Nieuwe consensus T&E bij macula-aandoeningen: duidelijkheid en veilig verlengen

Delen via:

Onlangs is een nieuw consensusrapport uitgekomen over het treat-and-extendbeleid bij macula-aandoeningen. Twee oogartsen uit de expertcommissie, dr. Janneke van Lith-Verhoeven (ETZ) en prof. Reinier Schlingemann (Amsterdam UMC) vertellen over de aanleiding, de relevantie en de aanbevelingen.

Waarom dit consensusrapport?

Er blijkt een grote variatie te bestaan tussen oogartsen in het behandelbeleid met anti-VEGF-geneesmiddelen. Dan gaat het om de drie meest frequent voorkomende macula-aandoeningen, te weten natte Leeftijdsgebonden Maculadegeneratie (nLMD), Diabetisch Macula Oedeem (DME) en Retinale Veneuze Occlusie (RVO), met in Nederland circa 150.000, veelal oudere, patiënten. De huidige richtlijnen voor deze aandoeningen geven geen duidelijke handvatten voor het optimale behandelingsschema. Door deze variatie lopen patiënten met deze macula-aandoeningen risico op onderbehandeling of overbehandeling. Bovendien bestaat er onduidelijkheid en ook onzekerheid bij patiënten over de kwaliteit van de behandeling. Dit is vanuit medisch en patiëntperspectief natuurlijk onwenselijk en vereist verbetering.  De persoonlijke en maatschappelijke consequenties van onderbehandeling, maar ook van overbehandeling,  die hier mogelijk uit voortvloeien zijn groot. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat de behandeling voor hen optimaal is, evidence-based en dat hierover overeenstemming bestaat binnen de beroepsgroep.

Controlemoment meteen bij eerste extend

Treat and extend staat als methode in dit rapport niet ter discussie. Van Lith: “De meeste klinieken gebruiken tegenwoordig wel treat and extend. Wat ook goed is – het consensusrapport zegt dat ook. Vanuit klinisch perspectief een veilige manier om zowel onder- als overbehandeling te voorkomen. Met een geringe overbehandeling bij een zeer beperkte groep patiënten, maar zeker geen onderbehandeling (zoals bij een in de dagelijkse praktijk uitgevoerd PRN-behandelbeleid). En vanuit patiëntperspectief is het de meest gepersonaliseerde manier om patiënten met macula-aandoeningen te behandelen. Patiëntgerelateerde factoren worden meegenomen, zoals een vermindering van het aantal bezoeken aan de kliniek, wat prettig is voor patiënten en mantelzorgers. Maar de methode moet wel goed worden uitgevoerd, en daar zit veel verschil in. Wanneer het controlemoment is, wanneer het switchmoment, gebeurt dat in series of per injectie?” Zo kan bijvoorbeeld bij nLMD het beleid van verlenging van het behandelinterval tot het bereiken van het optimale behandelinterval van 12 – 13 weken bij de ene patiënt eerder en bij de andere patiënt later worden bereikt, ondanks de vergelijkbare medische uitgangssituatie. Het komt ook voor dat oogartsen niet controleren als een verlenging heeft plaatsgevonden, maar pas controleren na een serie van dat nieuwe verlengde behandelinterval. Een andere belangrijke oorzaak van de variatie in behandelbeleid is het verschil in de interpretatie door oogartsen van de FAG en de OCT.  Van Lith: “Als je gaat verlengen moet je zeker weten of je je dat ook veilig kunt doen. Er moet dus een controlemoment zijn op het moment dat je de eerste keer hebt verlengd. Het blijkt dat veel oogartsen het controlemoment pas na een serie leggen. Gelukkig gaat dat vaak wel goed, maar het is veel logischer om meteen bij het eerste moment van verlenging te controleren.”

Intervallen in behandelmodellen

In het rapport zijn drie verschillende voorgestelde behandelmodellen uitgewerkt, voor nLMD, DME en RVO. In alle modellen wordt dus uitgegaan van controle bij de eerste extend, wel verschillen de voorkeursopties als het gaat om de intervallen.  De modellen sluiten aan bij de bestaande richtlijnen, zoals de richtlijn nLMD en het standpunt DME.  Ze zijn te bekijken in het volledige rapport (zie kader).

Duidelijkheid voor patiënt

De consensus is samen met de patiëntenvereniging tot stand gekomen. Een groot voordeel van goed T&E-beleid is dat patiënten weten waar ze aan toe zijn. Wanneer patiënten naar het ziekenhuis moeten, weten ze dat ze controle ondergaan en geprikt worden, en dat daarna het volgende behandelinterval wordt bepaald. Bij andere behandelingswijzen is er vaak sprake van controle maar weet de patiënt niet zeker of er geprikt zal worden. Dit kan voor de patiënt veel stress opleveren, waardoor de prik in het oog onnodig pijn kan doen. Alhoewel een prik in het oog onaangenaam blijft, wordt de stress bij het T&E-beleid grotendeels vermeden omdat patiënten altijd weten dat ze geprikt worden en zich daar dan op kunnen instellen.

Over het consensusrapport

Klinische relevantie & patiëntrelevantie van een Trea-and-Extend beleid in de oogheelkunde bij macula-aandoeningen. Auteurs: dr. J.J.C. van Lith-Verhoeven (ETZ), prof. dr. R.O. Schlingemann (Amsterdam UMC), mevrouw H.M.M.J. Schoots-Wilke (voorzitter MaculaVereniging). Review: prof. dr. C.J.F. Boon (Amsterdam UMC en LUMC),  dr. Th.L. Ponsioen (Isala), bestuur werkgroep Medische Retina van het NOG en de MaculaVereniging. Het rapport is in zijn geheel te downloaden vanaf: global-expertsfoundation.com

Maak ruimte voor de brede benadering van palliatieve zorg

jul 2022

Lees meer over Maak ruimte voor de brede benadering van palliatieve zorg

Gentherapie bij erfelijke oogziekten

jul 2022 | Retina

Lees meer over Gentherapie bij erfelijke oogziekten

Nieuwe consensus T&E bij macula-aandoeningen: duidelijkheid en veilig verlengen

jul 2022 | Retina

Lees meer over Nieuwe consensus T&E bij macula-aandoeningen: duidelijkheid en veilig verlengen

Uveïtis bij juveniele arthritis psoriatica: prevalentie en risicofactoren

mrt 2022 | Arthritis psoriatica, JIA, Kinderen, Spondyloartritis

Lees meer over Uveïtis bij juveniele arthritis psoriatica: prevalentie en risicofactoren

Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID

feb 2022

Lees meer over Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID

‘Kennis over palliatieve zorg verankeren in zorgopleidingen’

feb 2022 | Borstkanker, Bot en wekedelen, Dermato-oncologie, Gynaecologische oncologie, Hoofd-hals, Longoncologie, Maag-darm-leveroncologie, Mesothelioom, Neuro-oncologie, Uro-oncologie

Lees meer over ‘Kennis over palliatieve zorg verankeren in zorgopleidingen’

Insights from Ocular Gene Therapy Clinics in Europe

8 jun 2022 om 19:30

Lees meer over Insights from Ocular Gene Therapy Clinics in Europe

Retina Quiz

25 jan 2022

Lees meer over Retina Quiz

Webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

10 nov 2021 om 20:30

Lees meer over Webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

InSights Webcasts: Artificial intelligence in ophthalmology - how far are we?

20 apr 2021 om 20:00

Lees meer over InSights Webcasts: Artificial intelligence in ophthalmology - how far are we?

Responding to Non-Responders in Diabetic Macular Edema (DME)

19 apr 2021

Lees meer over Responding to Non-Responders in Diabetic Macular Edema (DME)

InSights webcasts: Next steps in wet AMD fluid management

12 jan 2021 om 20:00

Lees meer over InSights webcasts: Next steps in wet AMD fluid management

InSights webcasts: Gene therapy in ophthalmology

29 okt 2020

Lees meer over InSights webcasts: Gene therapy in ophthalmology

InSights webcasts: Brolucizumab - a new anti-VEGF treatment for wAMD

8 jul 2020

Lees meer over InSights webcasts: Brolucizumab - a new anti-VEGF treatment for wAMD
Er zijn geen e-learnings gevonden.
Er zijn geen bijeenkomsten gevonden.

Lirentelimab vermindert symptomen bij allergische conjunctivitis

Lees meer
Lees meer over Lirentelimab vermindert symptomen bij allergische conjunctivitis
Er zijn geen podcasts gevonden.

MedNet Dermatologie nr 1-2022

jul 2022

Lees meer over MedNet Dermatologie nr 1-2022