Dermatoloog Rendy Ariezal Effendi en internist Muhammad Anshory kwamen een aantal jaren geleden vanuit Indonesië naar Nederland om promotieonderzoek aan het Erasmus MC te doen. In dit artikel delen ze hun ervaringen hoe zij het werken en leven in Nederland ervaren.
Beiden zijn afkomstig van Java, maar werkten in verschillende steden voordat ze hun Nederlandse promotietraject onder leiding van dermatoloog dr. Bing Thio in het Erasmus MC te Rotterdam begonnen. Rendy is afkomstig uit Bandung op West-Java. “Mijn promotieonderzoek in Nederland doe ik als onderdeel van een samenwerking tussen Indonesië en het Erasmus MC. We nemen monsters en patiëntgegevens af in Indonesië, maar de verwerking en analyse vinden in Nederland plaats. Dat maakt het proces – zeker gezien de privacygevoeligheid van de data – complexer, maar is de moeite meer dan waard.” In 2021 verhuisde hij met zijn vrouw en 2 jonge kinderen naar Nederland. “We wonen nu 4 jaar hier; ik hoop volgend jaar dit onderzoek af te ronden.” Zijn collega en landgenoot Muhammad Anshory komt uit Malang, gelegen op Oost-Java. “Ik houd me bezig met de huidmanifestaties van humaan immunodeficiëntievirus (hiv) en werk daarvoor nauw samen met de afdelingen dermatologie, immunologie en infectieziekten. In 2022 ben ik begonnen. Als alles goed gaat, hoop ik in 2026 te promoveren.” Anshory’s echtgenote heeft zich in 2023 bij hem gevoegd en doet sinds 2024 promotieonderzoek aan het LUMC in Leiden.
Diversiteit
Rendy en Anshory zijn zeker niet de enige expats op de dermatologieafdeling van het Erasmus MC, dat een grote internationale diversiteit kent. “We hebben collega’s uit Portugal, Griekenland, Algerije, Brazilië en Maleisië”, weet Rendy. “Dat maakt het werken hier bijzonder, want iedereen brengt zijn eigen perspectief mee. De band onder de internationale promovendi is vaak sterk.” Anshory vult aan: “Sommige collega’s zijn hier begonnen als medisch student, anderen kwamen voor hun promotieonderzoek. Je merkt wel dat degenen die al een master in Europa hebben gedaan, zich vaak wat sneller aanpassen. Los daarvan: de sfeer is prima en we helpen elkaar.”
Ander systeem
Voor beiden was het Nederlandse onderwijssysteem nieuw en heel anders dan ze gewend waren. “In Indonesië is een promotieonderzoek meer te vergelijken met een masteropleiding”, vertelt Anshory. “Je begint met alle promovendi als één groep en kiest pas na een jaar je onderwerp. Hier is het anders. Je moet zelf je project aandragen en het plan goedkeuren met je begeleider. Vanaf dag één ben je volledig zelf verantwoordelijk voor de uitvoering. Dat is even schakelen.” Rendy beaamt dat. “In Indonesië zegt de baas meestal: ‘Doe dit’ en dan doe je dat. Hier wordt juist van je verwacht dat je kritisch bent, vragen stelt en zaken ter discussie stelt. Het is een andere vorm van samenwerking: meer horizontaal. Dat was even wennen, maar ook heel verfrissend.”
Direct, maar eerlijk
De beroemde Nederlandse directheid is voor veel buitenlanders een schok. Ook Rendy en Anshory moesten eraan wennen. “In het begin vond ik het wel confronterend”, vertelt Rendy. “Is je supervisor het niet met je eens dan zegt hij dat heel direct. Geen omwegen. Dat kan hard binnenkomen, maar het is wel effectief. Je weet meteen waar je aan toe bent.” Anshory lacht: “Heel herkenbaar! In Indonesië proberen we kritiek vaak te verzachten, waardoor het soms niet duidelijk is wat iemand bedoelt. Hier is dat anders, en ik waardeer dat nu. Ook het feit dat je je begeleider bij de voornaam noemt: dat is bij ons ondenkbaar. In Indonesië zou je direct ontslagen worden als je dat deed!” Wat hen vooral opvalt, is de positieve manier van feedback geven. “Elke kleine vooruitgang wordt opgemerkt en gewaardeerd”, aldus Rendy. “Collega’s en ons supervisieteam zijn niet verlegen om te zeggen ‘Goed gedaan’ of zelfs ‘Ik ben trots op je’, vooral als er een paper wordt gepubliceerd. Dat motiveert enorm. In Indonesië is dat minder gebruikelijk; daar is succes vanzelfsprekend, iets dat hoort bij je plicht als arts of onderzoeker.”
Borrelen helpt
De overgang naar het leven in Nederland bracht vanzelf ook de nodige uitdagingen met zich mee. “De eerste winter was zwaar”, herinnert Anshory zich. “In Malang is het gemiddeld 30 graden, dus een Nederlandse winter van 2 graden voelde alsof ik op de Noordpool woonde. Maar eerlijk gezegd vind ik het nu wel prettig. Ik hou van kou, zolang het niet té koud is.” Rendy herkent dat gevoel, maar wijst op een ander aspect van aanpassing: “De onderzoekscultuur hier is anders, zoals we al zeiden. In het begin duurde het maanden voor ik gewend was. Maar wat ik wel snel ontdekte, is dat de beste manier om te integreren, de borrel is. Tijdens die informele momenten leer je je collega’s echt kennen.” Zijn vrouw en kinderen hielpen hem ook bij het vinden van een nieuw ritme. “Mijn oudste zoon is 12 jaar en mijn jongste 7. We wonen hier als gezin en dat maakt het makkelijker. Veel internationale promovendi wonen alleen en dat kan best zwaar zijn. Een goed sociaal netwerk om je heen maakt alles draaglijker.”
Work-life balans
Wat hen het meest opvalt in Nederland, is de balans tussen werk en privé. “In Indonesië werken we 6 dagen per week”, weet Anshory. “Zelfs op zondag krijg je vaak nog werkgerelateerde berichten. Hier stopt het werk na 5 uur. In het weekend word je niet gebeld of gemaild. Dat was even wennen, maar het is een zegen. Je hebt echt rust.” Rendy knikt: “In Indonesië werk ik naast mijn baan in het ziekenhuis ook in mijn privépraktijk. Hier kan ik op vrijdagmiddag mijn laptop dichtklappen en met mijn gezin iets leuks doen. Dat is nieuw voor me; daar geniet ik wel enorm van.”
Nederlandse taal
Beiden volgden een cursus Nederlands, en hoewel ze de taal redelijk beheersen, spreken ze vooral Engels in het dagelijks leven. “Het begrijpen gaat goed”, aldus Rendy. “Ik kan tv kijken of lezen in het Nederlands. Maar praten is lastiger. Vanuit onze Aziatische cultuur zijn we bang om fouten te maken, om het niet goed te doen. Dat werkt als een soort rem.” Anshory valt hem bij: “Het helpt ook niet dat 90% van de Nederlanders Engels spreekt. Zodra ze horen dat je accent niet perfect is, schakelen ze over naar Engels. Heel vriendelijk bedoeld, maar het helpt niet als je je Nederlands wilt oefenen. Ik zeg altijd: mijn Nederlands is op het niveau van een kleuter. Ik kan met kinderen praten, maar niet met mijn supervisor over complexe dingen.”
Een blik vooruit
Beiden zijn enthousiast over de stap die ze gezet hebben door naar Nederland te komen om hun professionele ambities na te jagen. Rendy: “Het is een bijzondere ervaring. Niet alleen wetenschappelijk, maar ook persoonlijk. Je leert niet alleen over onderzoek, maar ook over jezelf: hoe je omgaat met nieuwe situaties, andere mensen, andere manieren van denken.” Anshory sluit zich daarbij aan: “Wij kwamen hier als clinici, niet als onderzoekers. Nu begrijpen we hoe waardevol het is om zelf projecten op te zetten, om kritisch te leren denken. En we nemen die kennis straks mee terug naar Indonesië. Uiteindelijk is dat de essentie van internationale samenwerking: dat je samen groeit.”
Het land van de kroketten, Indische restaurants en Tikkies
De Nederlandse eetcultuur
Anshory: “De Nederlandse keuken is… hoe zal ik het zeggen… eenvoudig. We hebben bitterballen, kroketten, kaassoufflés en oliebollen geprobeerd. En stroopwafels, natuurlijk. Allemaal heerlijk. Stamppot of hutspot nog niet: dat staat op mijn lijstje!”
Rendy: “Gelukkig zijn er veel Indische restaurants in Nederland. De smaken zijn iets aangepast, minder pittig, maar als we heimwee naar iets Indonesisch hebben, vinden we altijd wel iets bekends. Alleen de echte Indonesische sambal; die mis ik nog steeds.”
En dan is er nog het fenomeen Tikkie…
“Fantastisch!”, roept Rendy. “Ik vind Tikkie echt de beste uitvinding ooit. Je hoeft nooit te discussiëren over wie wat betaalt. Gewoon sturen en klaar.”
Anshory: “In Indonesië doen we dat subtieler. Het is daar niet netjes om geld te vragen. Maar eerlijk is eerlijk: het is wel veel handiger zo.”
Over de geïnterviewden
Rendy Ariezal Effendi is dermatoloog en universitair docent aan de Universitas Padjadjaran, Bandung en sinds 2021 verbonden aan Erasmus MC. Zijn onderzoek richt zich op atopische dermatitis.
Muhammad Anshory is internist en universitair docent aan de Universitas Brawijaya in Malang en sinds 2022 verbonden aan Erasmus MC. Hij doet onderzoek naar hiv en huidmanifestaties van deze ziekte.