Energie voor twee, en dus voor twee carrières

Delen via:

Na een indrukwekkende wetenschappelijke carrière van 40 jaar ging hoogleraar infectieziekten Andy Hoepelman op 2 juli met emeritaat. Maar in het licht daarvan uitsluitend stilstaan bij zijn wetenschappelijke werk, doet tekort aan zijn opmerkelijke dubbelcarrière. Behalve in infectieziekten – hiv voorop – heeft Hoepelman immers ook een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd als waterpoloër.

Fotocredit: Sandra Minten Fotografie

Even leek het erop dat de jonge Hoepelman voor een juridische carrière zou kiezen. “Ik wilde rechter worden en oorlogsmisdadigers berechten”, zegt hij. Een jeugdideaal dat hij inmiddels alweer had losgelaten toen het erop aan kwam na zijn middelbare school een studierichting te kiezen. Psychiatrie misschien? “Interessant, maar je kunt er zo weinig mee”, bedacht hij zich. Interne geneeskunde werd het uiteindelijk. “Daarin speelt psychische gezondheid ook wel een beetje een rol”, zegt hij nu. “Dat sprak mij aan.”

Dat hij een academische loopbaan is gaan beoefenen, heeft veel te maken met zijn supervisor Jo Marx, die ‘Jij bent een echte academicus’ tegen hem zei. Hoepelman: “Dit was in de periode van grote baanonzekerheid, die zich in mijn geval vertaalde in zes jaar achter elkaar werken op basis van jaarcontracten. Iets wat nu gelukkig niet meer kan. Onderzoek vond ik leuk, uitdagend en creatief ook. De keuze daarvoor heeft me op het goede pad gezet. De wereld van onderzoek geeft je de kans nieuwe dingen te proberen en is bovendien ook gewoon gezellig.”

IJzer en infectie

Het promotieonderzoek dat Hoepelman verrichtte en waarover hij publiceerde onder de titel IJzer en infectie, behandelde de vraag waarom patiënten met ijzerstapeling gevoelig zijn voor hersenvliesontsteking door de listeriabacterie. Het onderzoek speelde zich af in de tijd waarin de hiv/aids-epidemie om zich heen greep. De afweercellen die door dit virus werden aangetast, kwamen vrijwel overeen met de cellen die door ijzer onklaar waren gemaakt bij die patiënten met ijzerstapeling. Hoepelman vertelt: “Dit heeft heel rechtstreeks mijn keus bepaald om me te gaan richten op infectieziekten. De groep hiv/aids-slachtoffers is een minderheidsgroep waarvoor ik affectie voelde. Daarbij moesten we ons als UMC Utrecht gaan onderscheiden van Amsterdam die gericht waren op het virus zelf. Wij richtten ons op de bijkomende opportunistische infecties, was mijn gedachte. Het onderzoek dat we op die basis hebben gedaan, heeft heel veel gebracht. Voor mezelf ook waardevolle internationale contacten trouwens, met erg interessante mensen in het onderzoeksveld.”

Het onderzoek op dit gebied leidde tot publicaties in gezaghebbende tijdschriften en tot internationale richtlijnen die ook na al die jaren nog steeds mede op deze onderzoeken gebaseerd zijn. En uiteindelijk leidde het tot een hoogleraarschap infectieziekten. “Ja, maar dat is toch minder belangrijk”, zegt Hoepelman. “Onder de streep vind ik het veel relevanter wat we hebben kunnen betekenen voor de patiënten in kwestie. Het hoogleraarschap is een persoonlijke verdienste, het maakt je een boegbeeld van je groep. Maar wat je je uiteindelijk herinnert zijn die patiënten en de wetenschappers die je door je reizen ontmoet. We zijn er weliswaar nog steeds niet in geslaagd om tot genezing van hiv te komen, maar hebben wel van een dodelijke ziekte een chronische ziekte kunnen maken. Dat is het mooie van zo’n loopbaan, je kunt mensen helpen hun leven weer op te pakken. Ook bijzonder is natuurlijk dat ik in de nakomende jaren 25 andere infectieziekten heb zien komen. Voor sommige daarvan zijn we wel tot genezing gekomen, hepatitis C bijvoorbeeld. Voor andere zijn we in ieder geval in staat gebleken de ziekteverschijnselen te onderdrukken. We hebben in infectieziektebestrijding echt grote stappen kunnen zetten. Het was prachtig om daarin een rol te hebben kunnen spelen.”

Tientallen promoties

Antibioticumstudies leidden zelfs tot de oprichting van een bedrijf U-Gene. Toch een onverwachte wending in een wetenschappelijke carrière. In de afscheidsrede die hij op 2 juli tijdens zijn afscheidssymposium gaf, stond Hoepelman er maar kort bij stil. Beschouwt hij het achteraf slechts als een zijstap? “Nee, dat niet zozeer”, zegt hij. “Het was een logisch gevolg van onze beslissing om onze onderzoeken systematisch aan te pakken en dit te professionaliseren. Mijn rol erin heeft een aantal jaar geduurd en heeft me inhoudelijk veel gebracht. Maar uiteindelijk ben ik toch meer van de inhoud dan van het bedrijfsmatige. Patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs hebben voor mij altijd voorop gestaan.”

Het laatste vertaalde zich in de loop der jaren in maar liefst bijna 60 promoties die Hoepelman heeft begeleid. Toen zijn stafleden – vaak ex-promovendi – zelf promovendi gingen begeleiden, verschoof zijn rol van onderzoeksleider steeds meer naar die van coach. “Dat vond ik een wenselijke ontwikkeling”, zegt hij, “ik kon mij er erg goed in vinden. Onderzoek vergt tijd en ik doe graag meer dingen tegelijk. Dat lukt alleen als andere mensen dingen van je overnemen. Gelukkig kan ik goed delegeren, en ik vind het dan ook prettig om anderen de revenuen te laten plukken. Daar zit wel een vergelijking in met de topsport natuurlijk. Als je aan de top staat, zijn anderen voortdurend bezig je van de troon te stoten. Dat is maar goed ook. Het stimuleert je om het beste uit jezelf te halen.”

Waterpolo

Iedereen die Hoepelman kent, kan die laatste opmerking plaatsen. Behalve hoogleraar is hij immers ook een begenadigd waterpoloër. Tijdens de Olympische Spelen van 1976 eindigde hij met het Nederlands team op de derde plaats. Hij is altijd actief blijven waterpoloën, nog in 2015 werd hij met het master team van HZC De Robben wereldkampioen. Maar hij werd ook internationaal scheidsrechter en (mede-)oprichter en voorzitter van het regionale waterpolo-opleidingscentrum Talent Centraal in Midden-Nederland. In 2018 stond hij mede aan de basis van de Regionale Waterpoloschool en Regionaal Trainingscentrum Midden, waarvan hij voorzitter is. Momenteel is hij lid van de FINA (wereld) en de LEN (Europese) technische waterpolocommissie. “Ook in het waterpolo geldt dat ik het altijd belangrijk heb gevonden – en nog steeds – om me te blijven inzetten voor mijn passie”, zegt hij Feitelijk heeft hij dus twee parallelle carrières gehad. “Ik heb nu eenmaal veel energie”, zegt hij. “Ik werk veel, maar het voelt niet als werk. Natuurlijk voelde ik mij ook wel eens moe als ik thuis op de bank zat. Maar als ik dan ging trainen, was ik daar zo overheen.”

Aanvankelijk zag het er overigens niet naar uit dat die tweede carrière tot stand zou komen. Nadat Hoepelman zijn zwemdiploma had gehaald, had hij helemaal geen zin meer in zwemmen. “Maar een vriendje deed aan waterpolo en toen ik dat ook eens probeerde, bleek ik daar aanleg voor te hebben”, zegt hij. “Bovendien vond ik het veel leuker dan baantjes trekken. Via de regionale selectie kwam ik in de landelijke selectie. Ik had energie en was onverschrokken. Bij dat laatste speelde een rol dat ik antiautoritair was opgevoed. Ik heb wel bewondering voor mensen, maar dat is iets anders dan ontzag. Er moest gewoon gespeeld worden, vond ik.”

Toch geneeskunde

Op zijn 22ste stapte hij uit het Nederlands waterpoloteam om zich op zijn coschappen te richten. “Ik werd nog wel gevraagd voor de Olympische Spelen van 1980 en 1984, maar dat heb ik niet meer gedaan”, zegt hij. Over de vraag waarom de geneeskunde het won, is hij heel nuchter: “Met waterpolo kon je geen droog brood verdienen, nu trouwens in Nederland nog steeds niet. Ik ben wel gevraagd om naar het buitenland te gaan, maar ik heb er geen spijt van dat ik dat niet heb gedaan.”

Daarmee ontstond de ruimte voor de wetenschappelijke carrière die Hoepelman zoveel heeft gebracht. Al in zijn inaugurale rede in 1998 wees hij erop dat de globalisering het risico van een toename van infectieziekten met zich meebracht. “Het was op dat moment overigens vooral bioterrorisme waarover ik mij zorgen maakte, want dat was toen actueel”, vertelt hij. “Maar daarnaast was me duidelijk dat globalisering, ontbossing en aanraking van de mens met diersoorten niet zonder gevolgen kon blijven. Dat hebben we gemerkt, COVID-19 heeft mij niet verrast.” Behalve voor de ziekte zelf moeten artsen ook oog hebben voor de sociale aspecten daarvan, vindt hij. De geluiden over long-COVID maken duidelijk hoe belangrijk dit is. “Je moet de patiënt in zijn geheel kunnen behandelen”, zegt hij. “Niet alleen diens ziekte, want dan bied je geen goede zorg.”

Nijmeegse spin-off zoekt met AI nieuwe mugwerende middelen

sep 2021 | Parasitaire infecties, Virale infecties

Lees meer over Nijmeegse spin-off zoekt met AI nieuwe mugwerende middelen

NTD Innovation Prize voor snelle en betaalbare diagnostiek schistosomiasis

sep 2021 | Parasitaire infecties

Lees meer over NTD Innovation Prize voor snelle en betaalbare diagnostiek schistosomiasis

Bijna 2 miljoen subsidie voor groot onderzoek naar COVID-19 bij ouderen

sep 2021 | Ouderen, Pneumonie, Virale infecties

Lees meer over Bijna 2 miljoen subsidie voor groot onderzoek naar COVID-19 bij ouderen

Trombose bij kinderen en adolescenten die zijn opgenomen met COVID-19 of MIS-C

sep 2021 | Benigne hematologie, Kinderen, Virale infecties

Lees meer over Trombose bij kinderen en adolescenten die zijn opgenomen met COVID-19 of MIS-C

Immuungecompromitteerden krijgen extra dosis COVID-19-vaccin

sep 2021 | Chronische nierschade, Dialyse, Niertransplantatie, Vaccinatie, Virale infecties

Lees meer over Immuungecompromitteerden krijgen extra dosis COVID-19-vaccin

Cellulaire en moleculaire mechanismen van hiv-1-overdracht

sep 2021 | HIV, Virale infecties

Lees meer over Cellulaire en moleculaire mechanismen van hiv-1-overdracht

Live webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

10 nov 2021 om 20:30

Lees meer over Live webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

The ART of Preventing Kidney Damage

12 apr 2021 om 20:00 | HIV, Virale infecties

Lees meer over The ART of Preventing Kidney Damage

Stollingsafwijkingen bij COVID-19; behandeling op de IC

30 nov 2020 om 20:30 | Benigne hematologie, Virale infecties

Lees meer over Stollingsafwijkingen bij COVID-19; behandeling op de IC

Precisiezorg dichterbij dan we denken

2 nov 2020

Lees meer over Precisiezorg dichterbij dan we denken
Er zijn geen e-learnings gevonden.
Er zijn geen bijeenkomsten gevonden.

Long-COVID heeft nadelige impact op overleving kankerpatiënten

Lees meer
Lees meer over Long-COVID heeft nadelige impact op overleving kankerpatiënten

Budesonide verlaagt zorggebruik bij vroeg stadium COVID-19

Lees meer
Lees meer over Budesonide verlaagt zorggebruik bij vroeg stadium COVID-19

Schimmels en enterobacteriën geven slechte uitkomst bij bronchiëctasieën

Lees meer
Lees meer over Schimmels en enterobacteriën geven slechte uitkomst bij bronchiëctasieën

Prevalentie onvruchtbaarheid is verdubbeld bij hoge antistoftiter tegen chlamydia

Lees meer
Lees meer over Prevalentie onvruchtbaarheid is verdubbeld bij hoge antistoftiter tegen chlamydia

Toename resistentie azitromycine vraagt om monitoring

Lees meer
Lees meer over Toename resistentie azitromycine vraagt om monitoring

Meer gerichte soa-tests zorgen voor hoger percentage positieve tests in pandemiejaar

Lees meer
Lees meer over Meer gerichte soa-tests zorgen voor hoger percentage positieve tests in pandemiejaar

Chlamydia-infectie heeft geen negatief effect op uitkomst zwangerschap

Lees meer
Lees meer over Chlamydia-infectie heeft geen negatief effect op uitkomst zwangerschap

Ertapenem blijkt geschikt alternatief bij resistentie ceftriaxon

Lees meer
Lees meer over Ertapenem blijkt geschikt alternatief bij resistentie ceftriaxon

Meeste MSM kiezen voor dagelijkse i.p.v. event-gestuurde PrEP

Lees meer
Lees meer over Meeste MSM kiezen voor dagelijkse i.p.v. event-gestuurde PrEP

Innovatie in de zorg

nov 2019

Lees meer over Innovatie in de zorg