Het routinematig voortzetten van bètablokkertherapie na een myocardinfarct is mogelijk niet noodzakelijk bij stabiele patiënten zonder hartfalen of linkerventrikeldisfunctie, zo volgt uit de SMART-DECISION-studie.1 De resultaten werden tegelijk met het ACC-congres gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.2
Bètablokkers vormen al decennia een hoeksteen van de secundaire preventie na myocardinfarct (MI). Het meeste bewijs hiervoor stamt echter uit het tijdperk vóór moderne reperfusietherapie en optimale medicamenteuze behandeling. De vraag of langdurige behandeling nog steeds noodzakelijk is bij laagrisicopatiënten blijft daarom relevant. SMART-DECISION was een open-label, gerandomiseerde non-inferioriteitsonderzoek, uitgevoerd in 25 centra in Zuid-Korea tussen 2021 en 2024. In totaal werden 2.540 patiënten geïncludeerd die ten minste 1 jaar eerder een MI hadden doorgemaakt, een linkerventrikelejectiefractie (LVEF) ≥ 40% hadden en geen hartfalen (HF). De deelnemers werden gerandomiseerd naar het stoppen (n = 1.246) of voortzetten (n = 1.294) van bètablokkertherapie. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 63 jaar en 87% van de deelnemers was man. Na een mediane follow-up van 3,1 jaar trad het primaire samengestelde eindpunt (totale mortaliteit, recidief MI of ziekenhuisopname wegens HF) op bij 7,2% van de patiënten die stopten met bètablokkers, versus 9,0% in de groep die de behandeling voortzette (HR 0,80; 95%-BI 0,57-1,13; p = 0,001 voor non-inferioriteit). Ook voor secundaire eindpunten, waaronder individuele componenten van het primaire eindpunt, nieuw ontstaan atriumfibrilleren (AF), veranderingen in LVEF, kwaliteit van leven en ernstige bijwerkingen, werden geen significante verschillen gezien tussen beide groepen.
Deze uitkomsten suggereren dat het veilig kan zijn om bètablokkers op de langere termijn na een MI te staken bij zorgvuldig geselecteerde, stabiele patiënten. In het kader van gezamenlijke besluitvorming kan dit in de klinische praktijk worden overwogen, met daarbij aandacht voor de monitoring van bloeddruk en hartfrequentie. Vooral bij patiënten met bijwerkingen, zoals vermoeidheid, duizeligheid of bradycardie, kan het staken van bètablokkertherapie extra voordeel bieden.
Bronnen:
- Choi KH, Kang D, Kim W, et al. Discontinuation of β-blocker therapy in stabilized patients after acute myocardial infarction. ACC Congress 2026, abstract 111-11.
- Choi KH, Kang D, Kim W, et al. Discontinuation of beta-blocker therapy after myocardial infarction. N Eng J Med. 2026. Published March 30, 2026. DOI: 10.1056/NEJMoa2601005.