Dupilumab vertoont na 2 jaar de beste drugsurvival bij eczeempatiënten vergeleken met de andere nieuwe middelen. 5 jaar behandeling met dupilumab laat goede effectiviteit en veiligheid zien. JAK-remmers werken snel en effectief, maar zorgen relatief vaak voor bijwerkingen, met name infecties, wat een reden kan zijn om te stoppen met de behandeling. Dit zijn enkele conclusies uit onderzoek met data uit het BioDay-register voor constitutioneel eczeem en enkele andere huidziekten. Dermatoloog prof. dr. Marjolein de Bruin (UMC Utrecht) vertelt over de stand van zaken en ontwikkelingen met het register.
BioDay legt vanaf 2018 real-world-gegevens vast over de effectiviteit, veiligheid en patiënttevredenheid van nieuwe geneesmiddelen bij constitutioneel eczeem. Het UMC Utrecht is nationaal expertisecentrum voor constitutioneel eczeem en nam het initiatief voor BioDay samen met het UMC Groningen en het Radboudumc in Nijmegen. “Het psoriasisregister van het Radboudumc diende als basis voor BioDay. Inmiddels zijn 19 academische en niet-academische centra in Nederland aangesloten. We begonnen in 2018 met dupilumab voor volwassenen, maar verzamelen nu data over meerdere biologicals en JAK-remmers voor behandeling van volwassenen, adolescenten en jonge kinderen. We hebben momenteel data van zo’n 2.600 patiënten.”
Ontwikkeling
Het register was aanvankelijk alleen voor eczeem. Gaandeweg zijn modules toegevoegd voor atopische comorbiditeit zoals astma, oogklachten of voedselallergie. “Met de komst van nieuwe middelen tegen prurigo nodularis hebben we ook die vrij zeldzame huidaandoening in het register opgenomen”, vervolgt De Bruin. “En recent is een nieuwe module voor urticaria toegevoegd. Er zijn ook plannen om de zeldzame blaarziekte bulleus pemphigoid op te nemen, omdat daarvoor volgend jaar een biological beschikbaar komt. Zo ontwikkelt BioDay zich steeds verder.”
Inmiddels zijn meer dan 25 publicaties verschenen vanuit BioDay, over de hele populatie en over subgroepen patiënten. De publicaties gaan onder andere over bijwerkingen van medicatie en mechanismen daarachter. “We doen veel onderzoek aan de ogen, omdat de huidige biologicals vaak oogklachten veroorzaken”, laat De Bruin weten. “Doordat we in Utrecht ook weefsel en bloed van patiënten verzamelen in een biobank, kunnen we tevens fundamenteel onderzoek doen naar mechanismen van ziekten en het effect van therapieën.”
Langere follow up
Met de data wordt onderzocht hoe een geneesmiddel het doet in de dagelijkse praktijk. In de eerste publicaties was dat geanalyseerd voor dupilumab op 16 en 52 weken, maar inmiddels is er veel langere follow up en zijn er ook data voor andere middelen. “We analyseren bijvoorbeeld de drugsurvival, oftewel hoelang een patiënt een middel blijft gebruiken”, vertelt De Bruin. “Recent hebben we dat in één publicatie op een rij gezet voor dupilumab, tralokinumab, abrocitinib, baricitinib en upadacitinib.1 We zien onder andere dat dupilumab na 2 jaar de beste drugsurvival heeft. Dit is weliswaar een andere uitkomst dan van een gerandomiseerde trial, maar wel de weergave van de dagelijkse praktijk.”
De effectiviteit en bijwerkingen van de nieuwe middelen kunnen in de dagelijkse praktijk verschillen van de trialresultaten. Trialpopulaties zijn immers anders dan de real-world-populatie die bijvoorbeeld comorbiditeit heeft en ook andere medicatie gebruikt. Als voorbeeld noemt De Bruin de JAK-remmers: “In de dagelijkse praktijk zien wij relatief veel bijwerkingen vergeleken met de trials, met name infecties. Dit is soms een reden om te stoppen met de behandeling. Wij hebben ons behandelprotocol aangepast op basis van deze bevindingen. Patiënten die starten met een JAK-remmer worden eerst gevaccineerd tegen het herpes zoster-virus en pneumokokken. Bij patiënten met veel infecties in de voorgeschiedenis zijn we terughoudend met JAK-remmers.”2
Voorspellen
De Bruin hoopt via het BioDay-register uiteindelijk beter te kunnen voorspellen welk middel geschikt is voor welke patiënt. “Dat is voor alle behandelaars de belangrijkste vraag. Bij veel patiënten duurt het lang voordat we het middel vinden waarbij men zich het prettigst voelt. Door veel data te verzamelen, kunnen we bijvoorbeeld kijken naar verschillen in effectiviteit en veiligheid binnen bepaalde subgroepen en kunnen we in de toekomst hopelijk toe naar meer gepersonaliseerde behandelingen.”
Zelf is De Bruin ook benieuwd naar de resultaten met de middelen op de lange termijn. Zo is in 2024 de 5-jaars follow up gepubliceerd met dupilumab. Het middel behield zijn klinische effectiviteit en twee derde van de patiënten kon toe naar een doseringsinterval van 3 of 4 weken. Bijna een kwart van de patiënten stopte met het middel vanwege bijwerkingen en/of geen effectiviteit.3
Voor langetermijndata is het wel nodig dat BioDay blijft bestaan. Knelpunt voor registers is vaak de financiering, weet De Bruin: “In Nederland is er voor registers geen geld vanuit de overheid, verzekeraars of ziekenhuizen. We zijn afhankelijk van sponsoring vanuit de industrie. Gelukkig komen er steeds nieuwe middelen en willen de fabrikanten graag langetermijndata daarover.
In het Integraal Zorgakkoord wordt genoemd dat een herbeoordeling zal gaan plaatsvinden als een geneesmiddel enkele jaren op de markt is. Daarvoor zijn veel data uit de dagelijkse praktijk nodig, die nu verzameld worden in geneesmiddelenregisters zoals BioDay. Doordat BioDay inmiddels een ziekte-overstijgend geneesmiddelenregister is, kunnen we ook één middel voor verschillende ziektes volgen. Bijvoorbeeld dupilumab voor eczeem, prurigo nodularis en in de toekomst ook urticaria en bulleus pemphigoid.”
Samenwerking
Er is vanuit BioDay ook contact met registers in andere landen, zoals Engeland, Denemarken en Duitsland. En binnenkort is er een bijeenkomst met alle Noord-Europese registers om te gaan samenwerken in een Europees netwerk. Een nieuwe ontwikkeling met BioDay is de aansluiting van 5 centra in Brazilië. “Zij hebben ons zelf benaderd om te gaan deelnemen. We vonden zo’n ander land met een heel andere populatie interessant”, laat De Bruin weten. “Zij zijn bij ons op bezoek geweest en binnenkort kunnen we starten. Als het goed blijkt te gaan, kunnen we wellicht ook centra zoeken in Azië. Dan wordt de populatie nog meer divers.”
Prijsonderhandelingen
Een actuele bevinding uit BioDay is dat het afgelopen jaar een verschuiving heeft plaatsgevonden in de keuze voor een specifiek geneesmiddel op basis van inkoopprijs. “Feitelijk mag de prijs geen rol spelen, maar we zien dat er volop wordt onderhandeld tussen ziektekostenverzekeraars en firma’s”, aldus De Bruin. “Daardoor daalt de prijs van bepaalde middelen. Met name in perifere ziekenhuizen worden nieuwe patiënten dan behandeld met het middel met de laagste inkoopprijs, terwijl dit niet altijd het meest effectieve middel is. Natuurlijk moeten we met ons allen de kosten in de gaten houden, maar tegelijk wil je als dokter wel het beste middel voor de patiënt.”
Behandelaars worden in hun keuzes nu deels gestuurd door de prijsonderhandelingen, denkt De Bruin. Dat heeft zijn weerslag op de dynamiek rond de eczeembehandeling. “Voor de praktijkvoering vind ik dit een lastig aspect. We zien dat sommige ziekenhuizen een duurder middel niet meer willen geven, waardoor een patiënt na falen op het goedkoopste middel onnodig wordt verwezen naar een ander centrum. Met alle deelnemende BioDay-centra zien we elkaar 2 keer per jaar, waarbij we ook dit soort aspecten en ervaringen bespreken.”
Meer informatie: bioday.nl.
Referenties
- Gang van der LF, Boesjes CM, Zuithoff NPA, et al. Drug Survival in Atopic Dermatitis: Comparison of Biologics and JAK Inhibitors in the BioDay Registry. Allergy, 2025. Online ahead of print.
- Gang van der LF, Atash K, Zuithoff NPA, et al. Infection risk in atopic dermatitis patients treated with biologics and JAK inhibitors: BioDay results. J Eur Acad Dermatol Venereol, 2025;39(12):2056-68.
- Boesjes CM, Kamphuis E, de Graaf M, et al. Long-Term Effectiveness and Reasons for Discontinuation of Dupilumab in Patients With Atopic Dermatitis. JAMA Dermatol, 2024;160(10):1044-55.