In de GLISTEN-studie gaf linerixibat bij patiënten met primaire biliaire cholangitis een significante verbetering van jeuk ten opzichte van placebo. Deze bevinding ondersteunt het potentieel van linerixibat om een belangrijk symptoom van PBC aan te pakken, al ging dat wel gepaard met een (verwachte) toename van diarree.
Cholestatische pruritus komt veel voor, maar wordt onvoldoende behandeld bij primaire biliaire cholangitis (PBC). Linerixibat is een orale remmer van de ileale galzuurtransporter (IBAT) die zorgt voor minder heropname van galzuren. Hirschfield en collega’s onderzochten de effectiviteit en veiligheid van linerixibat als antipruritische therapie bij PBC-patiënten in de internationale, dubbelblinde fase III GLISTEN-studie. Ze rekruteerden PBC-patiënten met matige tot ernstige pruritus volgens de Worst Itch Numerical Rating Scale (WI-NRS; score ≥ 4) in 115 centra in 19 landen en randomiseerden 238 deelnemers naar orale linerixibat 40 mg tweemaal daags (n = 119) of een placebo (n = 119).
Het primaire eindpunt was de verandering in pruritus op de WI-NRS – variërend van 0 (geen jeuk) tot 10 (ergst denkbare jeuk) – gedurende 24 weken. Ten opzichte van baseline nam de jeuk significant af bij patiënten die linerixibat kregen (–2,86; 95%-BI –3,23 tot –2,50) vergeleken met placebo (–2,15; 95%-BI –2,51 tot –1,78; gecorrigeerd gemiddeld verschil –0,72; 95%-BI –1,15 tot –0,28; p = 0,0013). Gastro-intestinale bijwerkingen kwamen vaker voor met linerixibat dan met placebo. Diarree kwam het meest voor (respectievelijk 61 en 18%). Daarnaast had respectievelijk 18 en 3% van de deelnemers last van buikpijn. Bij 8 (7%) patiënten in de linerixibat-groep werd de behandeling stopgezet vanwege gastro-intestinale bijwerkingen (waarvan 5 vanwege diarree) tegenover 1 in de placebogroep. Ernstige bijwerkingen werden gemeld bij 14 (12%) patiënten met linerixibat en 4 (3%) met placebo.
Bron: