Het ontwikkelen van hypertensie tijdens follow-up verdubbelde het risico op majeure cardiovasculaire events bij mensen met hiv in de REPRIEVE-studie. Behandeling met pitavastatine verlaagde significant de incidentie van nieuw ontstane hypertensie.1
REPRIEVE includeerde 7.769 mensen met hiv (PWH) en een laag tot matig geschat cardiovasculair (CV)-risico. Eerder was al aangetoond dat pitavastatine het risico op majeure CV-events (MACE) met 36% reduceerde ten opzichte van een placebo. In deze analyse werden 4.989 deelnemers zonder hypertensie op baseline geïncludeerd. De mediane leeftijd was 49 jaar, 30% was vrouw en 36% was zwart. Hypertensie werd gedefinieerd als ≥ 2 systolische metingen > 140 mmHg, ≥ 2 diastolische metingen > 90 mmHg of start van antihypertensiva. Tijdens een mediane follow-up van 5 jaar ontwikkelden 668 deelnemers hypertensie (incidentie 27,1 per 1.000 persoonsjaren). De incidentie was hoger in de placebogroep dan in de pitavastatine-groep (29,6 versus 24,7 per 1.000 persoonsjaren). Pitavastatine verlaagde het risico op nieuw ontstane hypertensie met 17%. Leeftijd, hogere body mass index, verhoogde nuchtere glucose en al licht verhoogde bloeddruk bij inclusie waren sterke voorspellers. De krachtigste determinant was een op baseline verhoogde bloeddruk (≥ 130/85 mmHg): deze deelnemers hadden bijna 2,5 keer zoveel kans op hypertensie tijdens de follow-up.
Een belangrijke bevinding uit dit onderzoek is dat het ontstaan van hypertensie tijdens het onderzoek het risico op MACE meer dan verdubbelde, onafhankelijk van het baseline atherosclerotische cardiovasculaire ziekterisico (HR 2,1). Volgens de onderzoekers benadrukt dit dat nieuw ontstane hypertensie bij PWH moet worden gezien als een belangrijke klinische waarschuwingsmarker.
Bron:
Grinspoon S, Watanabe M, Hoffman R, et al. Incident hypertension in REPRIEVE: risk factors, pitavastatin effect & cardiovascular consequences. CROI Congress 2026, abstract 118.