Vrouwen met pre-eclampsie hadden een hoger risico op het ontstaan van albuminurie >300 mg/g, eGFR <60 ml/min per 1,73 m² of de samengestelde uitkomst van beide, zo ontdekten Zweedse onderzoekers. Toch werd de nierfunctie na de bevalling zelden gecontroleerd, waardoor de mogelijkheden voor vroege opsporing en interventie beperkt waren.
Pre-eclampsie, ook wel zwangerschapsvergiftiging genoemd, is geassocieerd met een verhoogd risico op nierfalen, wat zich soms pas tientallen jaren na de zwangerschap ontwikkelt. Het verband tussen pre-eclampsie en vroege, behandelbare stadia van chronische nierschade (CNS) is echter nog weinig onderzocht. Zweedse onderzoekers kwantificeerden daarom het risico op CNS op basis van gegevens uit een grote cohortstudie over 171.693 zwangerschappen bij 170.192 vrouwen (met en zonder pre-eclampsie) uit Stockholm en omgeving. Alle nullipare vrouwen die tussen 2006-2020 ten minste 1 zwangerschap hadden die eindigde in een levend- of doodgeborene werden geïdentificeerd, behalve vrouwen met reeds bestaande hypertensie, diabetes of CNS.
In totaal hadden 10.538 vrouwen (6%) minimaal 1 zwangerschap die gecompliceerd werd door pre-eclampsie. Tijdens de follow-upperiode (mediaan 7 jaar) trad albuminurie, gedefinieerd als een urine albumine-creatinineratio (UACR) > 300 mg/g, op na 775 zwangerschappen (0,5%), een eGFR < 60 ml/min/1,73 m² na 248 zwangerschappen (0,1%) en een samengestelde uitkomst (albuminurie en/of eGFR < 60 ml/min/1,73 m²) na 985 zwangerschappen (0,6%). Deze uitkomsten kwamen vaker voor na pre-eclampsie dan zonder pre-eclampsie. Ook de risico’s op albuminurie (HR 2,53; 95%-BI 2,04-3,13), eGFR <60 ml/min per 1,73 m² (2,18; 95%-BI 1,49-3,19) en de samengestelde uitkomst (2,43; 95%-BI 2,01-2,95) waren significant hoger na pre-eclampsie dan zonder pre-eclampsie. Opvallend was dat van de vrouwen met pre-eclampsie in het eerste jaar postpartum maar 20% een serumcreatininebepaling onderging en maar 10% urineonderzoek naar albuminurie.
Bron: