B-celtherapieën verminderen proteïnurie en stabiliseren de nierfunctie, zonder het risico op ernstige bijwerkingen of infecties te verhogen bij patiënten met IgA-nefropathie en risico op ziekteprogressie. Dat blijkt uit de meta-analyse die Brendon Neuen (The George Institute, Sydney) presenteerde in de High impact clinical trials in nephrology-sessie. De bevindingen ondersteunen de rol van B-celtherapieën als behandelstrategie bij IgA-nefropathie.1
Verschillende B-celgerichte therapieën die de productie van pathogeen galactosedeficiënt IgA-1 en de bijbehorende auto-antilichamen verminderen, worden momenteel in klinische onderzoeken in een laat stadium geëvalueerd voor de behandeling van IgA-nefropathie (IgAN). Neuen en collega’s voerden een ‘collaborative’ systematische review en meta-analyse uit om de werkzaamheid en veiligheid van B-celtherapieën bij IgAN systematisch te beoordelen. ‘Collaborative’ wil zeggen dat gepubliceerde resultaten werden aangevuld met niet-gepubliceerde gegevens van onderzoekers en sponsoren. De onderzoekers doorzochten de databases PubMed en Medline naar gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde onderzoeken naar B-celgerichte therapieën bij patiënten met IgAN. Ze vonden 8 geschikte onderzoeken die B-celtherapieën (sibeprenlimab, atacicept, povitacicept, telitacicept en/of felzartamab) evalueerden bij in totaal 1.408 deelnemers met IgAN. B-celtherapieën verminderden de urinaire eiwit-creatinineratio (UPCR) met -50% (95%-BI -46 – -54), met consistente effecten in alle onderzoeken (p voor heterogeniteit = 0,38). De eGFR veranderde jaarlijks met -6,09 (SE 1,03) ml/min/1,73 m²/jaar met een placebo en +0,35 (SE 1,03) ml/min/1,73 m²/jaar met B-celtherapieën, wat overeenkomt met een behandeleffect van +6,44 ml/min/1,73 m²/jaar (95%-BI 4,42-8,45; p voor heterogeniteit = 0,53). De eGFR-gegevens waren voornamelijk afkomstig uit onderzoeken met een follow-upduur korter dan 12 maanden. Over het algemeen waren er minder ernstige bijwerkingen met de B-celtherapieën dan met de placebo’s (RR 0,57; 95%-BI 0,35-0,92), waren er minder bijwerkingen die tot stopzetting van de behandeling leidden (RR 0,47; 95%-BI 0,27-0,84) en was er geen duidelijk verhoogd risico op infecties (RR 1,14; 95%-BI 0,98-1,34).
Bron:
- Neuen B, Beal B, Fletcher R, et al. Efficacy and safety of B-cell directed therapies in IgA nephropathy: a collaborative meta-analysis. ERA Congress 2026, abstract #33.