Na 4 jaar follow-up was top-downbehandeling van de ziekte van Crohn nog steeds geassocieerd met minder ziekteprogressie, ziekenhuisopnamen en noodzaak tot buikoperaties, zo blijkt uit een vervolgonderzoek van de PROFILE-trial. In zijn presentatie concludeerde Nuru Noor dat vroege inzet van geavanceerde therapie ook op de langere termijn zorgt voor een gunstiger ziektebeloop en dus beschouwd moet worden als standaardbehandelingsstrategie.1
In de PRedicting Outcomes For Crohn’s disease using a moLecular biomarker (PROFILE)-trial randomiseerden Britse onderzoekers 386 volwassen patiënten met recentelijk gediagnosticeerde, actieve ziekte van Crohn naar een top-downbehandeling met infliximab plus een immunomodulator of naar een conventionele versnelde step-up-strategie. De top-downbehandeling bleek na 48 weken te leiden tot aanzienlijk betere uitkomsten dan de step-up-behandeling. Na deze 48 weken werden de deelnemers behandeld volgens de lokale standaardzorg. In Stockholm presenteerde Noor (University of Cambridge) resultaten van een vervolgonderzoek waarin ze uitzochten of vroege, effectieve behandeling ook het beloop van de ziekte op de langere termijn beïnvloedt. Ze verzamelden daarvoor uitkomstgegevens uit de medische dossiers van deelnemers, waaronder buikoperaties, ziekenhuisopnamen en progressie naar ziektestadium B2/B3, tot 5 jaar na het laatste onderzoeksbezoek in week 48.
Voor 357 deelnemers (180 top-down, 177 step-up) waren uitkomstgegevens beschikbaar. Na een mediane follow-upduur van ongeveer 4,5 jaar na de diagnose ontving 100% van de patiënten met top-downbehandeling en 41% van de patiënten met step-up-behandeling anti-TNF-therapie. Tijdens de follow-up kwamen buikoperaties gerelateerd aan de ziekte van Crohn vaker voor in de step-up-groep (17 operaties) dan in de top-downgroep (5 operaties; OR 5,00; 95%-BI 2,02-12,43). Verder trad progressie naar ziektestadium B2/B3 vaker op in de step-up-groep dan in de top-downgroep (33 versus 13; OR 2,61; 95%-BI 1,33-5,12). Ook waren er meer ziekenhuisopnamen (exclusief operaties) gerelateerd aan de ziekte in de step-up-groep dan in de top-downgroep (44 versus 15; OR 3,75; 95%-BI 2,00-7,02).
Bron: