Een internationale prospectieve cohortstudie laat zien dat peri-ictale apneu, samen met convulsieve aanvallen en alleen wonen, het risico op plotselinge onverwachte dood bij epilepsie (SUDEP) aanzienlijk verhoogt. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor risicobeoordeling en preventie.
SUDEP is de meest voorkomende directe doodsoorzaak die aan epilepsie kan worden toegeschreven. Retrospectieve studies hebben verschillende risicofactoren geïdentificeerd, zoals gegeneraliseerde – en met name nachtelijke – convulsieve aanvallen, langdurige epilepsie en alleen wonen. Tot op heden zijn echter nog geen definitieve elektroklinische biomarkers prospectief vastgesteld.
Het doel van deze studie was daarom het identificeren van SUDEP-risicofactoren met behulp van multimodale gegevens en langdurige follow-up. In totaal werden 2.632 kinderen en volwassenen met epilepsie geïncludeerd in 9 centra: 8 in de Verenigde Staten en 1 in het Verenigd Koninkrijk. Na follow-up konden 2.468 deelnemers worden geanalyseerd. Van hen overleden 38 patiënten (1,54%) aan SUDEP, van wie 12 definitief, 18 waarschijnlijk en 8 mogelijk. Daarnaast waren er 2 bijna-SUDEP-gevallen. De incidentie van SUDEP was 4,76 per 1.000 persoonsjaren.
Belangrijke risicofactoren waren alleen wonen (HR 7,62), 3 of meer gegeneraliseerde convulsieve aanvallen in het voorgaande jaar (HR 3,1), langere ictale centrale apneu (HR 1,11) en langere postictale centrale apneu (HR 1,32). In een subanalyse waarin mogelijke en bijna-SUDEP-gevallen werden uitgesloten, bleek langere ictale apneu niet significant.
De studie laat zien dat premortem peri-ictale apneu, samen met convulsieve aanvalsfrequentie en alleen wonen, kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van een valideerbare SUDEP-risicoscore. Het systematisch monitoren van cardiorespiratoire parameters tijdens aanvallen kan zo een belangrijke rol spelen bij het inschatten van het SUDEP-risico en bij het nemen van preventieve maatregelen.
Bron: