Acne vulgaris is een chronische huidaandoening die veel voorkomt en die grote psychologische gevolgen kan hebben voor het – veelal jonge – individu. Toch is het een aandoening waarnaar weinig onderzoek plaatsvindt in grote populatiesettings en in afkomst-diverse populaties, en waarvoor in te veel gevallen geen medische behandeling wordt gezocht. Willemijn Witkam promoveerde 16 december 2025 cum laude (Erasmus Universiteit Rotterdam) op haar proefschrift Spot-on. Investigating acne vulgaris in a multiethnic adolescent population. Ze bracht hiermee in kaart welke factoren een rol spelen bij (de ernst van) acne bij jongeren rond de 13 jaar. Inmiddels is ze voor een jaar vertrokken naar de Verenigde Staten voor vervolgonderzoek.
In relatie tot acne vulgaris zijn een aantal demografische, genetische, microbiële en omgevingsfactoren prominent, zo blijkt uit het onderzoek van Witkam. “Wat demografie betreft zagen we als bevinding een positieve relatie tussen gevorderde puberteit en ernstiger acne”, vertelt ze. “Ook zien we dat de acne bij meisjes in deze leeftijdscategorie erger is. Dit komt waarschijnlijk, zo toonde de Tannerstadia meetschaal aan, omdat meisjes al eerder verder in de puberteit zijn. Bij jongens zagen we dat overgewicht een beïnvloedende factor was. En zowel bij jongens als meisjes vonden we bij tieners met een donkere huidskleur vaker ernstiger acne. Dat laatste verraste ons. We weten dat deze demografische groep een hoger risico heeft op acne sequelae – zoals post-inflammatoire hyperpigmentatie – maar we hadden niet verwacht dat zij ook daadwerkelijk ernstiger acne zouden hebben. Er zijn geen andere studies die de ernst van acne vergelijkt tussen mensen met verschillende huidskleuren of afkomsten. Ik vond slechts 2 relevante studies. Het ene onderzoek liet een hogere acne-prevalentie zien bij Afro-Afrikaanse vrouwen vergeleken met vrouwen van andere afkomst. Het andere onderzoek beschreef een histologisch ‘overdreven immuunreactie’ in biopten van mensen met acne met een donkere huidskleur. We zijn onszelf de vraag blijven stellen waarom we dit resultaat vonden in de vervolgonderzoeken. We hebben daarbij aanwijzingen gevonden voor een verschil in de algehele microbiota-compositie van het gezicht, maar niet een specifiek patroon kunnen ontdekken van de precieze bacteriën die ernstiger acne kunnen veroorzaken. Op genetisch niveau hebben we wel aanwijzingen gevonden voor afkomst-specifieke genetische variaties die mogelijk kunnen bijdragen aan een verschil in de ernst van acne. Het is van groot belang dat toekomstige onderzoeken zich blijven inzetten voor het includeren van diverse populaties om de verschillen tussen mensen van verschillende afkomst beter in kaart te brengen en zo nodig de behandeling aan te passen die rekening houdt met die verschillen.
Gezichtsmicrobiota
Wat microbiële factoren betreft, blijkt dat specifiek de therapieën voor acne die op de huid kunnen worden toegepast, invloed hebben op de bacteriële gezichtshuidmicrobiota. “In eerder onderzoek is vooral gekeken naar Cutibacterium acnes, de bacterie die berucht is om de relatie met acne. Daar komt uit dat behandeling de aanwezigheid ervan wat reduceert en daarmee de acne verbetert. Toch is het niet raadzaam om alleen naar deze bacterie te kijken maar naar het geheel, want alle bacteriën die op de gezichtshuid voorkomen hebben invloed op elkaar. Voor antwoord op de vraag wat die invloed precies is, is verder onderzoek nodig.”
Interessant is ook de bacterie Cutibacterium granulosum die meer voorkwam bij de tieners met acne. “De kennis hierover is relatief nieuw”, zegt Willemijn. “Een belangrijke ontdekking voor ons, omdat deze bacterie in verband wordt gebracht met resistentie voor veelgebruikte medicijnen voor de behandeling van acne.”
Genetische variaties
Op het gebied van de genetische factoren is uit het onderzoek gekomen dat sprake is van genetische variaties die gerelateerd zijn aan ernstiger acne bij tieners. Uit een meta-analyse van 18 studies blijkt dat bepaalde veelvoorkomende genetische varianten invloed hebben op het ontstaan van acne. Deze varianten lijken vooral een rol te spelen in de manier waarop stamcellen zich in het haar-talgkliercomplex gedragen en in welke richting ze ontwikkelen. Dit proces kan bepalen hoe gevoelig iemand is voor acne.
Witkam: “Vervolgens hebben we gekeken of er een overlap is tussen genetische variaties die een rol spelen in de ontwikkeling van meerdere ziektebeelden. Onze focus daarbij lag op de overlap van de genetische architecturen van acne vulgaris, hidradenitis supprativa en inflammatoire darmziekten. Deze manier van onderzoek doen, is effectief om meer te leren over het ontstaan van deze aandoeningen. Het kan aanwijzingen geven over behandelingen die ingezet kunnen worden voor meerdere indicaties, wat economisch aantrekkelijker is dan de ontwikkeling van geheel nieuwe middelen. Er blijkt sprake te zijn van een gedeelde overlap in het deel van de genen die invloed hebben op al deze ziekten. Het grootste deel van deze genetische overlap is gerelateerd aan biologische processen die verband houden met het afweersysteem. Een voorbeeld van zo’n proces dat een rol speelt bij al deze aandoeningen zijn de JAK‑STAT‑paden. Klinisch blijkt dit ook het geval, omdat JAK‑remmers effectief blijken bij zowel inflammatoire darmziekten als hidradenitis suppurativa. Dat deze middelen regelmatig acnelaesies als bijwerking geven, laat zien dat de betrokkenheid niet altijd in dezelfde richting werkt.
Luchtvervuiling
Dan zijn er nog de omgevingsfactoren. “Hierbij ging het ons om de relatie tussen een verhoogde blootstelling aan luchtvervuiling en de ernst van acne”, vertelt Witkam. “Om die in beeld te brengen, hebben we gekeken naar de gemiddelde blootstelling 3 maanden voor de evaluatie van acne. Daarbij vonden we geen significante relatie in onze populatie. Maar bij deze conclusie zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen. We hadden voor deze studie slechts data over de ernst van de acne op één tijdstip, waardoor we de ernst voor en na blootstelling niet met elkaar konden vergelijken. Eerdere onderzoeken suggereren wel een mogelijk verband met acne, maar het is belangrijk om te beseffen dat deze onderzoeken vooral zijn uitgevoerd op locaties met veel hogere concentraties luchtvervuiling dan in ons land, zoals dichtbevolkte steden als Xi’an of Mexico Stad. Het is daarom mogelijk dat de effecten op acne pas optreden bij hogere concentraties. Idealiter wordt dit onderzocht met longitudinale data op meerdere locaties tegelijk.”
Toch wil Witkam over de invloed van omgevingsfactoren op de huid meer weten. Daarom heeft zij nu voor vervolgonderzoek de stap gezet naar Stanford University in Californië. “In de VS komen enorme natuurbranden voor, niet alleen in the Bay Area maar ook op andere plaatsen in het land. Op basis daarvan hoop ik een duidelijker beeld te krijgen van de invloed van luchtvervuiling op dermatologische aandoeningen. Twee dingen helpen daarbij. Ten eerste het feit dat die natuurbranden duidelijke pieken geven van luchtvervuiling en brand. Ten tweede dat ik daar de beschikking heb over een enorme database van miljoenen mensen die tientallen jaren worden gevolgd. Daarmee kan ik het gevolg van de pieken relateren aan de periodes ervoor en erna.”
Generation R
Wat Witkam in Rotterdam heeft gedaan, was vooral exploratief onderzoek. Wat haar dit mogelijk maakte, is de data uit het prospectief onderzoek Generation R, dat 10.000 opgroeiende Rotterdamse kinderen volgt vanaf het foetale leven tot aan de jonge volwassenheid. “Daarbij hebben we gefocust op de ongeveer 4.500 tieners rond de leeftijd van 13 jaar”, vertelt ze. “Het is waardevol dat er nu een trend is naar dergelijke grote cohorten. De wetenschap ziet toenemend het belang van data van mensen in de algemene bevolking. Toch is dit Rotterdamse cohort nog relatief uniek, zeker vanwege de diversiteit van de populatie.”
In die populatie van 4.500 13-jarigen was bij 54% sprake van zichtbaar acne en bij 11% zelfs al matig tot ernstig. “Dit laat zien hoe belangrijk onderzoek naar acne is”, zegt ze. “Ook is sprake van duidelijke onderbehandeling van acne. Slechts 5% van de tieners waarbij de ouders aangaven dat hun kind ooit acne had gehad, had een door een arts voorgeschreven behandeling gehad. We vonden dat in de lagere sociaaleconomische groepen de jongens minder geneigd waren om behandeling te zoeken. Maar uit eerder onderzoek blijkt dat voor zowel jongens als meisjes in Nederland geldt dat ze vaak veel te laat voor behandeling gaan, als de acne al ernstig is of als zelfs al sprake is van littekens. Erg jammer, want er zijn goede behandelmogelijkheden om de fysieke en mentale last van acne en het optreden van littekens te voorkomen. Daarom is meer onderwijs en informatie nodig om tieners bewust te maken van de gevolgen van het niet behandelen van acne. We weten dat veel tieners zich verstoppen voor hun acne en dat dit gevolgen heeft op hun kwaliteit van leven. Naast bijvoorbeeld aandacht in de wachtkamer van de huisarts en op school kan ook social media een rol spelen om dit te veranderen.”
Microplastics
In haar vervolgonderzoek naar de relatie van omgevingsfactoren op dermatologische aandoeningen zal Willemijn Witkam zich niet beperken tot natuurbranden. Ze vertelt: “Ik ben ook betrokken bij projecten gerelateerd aan microplastics. Daarnaast maak ik deel uit van een werkgroep met artsen uit verschillende disciplines en experts van milieuorganisaties die onderzoek doen naar microplastics in relatie tot de gezondheid van mens en omgeving. Het is ontzettend inspirerend om samen te werken met een groep gepassioneerde onderzoekers in een relatief nieuw onderzoeksveld, dat gepaard gaat met de nodige barrières en niet altijd wordt omarmd. Ik hoop uiteindelijk bij te dragen aan een groter bewustzijn over de invloed van omgevingsfactoren op de huid.”