Na ruim 10 jaar is het standpunt over fibromyalgie herzien. De nieuwe versie legt minder nadruk op één oorzaak of één behandeling maar biedt meer aandacht voor het samenspel van factoren dat bepaalt hoe patiënten klachten ervaren en ermee omgaan.1 Volgens reumatoloog dr. Ron de Nijs (Elkerliek ziekenhuis, Helmond), een van de auteurs van het nieuwe standpunt is die herziening geen luxe, maar een noodzakelijke stap. “Tussen 2011 en nu is er echt veel nieuw onderzoek verschenen. Dat betekent niet zozeer dat we nu ineens de oorzaak van fibromyalgie kennen, maar wel het ziektebeeld beter begrijpen.”
Het biopsychosociale model
De vorige versie van het Standpunt stamde al uit 2002, met een beperkte update in 2011. In de jaren daarna is het veld aanzienlijk veranderd. “Nieuwe inzichten in pijnmechanismen, maar ook in de effectiviteit (of juist ineffectiviteit) van behandelingen maakten een herziening noodzakelijk,” aldus De Nijs. Een van de belangrijkste verschuivingen is de expliciete omarming van het biopsychosociale model. Fibromyalgie wordt niet langer gezien als een puur somatische of juist psychische aandoening, maar als het resultaat van een complex samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren.1 Op biologisch vlak zijn er nieuwe aanwijzingen voor genetische predispositie; het blijkt dat variaties in genen die betrokken zijn bij pijnregulatie samenhangen met een verhoogde kans op het ontwikkelen van fibromyalgie. “We zien ook vaak dat het in families voorkomt,” stelt De Nijs. “Dat ondersteunt het idee dat er een genetische component is.”
Objectivering blijft een uitdaging
Tegelijkertijd ligt de nadruk steeds meer op centrale sensitisatie: een veranderde verwerking van pijnprikkels in het centrale zenuwstelsel. Daarbij speelt het brein een sleutelrol. Er speelt mogelijk een afwijkende verwerking van pijnprikkels in het brein.2,3 Nieuwe technieken, zoals functionele MRI, bieden interessante inzichten. Studies laten zien dat bij dezelfde pijnprikkel andere hersengebieden actief worden bij patiënten met fibromyalgie dan bij gezonde controlepersonen. “Daarmee is aantoonbaar dat er echt iets anders gebeurt in het brein.” Toch blijft dit vooral onderzoeksmatig relevant.4-6 In de dagelijkse praktijk zijn dergelijke technieken niet beschikbaar, en blijft de diagnose grotendeels klinisch.
Diagnostiek is meer dan tenderpoints
Waar in het verleden veel nadruk lag op tenderpoints, is de diagnostiek inmiddels verbreed. De ACR-2016-criteria vormen nu de basis, waarbij naast pijn ook factoren zoals vermoeidheid en cognitieve klachten worden meegewogen. Een van de grootste uitdagingen bij fibromyalgie is het ontbreken van objectieve maatstaven. De diagnose blijft er een van klinisch redeneren, waarbij het ook belangrijk is andere aandoeningen uit te sluiten. Dat gebeurt in de praktijk nog regelmatig, al is het maar om patiënten gerust te stellen. “Mensen willen zeker weten dat er niets anders speelt,” zegt De Nijs. Daarbij komt dat fibromyalgie naast andere aandoeningen kan bestaan, wat de diagnostiek verder compliceert.
Terughoudendheid met medicatie
Een van de duidelijkste boodschappen in het nieuwe standpunt betreft de rol van medicamenteuze behandeling: die is beperkt. “Er is geen enkel middel dat het probleem oplost,” stelt De Nijs.
“Sterker nog, veel studies laten zien dat de effectiviteit van medicatie gering is, of dat de kwaliteit van bewijs onvoldoende is om harde conclusies te trekken. De aanbeveling is dan ook om terughoudend te zijn.” Amitriptyline kan overwogen worden bij pijn en slaapproblemen, en ook duloxetine wordt soms gebruikt. Maar beide middelen bieden geen structurele oplossing. “De kern is dat je patiënten helpt om met de aandoening om te gaan.”
Tabel 1. Belangrijkste veranderingen in het Standpunt Fibromyalgie1
Fibromyalgie
Biopsychosociale aanpak staat centraal
Behandeling wordt afgestemd op de individuele patiënt
Multidisciplinaire revalidatie bij complexe problematiek
|
Behandeling richt zich op het zoeken naar balans
De nadruk verschuift daarmee naar niet-medicamenteuze behandeling. Centraal staat het vinden van een balans tussen belasting en belastbaarheid. “Het is echt zoeken naar een nieuwe balans in het leven.” Die begeleiding vindt bij voorkeur plaats in de eerste lijn, waar verschillende disciplines een rol kunnen spelen. Fysiotherapie, ergotherapie, psychologie en maatschappelijk werk kunnen bijdragen aan het herstel van functioneren. Een goede ontwikkeling is de opkomst van psychosomatische fysiotherapie voor de behandeling van fibromyalgie. Deze vorm van fysiotherapie richt zich niet alleen op fysieke belasting, maar ook onder andere op de manier waarop patiënten omgaan met pijn en grenzen. De Nijs legt uit: “Ze kijken breder dan alleen bewegen. Er wordt ook bekeken wat pijn met iemand doet en hoe men daarmee omgaat.” Wanneer behandeling in de eerste lijn onvoldoende effect heeft, kan een multidisciplinair traject in de tweede lijn worden overwogen. Daar werken revalidatieartsen, fysiotherapeuten, psychologen en andere disciplines samen. Hoewel deze trajecten kostbaar zijn en niet altijd gemakkelijk toegankelijk, wordt aangenomen dat ze op de lange termijn effectief kunnen zijn, bijvoorbeeld door terugkeer naar werk te bevorderen. “Het onderstreept opnieuw dat fibromyalgie niet vanuit één discipline te benaderen is,” aldus De Nijs.
Chronisch, maar beïnvloedbaar
Met een geschatte prevalentie van ongeveer 2-4% is fibromyalgie geen zeldzame aandoening. Dat betekent dat vrijwel iedere reumatoloog regelmatig patiënten met deze diagnose ziet. De impact is groot, niet alleen op individueel niveau, maar ook maatschappelijk. Chronische pijn leidt vaak tot verminderde arbeidsparticipatie en verhoogde zorgconsumptie. Dat maakt effectieve begeleiding des te belangrijker. Een ander aspect van het chronische karakter van fibromyalgie is dat patiënten niet continu evenveel klachten hebben, maar wel dat de gevoeligheid voor pijn blijft bestaan. “Mijn ervaring is dat mensen levenslang gevoelig blijven,” zegt De Nijs. De sleutel ligt in het herkennen en bewaken van grenzen. Patiënten die leren omgaan met hun belastbaarheid, kunnen vaak een relatief stabiel en actief leven leiden. “Als mensen die balans goed vinden en vasthouden, kunnen ze er prima mee functioneren,” legt hij uit. Daar ligt ook een belangrijke taak voor de behandelaar: niet alleen behandelen, maar vooral begeleiden en uitleg geven. Ondanks de toegenomen kennis blijft fibromyalgie omgeven door misverstanden. Patiënten voelen zich vaak niet serieus genomen, juist omdat objectieve afwijkingen ontbreken. Dat maakt communicatie essentieel. Het uitleggen van het onderliggende mechanisme (hoe pijnverwerking verandert) kan helpen om begrip te creëren. “Het probleem is niet dat er niets aan de hand is,” benadrukt hij. “Het probleem is dat we het niet makkelijk kunnen meten.” De herziening van het standpunt laat vooral zien dat fibromyalgie niet te vangen is in één model of één behandeling. Het is een aandoening die vraagt om maatwerk, geduld en een brede blik.
Referenties
- De Nijs RNJTL, et al. Standpunt van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie inzake Fibromyalgie. Vastgesteld op 18-12-2025.
- Liu A, et al. Altered whole-brain functional activity in fibromyalgia: A systematic review and meta-analysis. Clin Exp Rheumatic. 2024 Jun;42(6):1164-1169.
- Cavicchioli M, et al. An ALE meta-analysis of pain processing alterations in fibromyalgia: Toward an evidence-based process model. Neurosci Biobehav Rev. 2025:176:106303.
- Will M, et al. Exploring neural signaling patterns and their physiological origins in fibromyalgia by means of Functional MRI Guided by a Review of the Literature. Brain Sci. 2025;15(6):603.
- Cavicchioli M, et al. Fibromyalgia and the painful self: A meta-analysis of resting-state fMRI data. Journal of Psychiatric Research. 2025;183:61-71.
- Solouki L, et al. Investigating the neural effects of emotional stimuli and pharmacological treatments on the emotional regulation network in fibromyalgia: A graph theory approach. Brain Res Bull. 2025;231:111561.