Oefentherapie bij artrose leidt tot kleine en veelal kortdurende verbeteringen in pijn en functie. Dat blijkt uit een internationale overzichtsstudie, waaraan onder andere de Vrije Universiteit Amsterdam meewerkte.
Lichaamsbeweging wordt aanbevolen als eerstelijnsbehandeling voor verschillende vormen van artrose. De effectiviteit van lichaamsbeweging bij artrose is echter nog steeds controversieel en recent onderzoek suggereert dat de voordelen van lichaamsbeweging mogelijk worden overschat.
In de overzichtsstudie werden voor knieartrose kleine kortetermijneffecten gevonden van oefentherapie ten opzichte van placebo en geen behandeling. De zekerheid van het bewijs was echter zeer laag, en in grotere of langer durende studies waren de effecten kleiner.
Bij heupartrose werd op basis van matig bewijs een verwaarloosbaar effect gezien, terwijl bij handartrose sprake was van kleine effecten. Voor enkelartrose was het bewijs beperkt.
In vergelijkingen met andere interventies, waaronder voorlichting, manuele therapie, analgetica en intra-articulaire injecties, liet oefentherapie vergelijkbare uitkomsten zien. In afzonderlijke studies bij geselecteerde populaties bleek oefentherapie op langere termijn minder effectief dan chirurgische interventies zoals osteotomie of gewrichtsvervanging van knie of heup.
Het bewijsmateriaal over de effecten van oefentherapie bij artrose blijft grotendeels onzeker. De beschikbare gegevens suggereren dat de effecten klein of van korte duur zijn en vergelijkbaar met, of soms minder effectief dan, andere behandelopties.
Bron: