Idiopathische hydrocefalie die op volwassen leeftijd ontstaat, wordt steeds vaker herkend als behandelbare oorzaak van onder andere cognitieve achteruitgang en loopstoornissen. Hoewel neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer een verhoogde kans geven op epilepsie, is de relatie tussen idiopathische hydrocefalie en epilepsie nog weinig onderzocht. Een recent epidemiologisch onderzoek brengt daar verandering in.
De onderzoekers gebruikten gegevens uit de UK Biobank, een prospectief cohortonderzoek met gegevens van ruim een half miljoen mensen. Ze gebruikten ICD-10-codes om mensen te selecteren met een diagnose van hydrocefalie die op volwassen leeftijd was ontstaan, en/of epilepsie. Patiënten werden uitgesloten als hun aandoening een bekende oorzaak had, zoals een infectie of een aangeboren afwijking.
De onderzoekers voerden een genest casus-controleonderzoek uit om het risico op het ontstaan van epilepsie te bepalen bij patiënten met hydrocefalie. Ze testten 5 modellen met daarin verschillende mogelijk storende variabelen, waaronder demografische, leefstijl-, vasculaire en genetische factoren.
Het cohort bestond uit ruim 5000 patiënten met epilepsie, 320 personen met hydrocefalie die op volwassen leeftijd was ontstaan en bijna een half miljoen controles. 29 patiënten hadden beide aandoeningen. De volgorde waarin de ziekten waren ontstaan, was heterogeen: bij 45% ging epilepsie vooraf aan hydrocefalie, bij 41% was de volgorde andersom en bij 14% ontstonden de aandoeningen tegelijkertijd.
Hydrocefalie gaf een sterk verhoogd risico op de ontwikkeling van epilepsie, met variabele hazardratio’s, waarbij de hoogste waarde 23,80 was (95%-BI 12,87–44,03; p < 0,001). Eenzelfde patroon was zichtbaar nadat mensen waren uitgesloten die een neurodegeneratieve aandoening hadden, zoals de ziekte van Alzheimer.
De resultaten van dit onderzoek geven aan dat het belangrijk is voor neurologen om alert te zijn op tekenen van epilepsie bij mensen met idiopathische hydrocefalie die op volwassen leeftijd is ontstaan. Ook geeft het onderzoek aanknopingspunten voor nieuwe onderzoeken naar onderliggende ziektemechanismen en effectieve behandelstrategieën.
Bron: