Een gedragsinterventieprogramma ter bevordering van de vochtinname voor de secundaire preventie van nierstenen leidde niet tot een vermindering van terugkerende nierstenen gedurende een follow-upperiode van 2 jaar. Wel leidde het tot een enigszins hoger urinevolume in vergelijking met de op richtlijnen gebaseerde zorg.
Een verhoogde vochtinname wordt aanbevolen om het risico op terugkerende nierstenen te verlagen. Hierbij is therapietrouw echter een uitdaging en bovendien is nog niet goed onderzocht of interventies om een hoge vochtinname vol te houden wel effectief zijn. Voor dit onderzoek rekruteerden Desai en collega’s daarom 1.658 patiënten (vanaf 12 jaar) met een voorgeschiedenis van nierstenen en een laag 24-uurs urinevolume uit 6 academische centra in de Verenigde Staten. Zij werden gerandomiseerd naar een gedragsinterventieprogramma (n = 826) of een controlegroep die standaardzorg kreeg conform de richtlijnen (n = 832). De interventie – ontworpen om de vochtinname te bevorderen – bestond uit meerdere componenten, waaronder een vochtvoorschrift, financiële prikkels om dit vochtvoorschrift te volgen en coaching.
Na een mediane follow-up van 738 dagen (interkwartielafstand 711-778) traden bij 154 (19%) deelnemers in de interventiegroep en 165 (20%) in de controlegroep symptomatische episoden van nierstenen op (HR 0,96; 95%-BI 0,77-1,20). Het 24-uurs urinevolume nam in beide groepen toe ten opzichte van de baseline en was in de interventiegroep na 6, 12, 18 en 24 maanden hoger dan in de controlegroep. Aandrang en frequent en nachtelijk plassen kwamen vaker voor in de interventiegroep dan in de controlegroep, maar alleen na 6 en 12 maanden. Verder was er geen verschil tussen de groepen in het ontwikkelen van grotere nierstenen (≥ 2 mm) en de vorming van nieuwe stenen. Er waren geen gevallen van hyponatriëmie waarvoor ziekenhuisopname nodig was.
Bron: