Hypertoon zout en carbocisteïne zorgen allebei gedurende 52 weken niet voor significant minder longexacerbaties bij patiënten met bronchiëctasieën. Een Engelse studie heeft dat laten zien.
Richtlijnen voor bronchiëctasieën zijn inconsistent wat betreft effectiviteit van muco-actieve middelen. Het gebruik daarvan varieert geografisch. Er zijn grote studies nodig om de veiligheid en effectiviteit vast te stellen.
Deze open-label, gerandomiseerde studie vond plaats in 20 centra in het VK. De deelnemers (niet-rokers) hadden non-cystic fibrosis bronchiëctasieën met frequente longexacerbaties en dagelijkse sputumproductie. Alle deelnemers kregen standaardzorg en werden ingedeeld in 4 groepen: hypertoon zout, hypertoon zout en carbocisteïne, carbocisteïne of alleen standaardzorg. De onderzoekers vergeleken wel hypertoon zout met geen hypertoon zout, en wel carbocisteïne met geen carbocisteïne. Er waren 2 groepen in iedere categorie. Primaire uitkomst was het aantal longexacerbaties gedurende 52 weken. De belangrijkste secundaire uitkomsten waren scores op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven, tijd tot een volgende exacerbatie en veiligheid.
Er werden 288 deelnemers gerandomiseerd. Het gemiddeld aantal exacerbaties in 52 weken was 0,76 met hypertoon zout versus 0,98 zonder hypertoon zout, en 0,86 met carbocisteïne versus 0,90 zonder carbocisteïne. Er waren geen verschillen in secundaire uitkomsten en incidentie van (ernstige) bijwerkingen.
Bron: