Het is al langer bekend dat koffie positieve effecten heeft op de spijsvertering en het humeur, maar het mechanisme daarachter was nog grotendeels onduidelijk. Nieuw onderzoek van University College Cork – gefinancierd door het Institute for Scientific Information on Coffee, bestaande uit 5 grote Europese koffieproducenten – brengt daar verandering in.
Er deden 31 koffiedrinkers mee (dagelijks 3-5 kopjes) en 31 mensen die geen koffie drinken mee aan hun studie. Bij de koffiedrinkers bleken meer gunstige darmbacteriën aanwezig, zoals Eggertella sp (draagt bij aan de afscheiding van maag- en darmzuren) en Cryptobacterium curtum (betrokken bij de productie van galzuren).
De koffiedrinkers stopten eerst 2 weken met koffie. Hierin traden duidelijke veranderingen op in de metabolieten van hun darmmicrobioom, vergeleken met de niet-koffiedrinkers. Na de onthoudingsperiode werd koffie (alleen) bij de 31 koffiedrinkers opnieuw geïntroduceerd, maar ze wisten niet of ze cafeïnevrije (n = 15) of cafeïnehoudende (n = 16) koffie kregen. Na 35 dagen rapporteerden alle deelnemers minder stress, depressieve gevoelens en impulsiviteit. Koffie had dus een positief effect op het humeur, ongeacht het cafeïnegehalte. Er waren wel andere verschillen tussen gewone en cafeïnevrije koffie. Alleen bij deelnemers die cafeïnevrije koffie dronken, waren er verbeteringen in leervermogen en geheugen. Blijkbaar zijn andere stoffen in koffie, zoals polyfenolen, verantwoordelijk voor deze cognitieve voordelen. Daarentegen werd cafeïnehoudende koffie geassocieerd aan een betere concentratie, minder angstgevoelens én aan een lager risico op ontstekingen.
De onderzoekers concluderen dat koffie verschillende potentiële langetermijnvoordelen biedt voor een gezonder microbioom en past in een gezond dieet.
Bronnen
Boscaini S, Bastiaanssen TFS, Moloney GM, et al. Habitual coffee intake shapes the gut microbiome and modifies host physiology and cognition. Nat Commun. 2026;17:3439.