Het is nog niet precies bekend welke secundaire preventiestrategie het beste werkt bij patiënten die een direct werkend oraal anticoagulans (DOAC) gebruiken voor atriumfibrilleren en desondanks een ischemische beroerte krijgen. In de klinische praktijk is een overstap naar een ander geneesmiddel vrij gebruikelijk, maar uit een recent onderzoek blijkt dat doorgaan met hetzelfde DOAC even goed werkt.
Italiaanse onderzoekers waren geïnteresseerd in de vraag of doorgaan met hetzelfde DOAC niet-inferieur is aan een overstap op een ander middel bij patiënten met atriumfibrilleren en een ischemische beroerte. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, verzamelden ze retrospectieve observationele gegevens uit 35 beroertezorgcentra. Ze ontwierpen hiermee een hypothetische gerandomiseerde trial met 2 groepen: 1) patiënten met atriumfibrilleren die na een ischemische beroerte waren overgestapt op een andere DOAC of een vitamine K-antagonist, en 2) patiënten met atriumfibrilleren die na een ischemische beroerte waren doorgegaan met gebruik van hetzelfde DOAC. De primaire uitkomstmaat was het klinische profijt na 90 dagen, een gecombineerde maat voor het opnieuw optreden van ischemische beroerte en voor middelmatig tot ernstig bloedverlies. Secundaire uitkomstmaten waren onder andere een nieuw ischemisch event binnen 90 dagen en overlijden door een vasculaire oorzaak.
Ruim 1000 patiënten namen deel aan het onderzoek, met een gemiddelde leeftijd van 80,4 jaar en 50% vrouw. Statistische analyses lieten geen verschil zien tussen de 2 groepen in het klinische profijt na 90 dagen. Verder bleek het risico op een nieuw ischemisch event binnen 90 dagen lager in de groep die doorging met dezelfde behandeling, net als het risico op overlijden door een vasculaire oorzaak.
De onderzoekers concluderen dat doorgaan met hetzelfde DOAC bij deze patiënten een veiligere strategie lijkt, die sowieso simpeler is. Ze stellen dat deze uitkomsten nog wel moeten worden ondersteund door echte gerandomiseerde, gecontroleerde onderzoeken met grotere steekproeven.
Bron: