Een retrospectieve analyse van patiënten met gemetastaseerd mammacarcinoom die naast antihormonale therapie een GLP-1-agonist kregen, suggereert dat toevoeging van deze middelen de overleving kan verbeteren. Dat rapporteerden onderzoekers tijdens ASCO 2026.1
Het is bekend dat obesitas een nadelige invloed kan hebben op diverse vormen van kanker, waaronder hormoonreceptorpositief mammacarcinoom. Amerikaanse onderzoekers wilden daarom nagaan of het toenemende gebruik van GLP-1-agonisten voor obesitas en diabetes invloed heeft op de effectiviteit van antihormonale therapie bij mammacarcinoom.
Uit een database identificeerden de onderzoekers 2 groepen patiënten met gemetastaseerd, HER2-negatief, hormoonreceptorpositief mammacarcinoom: patiënten die endocriene therapie en een CDK4/6-remmer kregen, en patiënten die daarnaast gedurende minimaal 3 maanden een GLP-1-receptoragonist gebruikten. In totaal werden 604 patiëntparen gevormd die waren gematcht voor onder meer leeftijd, BMI, diabetes, hypertensie en het type CDK4/6-remmer.
De analyse liet zien dat de totale overleving significant beter was in de groep die GLP-1-agonisten gebruikte: 67,9 maanden versus 49,0 maanden in de controlegroep (HR 0,70).
Volgens de onderzoekers rechtvaardigen deze opvallende bevindingen prospectieve onderzoeken om de resultaten te bevestigen. Ook zou verder onderzoek moeten plaatsvinden naar de onderliggende mechanismen van het effect van GLP-1-agonisten, zoals metabole herprogrammering en immuunmodulatie. Tevens willen ze onderzoeken of de overlevingswinst samenhangt met de BMI of het type GLP-1-receptoragonist. Prospectieve onderzoeken zijn volgens hen noodzakelijk om de uiteindelijke plaats van deze middelen binnen de behandeling van mammacarcinoom te bepalen.
Bron: