Verschillende vormen van gedragstherapie, vooral zogenaamde hersen-darm-gedragstherapieën, zijn effectief voor de algemene symptomen van het prikkelbaredarmsyndroom. Dat blijkt uit een systematische review en netwerkmeta-analyse van Thakur en collega’s. De zekerheid van het bewijs voor alle vergelijkingen werd echter beoordeeld als laag of zelfs zeer laag.
Behandelrichtlijnen voor het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) adviseren om gedragstherapieën als behandeling te overwegen. Daaronder vallen hersen-darmtherapieën met specifieke technieken, zoals PDS-specifieke cognitieve gedragstherapie (CGT) of darmgerichte hypnotherapie, maar ook meer algemene technieken, zoals stressmanagement of ontspanningstraining. Daarnaast bestaan gedragstherapieën die niet als hersen-darmtherapieën worden beschouwd, waaronder digitale therapievormen. Het doel van Thakur et al. was om de effectiviteit van beschikbare gedragstherapieën bij PDS met elkaar te vergelijken in een systematische review en netwerkmeta-analyse.
De onderzoekers doorzochten de grootste literatuurdatabases naar gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT’s) waarin gedragstherapieën voor volwassenen PDS-patiënten met elkaar of met een controlegroep werden vergeleken. Ze vonden 67 geschikte RCT’s met in totaal 7.441 deelnemers. Effectiviteit van de therapieën drukten ze uit als relatief risico (RR) voor het niet verbeteren van PDS-symptomen na behandeling. Daarnaast rangschikten ze de therapieën op basis van hun P-score: de gemiddelde mate van zekerheid dat de ene behandeling beter is dan de andere, berekend over alle concurrerende therapieën.
De volgende gedragstherapieën bleken effectief: CGT met minimaal contact (RR 0,55; 95%-BI 0,39-0,76; P-score 0,78), zelfmanagement van ziekte, telefonisch (0,57; 95%-BI 0,41-0,80; P-score 0,75), dynamische psychotherapie (0,59; 95%-BI 0,43-0,80; P-score 0,72), CGT (0,65; 95%-BI 0,53-0,80; P-score 0,64), zelfmanagement van ziekte (0,68; 95%-BI 0,50-0,92; P-score 0,58), internetgebaseerde CGT met minimaal contact (0,77; 95%-BI 0,61-0,96; P-score 0,43) en darmgerichte hypnotherapie (0,79; 95%-BI 0,66-0,95; P-score 0,39). Echter, de Cochrane-tool voor beoordeling van het risico op bias gaf aan dat geen enkele RCT een laag risico op bias had.
Bron: