In 2025 werd bij bijna 135.000 mensen de diagnose kanker gesteld, vrijwel gelijk aan het aantal diagnoses in 2024. Dit blijkt uit de cijfers die IKNL op Wereldkankerdag naar buiten bracht. Aandacht voor preventie en vroege opsporing blijft onverminderd belangrijk, stelt Carla van Gils, directeur van KWF Kankerbestrijding. De rol van bevolkingsonderzoek vraagt daarbij steeds om kritische beschouwing.
Op Wereldkankerdag, afgelopen 4 februari, maakte integraal kankercentrum Nederland (IKNL) bekend dat het aantal diagnoses voor – met name uitgezaaide – darmkanker daalt, terwijl op basis van de vergrijzing een stijging werd verwacht. “Een belangrijke reden voor deze daling is het bevolkingsonderzoek darmkanker”, zegt Van Gils.
Winst in overleving
Volgens van Gils bleek dat ook al uit eerdere gerandomiseerde klinische trials over ontlastingstesten. “Maar afgezien hiervan wordt de diagnostiek ook gewoon steeds beter. En er is meer bewustwording onder de bevolking gekomen, waardoor klachten sneller worden geduid.”
Vraag is wel of er echt sprake is van structureel goed nieuws. De verwachting over het aantal mensen dat kanker krijgt is immers al bijgesteld van 1 op de 3 naar 1 op de 2. “Steeds meer mensen krijgen inderdaad kanker”, zegt Van Gils, “dat heeft te maken met de vergrijzing. Maar toch, als je kijkt naar de voor leeftijd gecorrigeerde cijfers voor darmkanker zie je echt een daling, zeker in die hogere stadia. Er zijn ook meer kankersoorten waarbij meer winst wordt geboekt in overleving, zoals bijvoorbeeld bij longkanker. We zien beslist de effecten van preventie en vroege opsporingsmaatregelen.”
Uitbreiding bevolkingsonderzoek
Ondanks de daling blijft darmkanker in de top 5 staan van meest voorkomende kankertypen. Hoe kijkt KWF in het licht hiervan naar uitbreiding van het bevolkingsonderzoek, bijvoorbeeld naar een jongere leeftijd of met betere tests zoals de multitarget stool DNA-test? “Over het bevolkingsonderzoek darmkanker is heel goed nagedacht”, zegt Van Gils, “de voordelen en nadelen van zo’n onderzoek moeten uiterst zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Daarom wordt bij dit onderzoek bewust gekeken naar de groep bij wie de incidentie het hoogst is. Je moet te veel vals positieve uitslagen en overdiagnostiek voorkomen. Een coloscopie is belastend voor de patiënt en niet ongevaarlijk.” Over uitbreiding naar een jongere leeftijd moet dus niet te licht worden gedacht, wil ze maar zeggen. “Sommige landen hanteren al de ondergrens van 50 jaar”, zegt ze. “En darmkanker neemt ook wel toe onder de jongere leeftijdsgroep, maar komt daar toch nog steeds heel weinig voor. Een goede stap is het advies van de Gezondheidsraad voor een proef bevolkingsonderzoek vanaf 50 jaar, om de Nederlandse cijfers in kaart te brengen.”
Multitarget stool DNA-test
KWF heeft bijgedragen aan onderzoek naar de multitarget stool DNA-test. “Die is weer wat gevoeliger”, zegt ze. “Dat heeft als gevolg dat het aantal vals positieven ook wat toeneemt, maar niet in dezelfde mate. De nieuwe test lijkt dus veelbelovend, maar voor grootschalige toepassing is het nog te vroeg.”
Ondertussen zijn op internet diverse zelftests voor darmkankeronderzoek te vinden. “Bij de test voor het bevolkingsonderzoek is een zorgvuldige afweging gemaakt van de voor- en nadelen bij de geselecteerde leeftijdsgroep”, zegt Van Gils. “Die balans ligt buiten die leeftijdsgroep anders, dat is belangrijk om rekening mee te houden. Het is zaak dat een test betrouwbaar is en dat er een duidelijke zorgroute achter zit. Mensen moeten weten wat de uitslag betekent en wat de volgende stap is. Bij zelftests buiten het bevolkingsonderzoek ontbreekt die begeleiding en uitleg vaak. Ik ben daarom geen voorstander van die zelftests zolang deze problemen bestaan.”
Prostaatkanker
Prostaatkanker neemt toe, en ook voor dit kankertype wordt al langere tijd gesproken over een bevolkingsonderzoek. “Hier is al veel onderzoek naar gedaan op basis van PSA-testen”, zegt Van Gils, “maar die leiden tot te veel vals positieven en tot overdiagnostiek. Als je na het einde van het leven obducties zou doen, wordt bij veel mannen prostaatkanker aangetoond. Dit betekent niet dat zij er allemaal klachten van hebben die moeten worden behandeld. Een vals positieve uitslag betekent toch een biopt, dat is een belastend onderzoek. En onnodige behandeling van prostaatkanker brengt ook de risico’s met zich mee. Daarom is in Nederland destijds ‘nee’ gezegd tegen een bevolkingsonderzoek van prostaatkanker.”
Maar de ontwikkelingen gaan door en bieden nieuw perspectief. “We hebben net toekenning gegeven op een proef bevolkingsonderzoek”, vertelt Van Gils. “Uitgangspunt hierbij is alleen een MRI in die gevallen waarin het PSA verhoogd is, plus wanneer aan nog een aantal criteria wordt voldaan. De hoop is dat we daarmee de meer agressieve vormen van prostaatkanker beter in beeld kunnen brengen en op een verantwoorde manier een bevolkingsonderzoek te doen.”
Vergrijzing
2 kankertypen waarbij sprake is van een toename zijn plaveiselcelcarcinoom van de huid en longkanker. “Die enorme toename van plaveiselcelcarcinoom komt deels door de vergrijzing”, zegt Van Gils, “maar ook los daarvan neemt het – hoewel minder hard – toe. Het is een erfenis van onze zonblootstelling in de jaren 70 en 80. Mensen zijn zich nu meer bewust van zonneschade, maar het duurt tientallen jaren voordat het effect daarvan zichtbaar wordt. Er is een goede kans dat het op een gegeven moment daalt.”
Longkanker neemt in absolute aantallen toe door de vergrijzing. “Bij mannen is echter al een flinke daling zichtbaar”, zegt ze. “Dat we bij vrouwen nog een stijging zien, komt omdat zij in de emancipatoire golf meer zijn gaan roken. Toch zien we hier al wel het effect van preventie. Daarbij maken we ons nu wel ernstige zorgen over de gevolgen van vapen, vanwege het verslavende effect en omdat het een opstap is naar tabaksconsumptie.”
Prioriteiten
In het persbericht dat KWF publiceerde op Wereldkankerdag benadrukt Van Gils dat onderzoek en kennis echt verschil maken. Hieruit vloeien duidelijke prioriteiten voort voor KWF. “In de eerste plaats is dat aandacht voor preventie”, zegt ze. “Uiteraard om kanker te voorkomen, maar ook omdat dit steeds belangrijker wordt vanwege de zorg die onder druk staat. Verder moeten we blijven investeren in een beter begrip van kanker, en onze kennis over effectieve behandelingen en risicofactoren. Een ander aandachtspunt is vroege opsporing, op basis van risico gebaseerd bevolkingsonderzoek of screening. Daarnaast zijn ook nog veel betere behandelingen nodig, want er zijn nog kankertypen waarin nauwelijks voortgang geboekt is.”
Een steeds belangrijker aandachtspunt is kwaliteit van leven, nu het aantal mensen toeneemt dat kanker overleeft. “Hierbij gaat het niet alleen om de directe gevolgen van kanker en de behandeling”, zegt ze, “maar ook om de late effecten. En om aandacht voor de vraag hoe je als overlever weer gaat deelnemen aan de samenleving en het arbeidsproces. Op al die onderwerpen zetten wij in als onderdeel van het Nederlands Kanker Collectief.”
Fusie IKNL en DICA
Van Gils verwacht dat de bestuurlijke fusie tussen IKNL en Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA)1 een positieve invloed heeft op de oncologische zorg. “Dit brengt nog meer data over kanker bijeen”, zegt ze, “vanuit DICA over de kwaliteit van kankerbehandeling in de ziekenhuizen en vanuit IKNL over kankertypen en stadia. Deze data bij elkaar brengen is een heel krachtig instrument dat voor onderzoek en zorg veel gaat opleveren.”
Ook kijkt de directeur met belangstelling naar de eisen die de European Health Data Space aan data gaat stellen. “Deze verordening geeft een verplichting aan het beschikbaar stellen van data, die ons versterkt inzicht gaat bieden in het ontstaan en de behandeling van kanker, en in kwaliteit van leven. Natuurlijk moeten hierbij wel scherpe eisen gesteld worden aan de privacy en aan de standaardisatie van dataverzameling.”
Bron: