Een grotere interferentiepassing (700 µm) levert bij ongecementeerde knieprothesen geen extra primaire stabiliteit op ten opzichte van 350 µm, maar veroorzaakt wel meer blijvende botdeformatie. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Esther Sánchez Garza.
Sánchez Garza onderzocht in haar proefschrift Fit for Stability: Assessing the Role of Interference Fit in Cementless Knee Implant Stability hoe verschillende niveaus van interferentiepassing en oppervlakte-eigenschappen de stabiliteit van ongecementeerde knieprothesen beïnvloeden.
Vergelijking van 2 passingsniveaus (350 µm en 700 µm) toonde geen significante verschillen in microbewegingen of stabiliteit. Een grotere passing veroorzaakte echter meer blijvende botdeformatie zonder extra fixatievoordeel. De wrijvingscoëfficiënt bleek hoger bij ruwere implantaatoppervlakken, wat wijst op een sterkere mechanische interactie met het bot.
Realistische belastingconfiguraties en simulaties benadrukten dat lokale krachten en anatomische zones bepalend zijn voor de stabiliteit. De resultaten tonen aan dat een te grote interferentiepassing geen extra voordeel biedt en juist botbelasting en schade kan verhogen. Gepersonaliseerde benaderingen op basis van botkwaliteit en patiëntkenmerken zijn daarom essentieel om de duurzaamheid van ongecementeerde knieprothesen te verbeteren.
Sánchez, afkomstig uit Monterrey (Mexico), behaalde haar BSc en MSc Biomedische Technologie (ITESM, TU/e). Momenteel is zij als regulatory affairs specialist verantwoordelijk voor wereldwijde medische hulpmiddelen-compliance en klinische evaluaties.
Bron: