Lees meer over MedNet Reumatologie 2023-04

MedNet Reumatologie 2023-02

jun 2023

Lees meer over MedNet Reumatologie 2023-02

MedNet Reumatologie 2023-01

mrt 2023

Lees meer over MedNet Reumatologie 2023-01

Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID

feb 2022

Lees meer over Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID