Bij volwassenen met een hoog risico op acuut nierfalen die een grote operatie ondergingen, verminderde een preventieve zorgstrategie – bestaande uit ondersteunende maatregelen en het vermijden van nefrotoxische stoffen – het optreden van acuut nierfalen significant, zonder het aantal bijwerkingen te verhogen. Dat blijkt uit een recente publicatie van Zarbock en collega’s in The Lancet.
Acute nierinsufficiëntie (AKI) is een ernstige en veelvoorkomende complicatie van grote chirurgische ingrepen. Toch wordt de aanbevolen preventieve zorg maar zelden toegepast. Zarbock et al. wilden uitzoeken of een preventieve zorgstrategie ervoor zorgt dat AKI binnen 72 uur na een grote chirurgische ingreep minder vaak voorkomt.
Dat deden ze in de BigpAK-2-studie. De onderzoekers screenden 7.873 volwassen patiënten uit 34 Europese ziekenhuizen die een grote chirurgische ingreep ondergingen en een hoog AKI-risico hadden, op basis van vooraf gedefinieerde klinische risicofactoren en tubulaire stress-biomarkers in de urine. Ze randomiseerden 1.180 van hen naar gebruikelijke zorg (controlegroep; n = 591) of een preventieve zorgstrategie (n = 589) volgens aanbevelingen in de KDIGO-richtlijnen: geavanceerde hemodynamische monitoring, optimalisatie van de vochtbalans en hemodynamiek, vermijden van nefrotoxische geneesmiddelen en röntgencontrastmiddelen, en preventie van hyperglykemie. Gegevens van 1.176 patiënten konden worden geanalyseerd.
De primaire uitkomstmaat, matige of ernstige AKI binnen 72 uur na de operatie, trad op bij 84 (14,4%) patiënten in de interventiegroep en 131 (22,3%) in de controlegroep (OR 0,57; 95%-BI 0,40-0,79; p = 0,0002). Er was geen verschil tussen de groepen in het optreden van bijwerkingen. De meest voorkomende bijwerkingen waren atriumfibrillatie (8,8% in de interventiegroep versus 9,7% in de controlegroep), hemodynamisch relevante aritmieën (7,2 versus 8,6%), significante bloedingen (6,0 versus 5,3%) en ongeplande terugkeer naar de operatiekamer (5,1 versus 6,5%).
Bron: