Bij IBD-patiënten met lage vitamine D-waarden (≤ 25 ng/mL) kan suppletie met vitamine D mogelijk de ziekteactiviteit verlagen en de interactie tussen het immuunsysteem en het darmmicrobioom gunstig beïnvloeden. Dat melden Amerikaanse onderzoekers in Cell Reports Medicine.
Eerdere studies lieten zien dat hogere vitamine D-spiegels en vitamine D-suppletie samenhangen met gunstige veranderingen in de samenstelling van het darmmicrobioom, zowel bij gezonde volwassenen als bij patiënten met IBD. Ook zijn er aanwijzingen dat vitamine D inflammatoire T-celreacties kan afzwakken. John Gubatan (Stanford University School of Medicine) en collega’s onderzochten het effect van vitamine D-suppletie en keken daarbij met name naar het darmmicrobioom en de interactie tussen darmbacteriën en het immuunsysteem. Hun hypothese was dat vitamine D hierbij een regulerende werking heeft.
Voor het onderzoek kregen 48 patiënten met de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa en lage vitamine D-waarden (gemiddeld 18 ng/mL) gedurende 12 weken wekelijks 50.000 IE vitamine D. Vervolgens werd met behulp van ‘omics’-technieken – analyses van diverse biologische moleculen, zoals RNA, eiwitten, metabolieten en DNA – onderzocht welk effect deze behandeling had. Na 12 weken waren de vitamine D-spiegels significant gestegen. Tegelijkertijd daalden de ziekteactiviteitsscores en de fecale calprotectinewaarden en verbeterde de kwaliteit van leven. Ook zagen de onderzoekers duidelijke veranderingen in de manier waarop het immuunsysteem darmbacteriën herkent. De binding van gunstige darmbacteriën aan immunoglobuline A (IgA) nam toe, terwijl de binding van pro-inflammatoire bacteriën aan immunoglobuline G (IgG) afnam.
De bevindingen suggereren dat vitamine D de tolerantie van het immuunsysteem ten opzichte van de commensale darmflora bevordert bij patiënten met IBD, stellen de onderzoekers. Volgens hen bieden de resultaten nieuwe inzichten in de regulatie van de immuuntolerantie ten opzichte van het darmmicrobioom en kunnen zij aanknopingspunten bieden voor nieuwe therapeutische strategieën.
Bron: